Slaapcentrum

Slaapcentrum

Afspraken

Tel. 089/32 51 51, bereikbaar tussen 8 en 20 uur

Dr. Verhaert Jan, geneesheer-diensthoofd

Dr. Daenen Marc
Dr. Gubbelmans Rik
Dr. Janssens Eddy
Dr. Michiels Els

Als snurken een probleem vormt …

Sinds 1994 is er op campus Sint-Barbara een "slaapcentrum".  Andere diensten voor slaaponderzoek in Limburg bevinden zich in Munsterbilzen, Hasselt en Sint-Truiden. De medische bestaffing van het slaapcentrum in het ZOL wordt in eerste instantie waargenomen door de pneumologen van de dienst Longziekten maar onder meer omwille van het (nog steeds toenemend) multidisciplinair karakter van de behandeling van slaapproblemen werd het polysomnografisch onderzoek in een eigen dienst ondergebracht. Geneesheer-diensthoofd is dr. Jan Verhaert. 

Slaapanalyse ontstond in de jaren '70 vanuit de wetenschap dat het verloop van de vitale functies (hart, ademhaling zuurstoftransport) in slaaptoestand anders is dan in waaktoestand.  De pathologie die ontstaat tijdens de slaap heeft belangrijke repercussies op onze waaktoestanden. We zijn niet alleen slecht uitgeslapen: chronisch zuurstoftekort tijdens de slaap heeft allerlei nefaste gevolgen voor het functioneren van ons lichaam.  Vandaar dat slaapproblemen vaak ook verband hebben met hartritmestoornissen, hogere bloeddruk, en symptomen van hersendisfuncties zoals concentratieproblemen, vergetelheid en dementering.

Snurken

De belangrijkste slaapproblemen worden veroorzaakt door ademhalingstoornissen. Hoe ontstaan deze?

Tijdens het slapen treedt een algehele spierverslapping op.  Ook de spieren rond de keel ontspannen en dit kan aanleiding geven tot "dichtklappen".  Dit veroorzaakt een tijdelijke ademhalingsstilstand, het zuurstofgehalte in het bloed zakt, onze hersenen komen in nood en slaan alarm.  We worden wakker of komen in een minder diep slaapniveau. Bij alcoholgebruik versterkt dit nog omdat het de spierverslapping in de hand werkt.

Snurken is een symptoom dat steeds samengaat met deze problematiek: iedere apneulijder snurkt maar dit betekent nog niet dat iedere snurker aan apneu lijdt.  Apneu of "tijdelijke ademhalingsstilstand" wordt pas problematisch wanneer deze meer dan 10 maal per uur optreedt en vanaf 20 maal per uur is een behandeling noodzakelijk. 

Dr. Verhaert: "Andere bijkomende klachten van obstructief slapen zijn vermoeidheid en overmatige slaperigheid overdag.  Deze mensen slapen niet te weinig maar ze slapen slecht. Een extreem voorbeeld was de patiënt die zich, na 3 à 4 jaar behandeld te zijn geweest wegens het chronisch vermoeidheidsyndroom, in ons centrum aanmeldde. Na onderzoek en behandeling bleek het enkel te gaan om een slaapprobleem."

Naar schatting 10 à 15% van de bevolking heeft met deze problematiek te kampen maar vaak wordt deze niet als dusdanig onderkend.  In regel komt het apneusyndroom meer voor bij mannen dan bij vrouwen en houdt het vaak verband met obesitas of zwaarlijvigheid. De patiënten zijn meestal ouder dan 30 jaar en hebben vaak een zittend beroep. De problematiek wordt vaak onderschat wat aanleiding kan geven tot gevaarlijke situaties. Een plots overlijden tijdens de slaap is vaak een gevolg van een slaapapneu. En vrachtwagen- of buschauffeurs die slaapproblemen hebben zouden er best regelmatig een slaaponderzoek laten doen. 

Behandeling

Het slaapcentrum van het ZOL organiseert ook de behandeling. Bij obesitas is de eerste remedie uiteraard "vermageren". In andere gevallen of als bijkomende therapie wordt de nasale C.P.A.P.-therapie toegepast. C.P.A.P. staat voor "Continuous Positive Airway Pressure" wat  - in gewone mensentaal - betekent dat de patiënt slaapt met een neusmasker dat een constante luchtdruk verzekert waardoor de keel niet meer kan dichtklappen.  Dit is de minst invasieve therapie met het beste resultaat voor deze problematiek. 

Voor patiënten die om een of andere reden niet ijn aanmerking komen voor de C.P.A.P.-therapie rest er als alternatief  de luchtwegen chirurgisch te manipuleren. Vandaar dat ook de NKO-artsen en de maxillofaciale chirurgen van het ZOL samenwerken met het slaapcentrum.  Het zijn vaak vrij zware ingrepen maar voor de moeilijk te behandelen patiënt is dit momenteel de enige oplossing.  De heelkundige technieken zijn echter nog in evolutie en in dit verband wordt er veel verwacht van de lasertechniek. Voor obesitasbehandeling doet de dienst beroep op diëtisten. De inbreng van andere disciplines is trouwens ook noodzakelijk om thuisbeadelingen te organiseren. Momenteel heeft de dienst een 150-tal patiënten in thuisbehandeling en dit aantal neemt nog steeds toe.

De tweede grootste groep patiënten met slaapproblemen lijdt aan het C.O.P.D.-syndroom (Chronic Obstructive Pneumonary Diseaeses).  Chronische bronchitis en andere aandoeningen met een verminderde longcapaciteit liggen hier aan de basis van het probleem. Aangezien iedereen tijdens de slaap minder ademt dan in waaktoestand onstaat er bij deze patiënten, eerder dan bij anderen een zuurstoftekort.  Dit heeft vooral nadelige repercussies op de hartfuncties. Zij komen in aanmerking voor een therapie met een zuurstofconcentrator.  Hier krijgt de patiënt extra zuurstof toegediend via een toestel dat de zuurstof uit de omgevende lucht concentreert.  Bij mengvormen van de twee syndromen worden de zowel de zuurstofconcentrator als de C.P.A.P. op het neusmasker aangesloten.

90% van de patiëntenpopulatie van het slaapcentrum lijden aan het apneu- of het C.O.P.D.-syndroom.

Bij andere syndromen zoals hypersomnia (overmatig slapen overdag) zijn er geen ademhalingsstoornissen tijdens de slaap. Naargelang de defficiëntie in de slaaparchitectuur worden deze patiënten doorverwezen naar neurologen of psychiaters.

Hoe gebeurt zo een onderzoek?

De patiënt komt om 15.00 uur naar het ziekenhuis en krijgt een aantal kleefelectroden opgeplakt. Een vergelijking met een ruimtemannetje of de achterzijde van een stereoketen is niet geheel onterecht want er komen heel wat kabeltjes aan te pas.  Groot verschil is echter dat de kabeltjes geen stroom bevatten.  Gevaar voor electrocutie is er dus niet. Via een centrale contactdoos wordt deze bedrading met het opnameapparaat verbonden worden voor een eerste signaaltest. Als alles in orde is krijgt de patiënt terug een beetje bewegingsvrijheid en kan hij nog wat eten, lezen of TV kijken. Voor het slagengaan wordt alles nog een laatste maal gecontroleerd en wordt de patiënt terug aan het opnameapparaat gekoppeld.

De somnograaf registreert hartritme en electrocardiogram, de zuurstofverzadiging in het bloed, de bewegingen van borstkas en buik, de bewegingen van spieren, oogbollen, de slaappositie en de luchtstroom doorheen neus en mond.  Ook het geluid (snurken, piepen) wordt opgenomen.  Alles wordt mooi op een computerschijfje opgeslagen en 's morgens, door de verpleegkundige verwerkt tot nuttige informatie voor de arts.  De analyse en interpretatie van deze meetresultaten laten de behandelende arts toe de verdere behandeling te bepalen.

Het slaapcentrum te Lanaken doet momenteel een 400-tal slaapanalyses per jaar en heeft wachtlijsten van 3 à 6 weken.  Een uitbreiding van de slaapanalyses in het ziekenhuis wordt overwogen maar ook de organisatie van slaapregistratie thuis behoort tot de mogelijkheden.  Voordeel hiervan is dat het goedkoper is omdat een hospitalisatie vermeden wordt. Momenteel zijn een viertal personeelsleden van de dienst longziekten opgeleid om slaapgegevens te registreren.


Inhoudsverantwoordelijke: Dr. Jan Verhaert, Pneumologie - 2016

© 2018 Ziekenhuis Oost-Limburg