Prenatale screening en diagnostiek

Prentale screening 

Bij elke zwangerschap wordt er de mogelijkheid geboden om een prenatale screening uit te voeren.
Het vertelt u hoe groot de kans is dat uw baby aan een bepaalde aandoening lijdt.
Deze testen houden geen gevaren in voor de zwangerschap, maar geven ook geen uitsluitsel over mogelijke aandoeningen bij de baby.

Ze geven enkel een indicatie van het risico, bestaat er een kans op deze aandoening?

  • Nekplooimeting: bij de 1ste echografie zal de arts de nekplooi meten. Daarbij wordt het vocht onder de huid ter hoogte van de nek gemeten. Een abnormale vochtophoping (>3,5 mm) in de nek van de foetus wijst op een hoger risico op chromosomale afwijkingen of aangeboren afwijkingen.
  • Niet invasieve prenatale test (NIPT): de NIPT is een eenvoudige bloedafname die wordt uitgevoerd vanaf 11 weken zwangerschap. Met deze test wordt celvrij DNA in het bloed van de moeder onderzocht. Dit is de basis van de genetische code van de baby. Trisomie 21 (syndroom van down) en de meer zeldzame afwijkingen trisomie 13 (syndroom van Edwards) en trisomie 18 (syndroom van Patau) worden onderzocht. Daarnaast krijgt u ook een zicht op het geslacht van de baby. Meer informatie kan u terugvinden in de brochure over NIPT. Voor meer informatie verwijzen we graag naar de brochure 'Zwangerschap niet invasieve prenatale test'

Prenatale diagnostiek

Als een screeningstest een hoger risico geeft op chromosoomafwijkingen, dan wordt er een diagnostische test aangeboden. Hier spreken we dan van de vruchtwaterpunctie of vlokkentest. Beide onderzoeken geven een verhoogd risico op miskraam (respectievelijk minder dan 1 op 100 en 1 op 200).

Inhoudsverantwoordelijke
Dr. T. Mesens, gynaecoloog - 2022

© 2022 Ziekenhuis Oost-Limburg