Zorggerelateerd

Patiëntveiligheid

Gezondheidszorg wordt elke dag complexer en meer specialistisch. Een kleine onoplettendheid of fout kan soms grote gevolgen hebben voor het resultaat van een behandeling. In het Ziekenhuis Oost-Limburg doen artsen, verpleegkundigen en andere medewerkers heel wat inspanningen om uw verblijf in het ziekenhuis zo veilig mogelijk te maken. Hierbij hebben we echter ook uw medewerking nodig. Als patiënt kan u immers ook een belangrijke bijdrage leveren aan uw eigen veiligheid. We geven u hiervoor enkele tips en suggesties die u kan gebruiken in de communicatie met uw arts en zorgverlener. Daarbij krijgt u een beter zicht op de initiatieven die u zelf kan nemen en op de informatie die de zorgverleners nodig hebben.

Thuismedicatie

Denk eraan om bij elke opname in het ziekenhuis een duidelijk overzicht van uw thuismedicatie mee te brengen. Ook de inname van geneesmiddelen zonder voorschrift, voedingssupplementen en geneeskrachtige kruiden (vb. Sint-Janskruid) dienen gemeld te worden. Meld eventuele medicatie-allergieën en volg tijdens uw behandeling goed op of u de juiste medicatie krijgt. Bij twijfel kan u steeds uw arts of een verpleegkundige aanspreken.

Via deze link vindt u een voorbeeld van een medicatieschema. U kan dit schema uitprinten, invullen en meebrengen bij u volgende raadpleging of opname in het ziekenhuis.

Geef informatie

Licht uw arts of andere zorgverleners in als u specifieke gezondheidsproblemen heeft. Dit kan bijvoorbeeld gaan over een chronische ziekte, letselschade of een prothese. Ook specifieke gewoonten in verband met alcohol, tabak, drugs of voeding kan u best melden.

Identificatie

Een correcte patiëntidentificatie is essentieel om de juiste patiënt de juiste diagnose en behandeling te geven. Als u opgenomen wordt, zal men u daarom een identificatiearmbandje aandoen met o.a. uw naam en geboortedatum. Zo zijn zorgverleners steeds in staat om uw identiteit te verifiëren. Kijk deze gegevens na en meld onmiddellijk als deze niet juist zijn. We vragen dat u het armbandje blijft dragen totdat u het ziekenhuis verlaat.

Lichaamshygiëne

Een goede lichaamshygiëne vermindert het risico op infecties. Daarom vragen we u als u voor een geplande opname naar het ziekenhuis komt, om vooraf een douche te nemen en zuivere kleding aan te trekken.
Als u een operatie moet ondergaan zal u ook hygiënische instructies krijgen van uw arts, als voorbereiding op de ingreep. Volg deze stipt op. Daarnaast vragen we om nagellak, kunstnagels en piercings te verwijderen en te zorgen voor verzorgde nagels.

Handhygiëne

Vermits een ziekenhuis een omgeving is waar veel zieken en dus ook ziektekiemen aanwezig zijn, is een correcte handhygiëne zeer belangrijk. Ontsmet en was geregeld uw handen met water en zeep. Doe dit zeker in volgende situaties:

  • Na contact met anderen.
  • Als uw handen zichtbaar vuil zijn.
  • Voor een maaltijd.
  • Na gebruik van het toilet.
  • Na hoesten, niezen of snuiten.
  • Voordat u de kamer verlaat voor een onderzoek of behandeling.

Handen moeten zuiver zijn tijdens patiëntenzorg. Daarom ontsmetten onze zorgverleners hun handen voor en na de zorg. Help ons eraan denken! Vraag aan de verpleegkundige naar de uitgebreide informatiebrochure rond handhygiëne als u meer info wenst.

Geïnformeerde toestemming of Informed Consent

Volgens de Wet op de Patiëntenrechten heeft u, als patiënt, het recht op informatie over uw gezondheidstoestand en over de voorgestelde behandeling. Een behandeling kan pas gestart worden nadat u hiervoor toestemming hebt gegeven. Als u een behandeling weigert, moet dit gerespecteerd worden.

Om aan deze voorwaarden te voldoen, zal uw zorgverlener u een ‘geïnformeerde toestemming’ of ‘informed consent’ vragen. Dit betekent dat de zorgverlener u of uw vertegenwoordiger volledig informeert over de voorgestelde procedures, behandelingen en onderzoeken. Nadat u deze informatie gekregen heeft, zal hij u vragen of u toestemming geeft om deze op te starten.

De zorgverlener ziet er hierbij op toe dat u of uw vertegenwoordiger op een begrijpelijke manier alle relevante informatie over de procedure, behandeling en onderzoeken krijgt en dat de voordelen, nadelen, alternatieven en relevante risico’s worden besproken.

Voor sommige procedures, behandelingen en onderzoeken kan u of uw vertegenwoordiger mondeling de toestemming voor een tussenkomst geven. De zorgverlening kan de toestemming ook aflezen uit uw gedragingen.

De zorgverlener registreert voor sommige procedures, behandelingen of onderzoeken dat u of uw vertegenwoordiger toestemming hebt gegeven in uw patiëntendossier. In sommige gevallen dient u of uw vertegenwoordiger de toestemming voor een tussenkomst schriftelijk te geven. Hierbij zal u gevraagd worden om een toestemmingsformulier te ondertekenen.

Uw arts zal u duidelijk informeren op welke manier u of uw vertegenwoordiger de toestemming voor een tussenkomst kan geven. In dringende situaties waarbij geen toestemming gevraagd kan worden, zal de zorgverlener steeds handelen in het belang van de gezondheid van de patiënt. De patiënt zal geïnformeerd worden van zodra dit mogelijk is.

Als patiënt heeft u het recht om de toestemming voor een tussenkomst te weigeren of in te trekken. Het weigeren of intrekken van toestemming wordt schriftelijk vastgelegd en toegevoegd aan het patiëntendossier. De zorgverlener zal u daarbij op de hoogte brengen van de gevolgen van de eventuele weigering of intrekking van de toestemming.

Gezondheidszorg wordt almaar complexer. Wees daarom betrokken bij uw behandeling, procedure of onderzoek en vraag actief bijkomende informatie aan uw arts of zorgverlener indien u nog vragen hebt.

Pijnbestrijding

In het ZOL doen artsen en verpleegkundigen heel wat inspanningen om aandacht te besteden aan uw (eventuele) pijn en de bestrijding ervan.

U bent, als patiënt, de enige die kan aangeven of u pijn heeft en hoe erg deze pijn is. Om uw (eventuele) pijn zo goed mogelijk te bestrijden, zal de arts of verpleegkundige u regelmatig vragen hoeveel pijn u heeft. Omdat het moeilijk is om duidelijk te maken hoeveel pijn u ervaart, kan het geven van een cijfer aan uw pijn u hiermee helpen.

Hoe geeft u pijn een cijfer? U geeft als de verpleegkundige bij u langskomt een cijfer van 0 tot 10 aan uw pijn. 0 betekent geen pijn en 10 is de ergste pijn die u zich voor kunt stellen. U kunt nooit een verkeerd cijfer geven. Het gaat immers om de pijn die u ervaart.

Wanneer u vragen heeft over uw pijn of pijnbestrijding kan u deze altijd bespreken met uw behandelende arts of verpleegkundige.

Dwangmaatregelen

Fixatie

We streven in het ZOL naar een fixatie-arme omgeving. Alvorens tot het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen wordt overgegaan, wordt eerst uitgezocht of er duidelijke redenen of oorzaken zijn voor het gedrag van de patiënt en of deze verholpen kunnen worden. Daarna wordt steeds nagegaan of er alternatieven zijn voor fixatie. Dit kan gaan om het wegnemen van prikkels, meer structuur geven aan de patiënt, het aanbieden van aangepaste hulpmiddelen enz…

Een beslissing tot fixatie wordt steeds in overleg genomen tussen de arts en de verpleegkundige. Ook de familie of de wettelijke vertegenwoordiger worden hierbij betrokken.

Het fixeren van patiënten wordt enkel overwogen wanneer dit noodzakelijk is voor de lichamelijke veiligheid van de patiënt en/of de zorgverleners. Het kan een maatregel zijn om vallen te voorkomen, bij verwarde, geagiteerde of agressieve patiënten, of als preventie wanneer de kans bestaat dat de patiënt sondes, katheters of de beademing uittrekt.

Bij een wilsonbekwame patiënt dient geïnformeerde toestemming verkregen te worden van de wettelijke vertegenwoordiger. Ondanks de weigering van de vertegenwoordiger om toestemming te geven, is het mogelijk dat arts en verpleegkundige toch tot fixatie moeten overgaan. Dit gebeurt enkel indien zij van oordeel zijn dat door de weigering het leven of de gezondheid van de patiënt ernstig bedreigd wordt.

Fixatie wordt onmiddellijk beëindigd wanneer de toestand van de patiënt dit toelaat.

Indien u vragen heeft kan u steeds terecht bij de verpleegkundigen van de afdeling en uw arts.

Isolatie

Een gespecialiseerde dienst Spoedgevallen dient te beschikken over een isolatiebox waarin patiënten met een acute psychiatrische pathologie tegen auto-mutulatie kunnen beschermd worden en van andere patiënten kunnen worden afgezonderd (KB 1998). Ook de dienst Spoedgevallen in het ZOL is uitgerust met een isolatiebox.

Verpleegkundigen op Spoed worden frequent geconfronteerd met lichamelijke agressie vanwege patiënten. Diverse ziektebeelden of situaties zoals alcohol- en middelenmisbruik, psychische decompensatie,… kunnen immers agitatie, verwardheid en desoriëntatie veroorzaken.

Als de verpleegkundigen er niet in slagen om verbaal of via houding het agressief gedrag van een patiënt te keren, kan mogelijk overgegaan worden tot isolatie en eventueel fixatie. Bedoeling is een letsel bij de patiënt zelf of bij anderen te voorkomen. Een snelle diagnose en doeltreffende behandeling van de agressie is noodzakelijk.

Opname in de isolatiebox, al dan niet met fixatie, gebeurt alleen op voorschrift van de arts of na overleg tussen de verpleegkundige en de arts. Indien in een noodtoestand een verpleegkundige de beslissing tot isolatie neemt, zal na de uitvoering de behandelende arts of de arts van wacht hiervan op de hoogte gebracht worden.

De isolatie wordt onmiddellijk opgeheven wanneer ze niet meer nodig is.

Met vragen kan u steeds terecht bij de verpleegkundigen van de afdeling, de behandelende arts of de arts van wacht.

Dwangmedicatie

Indien nodig kunnen isolatie en fixatie medicamenteus ondersteund worden. Dit gebeurt uiteraard uitsluitend op voorschrift van de arts. Vooraf wordt steeds uitgezocht of er alternatieven mogelijk zijn. Het gebruik van sederende medicatie wordt onmiddellijk stopgezet wanneer mogelijk.

Indien u vragen heeft kan u steeds terecht bij de verpleegkundigen van de afdeling en bij uw arts.

Voorbereiding van uw ontslag

Als u het ziekenhuis mag verlaten zal uw arts of verpleegkundige u hier van op de hoogte brengen. U kan dan regelingen treffen voor begeleiding en vervoer. Ook het uur waarop u mag vertrekken, wordt met u afgesproken. Meer en meer gebeurt het effectieve ontslag al in de ochtend of de voormiddag. Zo hebben wij de tijd om de kamer tijdig te poetsen en hoeven nieuwe patiënten niet op een kamer te wachten. Wij danken u voor uw medewerking en begrip.

Voor u vertrekt, zullen alle administratieve zaken geregeld worden. Indien nodig komt een sociaal verpleegkundige langs om een aantal praktische zaken, zoals bijvoorbeeld thuiszorg, met u door te nemen. Tot slot komt de arts nog langs om uw laatste vragen te beantwoorden.

  • Vraag voldoende uitleg over uw verder behandelplan wanneer u het ziekenhuis verlaat.
  • Moet u nog therapie volgen en hoe lang?
  • Welke medicatie moet u nog nemen en hoe lang?
  • Hoe lang zal uw herstel duren?
  • Zijn er bepaalde symptomen of signalen waarop u moet letten?
  • Met wie moet u contact opnemen als er problemen zijn?
  • Wanneer kan u uw normale activiteiten opnieuw opnemen?
  • Moet u nog op controle komen?

 

© 2018 Ziekenhuis Oost-Limburg