Lumbale fusie

Inleiding en anatomie

Alvorens wat meer uitleg te geven over de verschillende mogelijke procedures (ALIF, TLIF, PLIF, XLIF), eerst wat uitleg over de anatomie van de lumbale wervelkolom.

Er zijn in totaal 5 lumbale wervels. Deze bestaan uit een blokvormig wervellichaam en telkens een wervelboog met uitsteeksels voor de aanhechting van de buik en rugspieren. De connectie tussen de wervels wordt gevormd door stevige ligamenten, een tussenwervelschijf en telkens twee kleine scharnierende gewrichtjes links en rechts achteraan (de facetgewrichtjes). De tussenwervelschijf bestaat uit een stevige ring (annulus fibrosus) en een kern (nucleus pulposus).
 

Anatomie

Figuur: Anatomie

ALIF (Anterieure Lumbale Interbody Fusie)

Techniek: Hierbij wordt via een incisie thv de onderbuik een toegang gemaakt tot de voorzijde van de wervelkolom, meestal in samenwerking met een collega van Vaatheelkunde. De tussenwervelschijf wordt volledig weggenomen met speciaal daartoe ontworpen materiaal en aansluitend wordt ofwel een kooi (of in geselecteerde gevallen een prothese) tussen de wervels geplaatst. Meestal wordt aanvullend nog een plaatje met schroeven geplaatst voor extra stabiliteit.
 

Incisie

Figuur: Incisie

ALIF L5-S1 prothese L4-L5

Figuur: ALIF L5-S1 prothese L4-L5

Indicaties: In de meeste gevallen zien we een combinatie van de volgende faktoren: Invaliderende axiale rugpijn met frequente blokkages, falen van de maximale conservatieve therapie, discusdegeneratie met hoogteverlies en modic-veranderingen, relatief goed bewaarde facetgewrichten, geen nood tot posterieure decompressie, geen of beperkte listhesis.

Voordelen: Geen durazakretractie waardoor minimaal risico op zenuwbeschadiging, volledige discusresectie waardoor groter fusie-oppervlak en dus meer kans op snellere intercorporele fusie, mogelijkheid om een herniafragment te verwijderen.

Nadelen en mogelijke complicaties: gering risico op beschadiging van bloedvaten en postoperatief hematoom, retrograde ejaculatie bij de man (1-5%), postoperatieve ileus (darmen liggen stil gedurende enkele uren tot dagen door de manipulaties).

PLIF (Posterieure Lumbale Interbody Fusie)

Techniek: Hierbij wordt er gewerkt via de rug en meestal met een incisie op de middellijn. Bedoeling is om enerzijds de zenuwwortels en de durazak vrij te leggen en anderzijds een fusie te bekomen. Om een fusie te bekomen worden pedikelschroeven geplaatst in de boven –en onderliggende wervel, alsook kooien geplaatst tussen de wervels. Bij een minimaal invasieve PLIF (MIS-PLIF) worden de schroeven via kleine incisies op ongeveer 5cm van de middellijn geplaatst en wordt de decompressie van de zenuwen en de plaatsing van de kooien via een kleine middellijnincisie uitgevoerd.
 

PLIF

Figuur: PLIF

Indicaties: Ook hier zien we een combinatie van invaliderende axiale rugpijn met frequente blokkages, falen van de maximale conservatieve therapie, discusdegeneratie met hoogteverlies en modic-veranderingen. Verschillend met de ALIF indikaties is dat degeneratie van de facetgewrichten en listhesis (onderling verschuiven van de wervels) geen contra-indikatie vormen.

Voordelen: In vergelijking met de ALIF techniek kan hier wel een uitgebreide posterieure decompressie uitgevoerd worden. Deze techniek kan ook gebruikt worden bij recidief hernia’s met littekenweefselvorming en bij listhesis (verschuiving) van de wervels.

Nadelen: Omdat de toegang via posterieur gebeurt, is retractie op de durazak en zenuwwortels noodzakelijk (dit wordt tot een minimum beperkt), waardoor iets meer kans op beschadiging van de zenuwstructuren. Ook de spieren worden posterieur geopend (soms minimaal invasief), waardoor er postoperatief wat meer spierpijn is.

TLIF (Transforaminale Lumbale Interbody Fusie)

Dit is een variant op de PLIF. Door recente nieuwe ontwikkelingen is het mogelijk om op een minder invasieve manier pedikelschroeven te plaatsen, kooien te plaatsen intercorporeel en een decompressie van de zenuw uit te voeren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van twee kleine incisies op ongeveer 5cm van de middellijn zonder middellijnincisie. De rugspieren dienen veel minder opengemaakt te worden. De indikaties voor deze techniek komen grosso modo overeen met de indikaties voor een PLIF.
 

TLIF

Figuur: TLIF

XLIF (eXtreme Lateral Interbody Fusie)

Techniek: Hierbij wordt er via een zijdelingse toegang, met insnede net boven de heupkam, een toegang gemaakt naar de wervelkolom, doorheen de psoas-spier. Op die manier kan de tussenwervelschijf bijna volledig verwijderd worden en kan er een grote kooi in de tussenwervelruimte geschoven worden. Ook hier kan bijkomend nog een plaatje met schroeven als bijkomende stabilisatie geplaatst worden.
 

XLIF

Figuur: XLIF

Indicaties: Ook hier zien we een combinatie van invaliderende axiale rugpijn met frequente blokkages, falen van de maximale conservatieve therapie, discusdegeneratie met hoogteverlies en modic-veranderingen, in het bijzonder bij degeneratieve scoliose (scheefzakken van de wervels).

Voordelen: Het is een techniek die resulteert in een groot fusieoppervlak en stevige stabilisatie, waarbij de patiënt eigenlijk weinig posteratieve last hebben.

Nadelen: De eerste dagen hebben de patiënten last van de psoasspier, waardoor trappen lopen moeilijker gaat. Tevens kan er met deze techniek alleen een goede stabilisatie uitgevoerd worden, maar geen decompressie. Hierdoor dient de techniek soms gecombineerd te worden met een posterieure decompressie.

Inhoudsverantwoordelijke
Dr. Jan Wuyts, Neurochirurgie - 2016

Contact

Voor het plannen van een afspraak, opvragen van attesten of verslagen of meer informatie kan u terecht op ons hoofdsecretariaat te Genk.
Bereikbaar alle werkdagen van 08.30 u tem 16.30 u.

Tel. 0032 (0)89/32 60 40
E-mailadres: secretariaat.neurochirurgie@zol.be

Symposia

Hieronder kan u een overzicht raadplegen van de symposia van onze groep.

Publicaties

Hieronder kan u een overzicht raadplegen van de wetenschappelijke publicaties en professionele activiteiten van onze groep.

Bekijk alle publicaties

© 2020 Ziekenhuis Oost-Limburg