In Vitro Fertilisatie (IVF) en Intracytoplasmatische Sperma Injectie (ICSI)

IVF staat voor In Vitro Fertilisatie of bevruchting buiten het lichaam, met andere woorden proefbuis-bevruchting. Er zijn verschillende indicaties voor IVF: niet-doorgankelijke eileiders, ernstige endometriose, verminderde vruchtbaarheid bij de man, onverklaarde infertiliteit ….

De IVF behandeling verloopt als volgt:

  1. Met behulp van een hormoonstimulatie worden bij de vrouw meerdere eicellen tegelijkertijd tot rijping gebracht. Zoals eerder beschreven rijpen deze eicellen uit in vochtblaasjes, ook follikels genoemd, die naarmate de eicel verder rijpt, groter worden. Aan de hand van vaginale echografie kan men eenvoudig het aantal en de grootte van deze follikels meten.
  2. Bovendien worden bloedafnames uitgevoerd om de hoeveelheid Oestradiol, LH en progesteron te meten. Deze hormoonwaarden, samen met de echografie van de eierstokken, geven voldoende informatie over het vermoedelijk aantal en de rijpheid van de eicellen.
  3. Wanneer de follikels groot genoeg zijn (15 – 25 mm) wordt een inspuiting met zwangerschapshormoon (hCG- Pregnyl®) gegeven. Deze toediening zorgt ervoor dat de eicellen verder uitrijpen en dat de eisprong 36 à 38 uur later optreedt. Daarom gebeurt het leegzuigen van deze follikels best 34 tot 36 uur na deze inspuiting. Indien er risico op een ovarieel hyperstimulatiesyndroom is, wordt geopteerd voor een ander product, namelijk decapeptyl/gonapeptyl®.
  4. Met een holle naald, onder echografische controle, worden de follikels één voor één aangeprikt. Dit noemt men een follikelpunctie of "pick-up". Een pick-up duurt gemiddeld 15 minuten (afhankelijk van de hoeveelheid follikels) en wordt uitgevoerd onder een lichte sedatie. De pick-up wordt uitgevoerd in het operatiekwartier van het fertiliteitscentrum; u mag na de ingreep naar huis nadat u even gerust heeft.
  5. Het follikelvocht wordt onmiddellijk onder een microscoop onderzocht in het laboratorium. Als een eicel gevonden wordt, zal deze onmiddellijk in de juiste cultuurvloeistof geplaatst worden en vervolgens in de broedstoof bij 37°C en met de juiste vochtigheid en zuurtegraad bewaard worden. Op het einde van de pick-up zal men u vertellen hoeveel eicellen er gevonden werden. De dag van de pick-up wordt ook aan uw partner gevraagd een spermastaal naar het laboratorium te brengen. Hieruit worden de beste zaadcellen geconcentreerd.
  6. De bevruchting: Voor de klassieke IVF-methode worden 5000 goed tot zeer goed beweeglijke spermacellen bij de eicellen gebracht, dit ongeveer 3 à 4 uren na de eicelcollectie. Bij IVF heeft er een "natuurlijke" selectie plaats van de spermacel die de eicel zal bevruchten. Immers: één enkele spermacel moet de ei-schil of zona binnendringen en vervolgens met de eicel versmelten.
    Wanneer er onvoldoende spermacellen aanwezig zijn en/of hun beweeglijkheid niet voldoende is en/of er veel abnormale spermavormen in het staal aanwezig zijn, kan ICSI toegepast worden. Hiervoor zal de embryoloog één enkele spermacel oppikken en in de eicel brengen, dit met behulp van een zeer fijn glazen naaldje en een gespecialiseerde micromanipulatie microscoop.
    Wanneer ICSI wordt toegepast, moet enkel de laatste stap, het activeren van de eicel, nog plaatsvinden.
  7. 24 uur na de eicelcollectie kan de bevruchting waargenomen worden onder de microscoop. De voorkernen (het erfelijk materiaal) van de eicel en de zaadcel zijn samen zichtbaar in de eicel. Ook abnormale bevruchtingspatronen kunnen voorkomen alsook het uitblijven van een bevruchting. Gemiddeld worden 7 op 10 eicellen bevrucht na IVF of ICSI. Het tijdstip van de terugplaatsing wordt met het labo afgesproken. Eén dag na de pick-up wordt u opgebeld door iemand van het labo; zij zullen u vertellen hoeveel eicellen er bevrucht zijn en op welke dag de terugplaatsing zal doorgaan.
  8. Embryo’s in de broedstoof: na de bevruchting van de eicel gaan de voorkernen versmelten en verdwijnen. Vervolgens zal het embryo delen in meerdere cellen. Elke dag wordt het groeiende embryo bestudeerd en wordt het aantal cellen, het aantal fragmenten genoteerd. Wanneer er voldoende embryo’s groeien wordt er gewacht tot dag 5 van de ontwikkeling in de hoop een snel delende blastocyst te kunnen terugplaatsen.
  9. Embryotransfer: om een zwangerschap te bekomen, moeten de embryo’s in de baarmoeder teruggeplaatst worden. Dit kan op dag 3, 4 of dag 5 van de embryo-ontwikkeling. Hiervoor wordt het embryo (of embryo’s) in een dunne katheter opgezogen die in de baarmoeder wordt ingebracht. Vervolgens wordt het hoog in de baarmoeder afgezet. Dit is doorgaans een pijnloze procedure.
    Wanneer er overtollige embryo’s van goede kwaliteit zijn kunnen deze worden ingevroren voor terugplaatsing op een latere datum (zie invriezen-ontdooien embryo’s).
  10. Progesteron (vaginale Utrogestan® tabletjes) wordt voorgeschreven om de innesteling te bevorderen. Dertien dagen na de pick-up gebeurt een bloedname om na te gaan of er een positieve zwangerschapstest is.

 

Sinds 1 juli 2003 wordt de Ivf-behandeling grotendeels vergoed door uw Belgisch ziekenfonds. De terugbetaling werd gekoppeld aan een terugplaatsingsstrategie wat betreft het aantal embryo’s per terugplaatsing, met als doel zo veel mogelijk meerlingzwangerschappen te voorkomen.
 

Leeftijd

Poging

Embryo's

<=35 1e 1
  2e 1 of 2
  3e - 6e max 2
>35 en <= 39 1e en 2e max 2
  3e - 6e max 3
>39 en <= 42 1e - 6e max 3
Inhoudsverantwoordelijke
Dr. Nathalie Dhont, Fertiliteit - 2021

© 2021 Ziekenhuis Oost-Limburg