Correctie van de oogleden - Blefaroplastie

 

Vóór de ingreep

U hebt de chirurg gevraagd om het huidoverschot en/of de vetophopingen ter hoogte van de oogleden te corrigeren. Een operatie is mogelijk t.h.v. de bovenste en/of onderste oogleden. Vaak gebeuren beide ingrepen samen. De “wallen” die men ziet t.h.v. de onderste oogleden, maar ook soms dicht bij de neus t.h.v. de bovenste oogleden, zijn eigenlijk uitstulpingen van vetweefsel. Dit vet bevindt zich normaliter rond het oog, maar kan oppervlakkig uitstulpen, wanneer het vliesje dat het vet ter plaatse houdt, dunner wordt. Bij sommige personen is dit vliesje abnormaal zwak en kunnen de wallen zich op jonge leeftijd manifesteren. Wanneer dit het geval is, kan een operatieve ingreep dit corrigeren.

 

De heelkundige ingreep

De ingreep gebeurt meestal onder lokale verdoving. Na de operatie raden wij u aan om zo veel mogelijk de ogen te sluiten en te bedekken met koelkompressen, om de zwelling maximaal te beperken. Het is verboden om ijsblokjes in onmiddellijk contact te brengen met de oogleden, zo ontstaan immers vrieswonden. De beste oplossing is om koude, vochtige kompressen op de oogleden te plaatsen en deze regelmatig te vervangen. 

Bovenste ooglidcorrectie - bovenste blefaroplastie

De overhangende huidplooi die zich gevormd heeft boven de wimpers kan chirurgisch gecorrigeerd worden met een bovenste ooglidcorrectie. Een eventueel vetoverschot, dat soms gezien wordt ter hoogte van de neus, kan bij deze operatie ook verwijderd worden. Het litteken zal zich bevinden ter hoogte van de natuurlijke plooi in het bovenste ooglid, verlengd in een kraaienpootje. Eenmaal genezen, wordt het quasi onzichtbaar. Als het oog gesloten is, zal het litteken zichtbaar zijn als een fijne rode lijn gedurende enkele weken tot maanden. Vrouwen kunnen zich een zestal dagen na de operatie opnieuw maquilleren en zo het litteken maskeren.

Onderste ooglidcorrectie - onderste blefaroplastie

De insnede t.h.v. de onderste oogleden gebeurt net onder de wimpers, verlengd aan de buitenkant in een kraaienpootje. Het vetweefsel zal verwijderd of verplaatst worden. Voorzichtig zal ook een discrete hoeveelheid huid verwijderd worden. Als de wallen duidelijk zijn, en er slechts een minimale hoeveelheid huidoverschot aanwezig is, is het mogelijk om deze vetuitstulpingen te corrigeren door een insnede aan de binnenzijde van het ooglid te maken, doorheen de conjunctiva of het bindvlies van het oog.

 

Het postoperatieve verloop

De eerste nacht na de operatie is meestal vrij comfortabel. Sommige patiënten hebben een spanningsgevoel, of lichte pijn, die verdwijnt na het innemen van een pijnstiller. Indien de ogen zeer pijnlijk zijn na de ingreep, is het best om de chirurg onmiddellijk te verwittigen. In de mate van het mogelijke kan u de ogen bedekken met koelkompressen om de bloeduitstortingen en zwellingen te beperken. De oogleden zwellen zeer snel en u kunt hierover ongerust zijn. Het ontzwellen zal echter gebeuren over verloop van de volgende weken. Het kan zijn dat de ogen wat tranen de eerste dagen.

De hechtingen kunnen al verwijderd worden een 6 à 7-tal dagen na de ingreep. Het is mogelijk dat één week na de operatie niets meer zichtbaar is buiten wat lokale zwelling. Het is mogelijk dat u nog enkele bloeduitstortingen heeft, voornamelijk ter hoogte van de onderste oogleden. Na correcties t.h.v. de onderste oogleden zal er steeds een vochtophoping te zien zijn t.h.v. de overgang van de onderste oogleden naar de wangen. Deze zwelling is volkomen normaal, verdwijnt steeds, maar soms duurt dit tot 8 weken. Het is belangrijk dat de u voldoende geduld opbrengt. De zwelling kan indien gewenst, steeds gemaskeerd worden d.m.v. make-up.

Vrouwen kunnen zich maquilleren zodra de hechtingen verwijderd zijn. U dient zonnebaden met de ogen gesloten te vermijden gedurende een tweetal maanden. Met de ogen open, en beter nog met een grote zonnebril en Sun Protection Factor 50 bent u veilig. Reken op een viertal maanden voordat de littekens versoepeld en ontkleurd zijn. Dan is het definitieve resultaat zichtbaar. Op dat moment zal u een nieuwe afspraak krijgen bij de chirurg, om zo samen het finale resultaat te beoordelen.

Om zwelling na de operatie zo veel mogelijk te vermijden, dient u zich gedurende één week aan de volgende richtlijnen te houden:

  • Niet bukken;
  • Op twee kussens slapen (of het hoofduiteinde van het bed verhogen);
  • Niet in zijligging of buikligging slapen;
  • Voldoende rusten;
  • Geen zware fysieke activiteiten of werkzaamheden verrichten.

Deze operatie geeft u een frisse, uitgeruste aanblik gedurende meerdere jaren. Een nieuwe operatie is altijd mogelijk, maar dient uitgevoerd te worden met een bijzondere voorzichtigheid.

 

Mogelijke complicaties

Ondanks het feit dat de plastische chirurg alle voorzorgsmaatregelen in acht neemt om complicaties te vermijden, kunnen zich na elke operatie complicaties voordoen. Deze bestaan vooral uit nabloeding, infectie en ongewenste litteken- of bindweefselvorming. Hierdoor kan het uiteindelijke operatieresultaat negatief worden beïnvloed.

Ook belangrijk om te weten is dat bij ingrepen ter hoogte van de onderste oogleden, de oogsluitspier na de ingreep wat verzwakt kan zijn. Dit kan tot gevolg hebben dat het onderste ooglid wat uitzakt of zelfs wat naar buiten draait (ectropion). Vóór de ingreep zal de plastisch chirurg de stevigheid van het onderste ooglid beoordelen en u uitleggen of er nood is om bij de ingreep een bijkomende steun te geven aan het onderste ooglid. Deze bestaat uit een hechting, die langs de binnenzijde zal aangebracht worden en die verdwijnt na 2 à 3 maanden. Deze hechting is in sommige gevallen voelbaar aan de buiten-binnenzijde van de oogkas, doch zal verdwijnen. In sommige gevallen geeft deze bijkomende steun aan de ogen een vrij katachtig aspect, doch zoals vermeldt zullen de ogen in de loop van enkele weken à 2-tal maanden een normale positie innemen. Op dat moment zal de oogsluitspier voldoende hersteld zijn. Indien ondanks deze voorzorgsmaatregelen het onderste ooglid toch nog een beetje afhangt, kan dit zijn ten gevolge van een kleine bloeduitstorting in het onderste ooglid en littekenvorming. In 8 à 9 gevallen op 10 kan dit conservatief behandeld worden door middel van massage van het onderste ooglid, doch een zeldzame keer moet er een kleine correctieve ingreep gebeuren, die pas zal doorgaan na een 6 à 8-tal maanden.

 
 
 
 
 
 
Inhoudsverantwoordelijke
Dr. Bob Vermeulen, plastische chirurgie - 2018

© 2021 Ziekenhuis Oost-Limburg