Beginpagina Contactformulier Sitemap Zoeken
Kinderen Werken bij het ZOL Deelsites

Leven met hartfalen

Inhoud

printversie-icoon


1. Bespreking ‘hartfalen’
1.1. Wat is hartfalen en hoe merkt u het ?

Wanneer de hartspier om de een of andere reden onvoldoende kracht heeft om het bloed in het lichaam te pompen, spreekt men van ‘hartfalen’ of hartinsufficiëntie. Concreet betekent dit dat het hart niet meer in staat is om aan alle organen voldoende bloed en zuurstof te leveren.  Bij de samentrekking van de hartspier (‘hartslag’) wordt minder bloed dan normaal in de bloedvaten gepompt.  Het gevolg hiervan is dat het hart sneller moet samentrekken om zo de noodzakelijke bloedstroom te verzekeren.
Dit proces zal het hart verder verzwakken of het hart ‘vermoeid’ maken.

  • Indien de linker harthelft onvoldoende pompt, raken de bloedvaten van de longen overvol.  Hierdoor ontstaat er ter hoogte van de longen vochtophoping  waardoor kortademigheid (dyspnoe) en kriebelhoest kunnen optreden .
    Het plots optreden van felle benauwdheid is meestal een verergering van de toestand (“longoedeem” of “water op de longen”).
  • Indien de rechter harthelft onvoldoende pompt, kan er eveneens vochtophoping optreden.   Doch dit doet zich dan voornamelijk voor ter hoogte van de buik, benen en voeten.
  • Een combinatie van linker en rechter hartfalen kan zich eveneens voordoen .

Samengevat zijn de meest voorkomende klachten van mensen met hartfalen:

  • vermoeidheid
  • kortademigheid
  • opgezette benen en enkels
  • een vol gevoel in de bovenbuik, een opgezette buik
  • zwaarder worden terwijl u niet méér dan normaal eet (ophoping van vocht)
  • vaker moeten plassen ’s nachts met soms weinig urineproductie overdag
  • prikkelhoest, vooral bij platliggen
  • verminderde eetlust
  • slapeloosheid of onrustige slaap, duizeligheid
  • verstopping (obstipatie)
  • koude handen en voeten (door slechte bloedcirculatie)
  • concentratiestoornissen.

pijl top lemon

1.2. Wat zijn de oorzaken van hartfalen ?

Hartfalen kan verschillende oorzaken hebben.  Welke ook de oorzaak is, de pompfunctie van het hart is altijd verminderd.
Op basis van aanvullende onderzoeken kan de arts de oorzaak van deze aandoening opsporen.

De belangrijkste oorzaken zijn:

  • Eén of meer doorgemaakte hartinfarcten
    De hartspier is beschadigd tijdens een hartinfarct en verliest op die plaats zijn pompkracht.

  • Hoge bloeddruk
    Wanneer de hartspier langdurig tegen een te hoge weerstand moet inpompen, gaat deze in eerste instantie verdikken, vervolgens stijver worden en alzo aanleiding geven tot het ontstaan van hartfalen.

  • Niet goed functionerende hartkleppen
    De hartspier kan overbelast raken door hartkleppen die vernauwd zijn of zich onvoldoende sluiten.

Hartfalen_leven_01

  • Ritmestoornissen
    Een te snel of juist een te traag hartritme kan tevens aanleiding geven tot het ontstaan van deze aandoening.  Wanneer echter een ritmestoornis de enige oorzaak is, kan een aangepaste behandeling hartfalen voorkomen. 

  • Ziekte van de hartspier (cardiomyopathie)
    Letterlijk betekent cardiomyopathie ‘ hartspierziekte’.
    Bij deze aandoening zijn er wel voldoende hartspiercellen aanwezig, maar vertonen deze  een abnormale bouw en functie.  Meestal wordt dit veroorzaakt door erfelijke aanleg.
    Cardiomyopathie is een ziekteproces waarbij een verwijding van de hartkamer of verdikking van de hartspier optreedt, wat per definitie niet altijd leidt tot klachten.

pijl top lemon

1.3 Tekenen van verslechtering

Het gebeurt vaak dat mensen met hartfalen bij een toename van klachten op een te laat moment naar de (huis)arts gaan.  Door bij de eerste tekenen die duiden op verslechtering de arts of de hartfalenverpleegkundige te raadplegen, kan soms voorkomen worden dat de situatie zodanig verergert dat een ziekenhuisopname nodig is.
Bij toename van klachten wordt nagegaan wat de aanleiding kan zijn, zoals bijvoorbeeld onderdosering van medicatie, teveel natrium- of vochtopname, infectie, ….
Soms gaat het niet om het plotseling optreden van klachten, maar om een langzame verandering, vaak in combinatie met een geleidelijke gewichtstoename.

De belangrijkste tekenen van verandering of ontregeling zijn:

  • gewichtstoename van 2 kg (of meer) in 2-3 dagen door het vasthouden van vocht
  • toename van kortademigheid
  • opgezette enkels / benen
  • strakker zitten van de kleren / vol gevoel in de buik
  • overdag minder wateren
  • ’s nachts vaker dan anders moeten wateren
  • verandering van hartritme
  • toename van vermoeidheid en vermindering van inspanningsvermogen
  • duizeligheid
  • verminderde concentratie.

Hartfalen_leven_02

Naast symptomen van verergering is het belangrijk de (huis)arts te waarschuwen bij:

  • pijn op de borst
  • misselijkheid, braken en diarree
  • een grieperig gevoel of koorts dat een aantal dagen aanhoudt.  Hierdoor kan de vochtbalans verstoord raken en kan het nodig zijn de medicatie of de vochtbeperking aan te passen.

pijl top lemon

1.4 Met welke onderzoeken kan u te maken krijgen ?
  • Röntgenonderzoek van hart en longen (thorax foto)

Op de foto is onder andere te zien of het hart te groot is, de bloedvaten van de longen overvol zijn en/of er vochtophoping aanwezig is.

  • Bloedonderzoek

Een bloedonderzoek kan soms de oorzaak van hartfalen aantonen.
Denkend hierbij aan bepaalde schildklieraandoeningen of nierziekten.  Dit onderzoek heeft eveneens als doel na te gaan of de medicatie goed door u wordt verdragen

Hartfalen_leven_03 

  • Elektrocardiogram

Bij een elektrocardiogram (ECG)  meet een toestel de elektrische activiteit van het hart wat dadelijk op een papierstrook wordt weergegeven.  Dit onderzoek maakt het mogelijk na te gaan of u reeds eerder een hartinfarct heeft doorgemaakt.  Ook hartritmestoornissen (te snel of te langzaam hartritme) en cardiomyopathie (hartspier-ziekte) zijn hierdoor vaak te herkennen.

Hartfalen_leven_04 

  • Echocardiogram

Met behulp van ultrageluidsgolven worden afbeeldingen weergegeven van de hartspier en de bloedstroom in het hart.  De bekomen beelden geven een indruk van de grootte van de hartkamers, de dikte en pompfunctie van de hartspier, eerder doorgemaakte infarcten én het functioneren van de hartkleppen. Zowel lekkende als vernauwde hartkleppen kunnen zo worden opgespoord. 
In sommige gevallen wordt dit onderzoek via de slokdarm uitgevoerd (met lichte verdoving), waardoor bepaalde delen van het hart beter en van naderbij kunnen worden bekeken en beoordeeld.

  • Inspanningsproef of fietsproef, met ergospirometrie

Met een inspanningstest en ergospirometrie (of meten van het zuurstofverbruik) worden verscheidene metingen gedaan:

  • maximaal zuurstofverbruik : wanneer het hart niet meer over voldoende kracht beschikt om te pompen, dan zal er bij inspanning ook minder bloed naar de weefsels worden gebracht.  Deze effecten kunnen nauwkeurig worden gemeten.
  • opvolgen van ritmestoornissen
  • opsporen van zuurstoftekort in het hart zelf, ten gevolge van mogelijk vernauwde kransslagaders (op te volgen via het ECG).

Hartfalen_leven_05

  • Inspanningsonderzoek met isotopen (‘thalliumscan’)

Is een specifiek onderzoek waarbij een medicijn wordt toegediend dat de bloedvaten openzet (stresssituatie), waarna een licht radio-actieve stof (Thallium®) wordt ingespoten.  Vervolgens worden er beelden gemaakt met de camera, zodoende dat men een idee krijgt van de doorbloeding van het hart in deze stresssituatie.

  • Petscan

Dit onderzoek bestudeert de leefbaarheid van de hartspier.  Eerst wordt een radio-actieve stof ingespoten waarmee met behulp van een camera de doorbloeding van de hartspier in beeld kan worden gebracht.  Nadien wordt er een tweede licht radio-actieve stof ingespoten waarbij de stofwisseling kan worden bekeken.  Uiteindelijk worden deze twee beelden met elkaar vergeleken, om alzo de leefbaarheid van de hartspier te kunnen aantonen.

  • Coronarografie / hartcatheterisatie

Een coronarografie is een onderzoek van de kransslagaders(de bloedvaten die de hartspier voeden). Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving d.m.v. een dun buisje dat langs de lies naar het hart wordt opgeschoven. Via deze catheter én met behulp van contraststof kan men de druk in het hart meten en de toestand van de kransslagaders beoordelen. De bekomen afbeeldingen worden op film, video of CD vastgelegd.

Een hartcatheterisatie is een onderzoek waar men de drukken in linker en rechter hartkamers en voorkamers rechtstreeks meet en een rechtstreekse meting doet van het hartdebiet.
Het onderzoek gebeurt meestal via de lies waarbij zowel de ader als de slagader worden aangeprikt.

Tien à vijftien minuten na de onderzoeken wordt de katheter ter hoogte van de lies verwijderd, waarna u zes tot acht uur strikte bedrust dient te houden om bloedingen te voorkomen.

Voor bijkomende informatie omtrent de onderzoeken kan u beroep doen op een speciaal daarvoor ontworpen brochure.

  • Holter

Een holter is een apparaat dat gedurende 24u, de hartactiviteit registreert om alzo mogelijke hartritmestoornissen te kunnen achterhalen.

  • Stressechografie

Is een echografisch onderzoek waarbij d.m.v. een welbepaalde stof, die wordt ingespoten, een plaatselijke bloedeloosheid ter hoogte van de hartspier kan worden opgespoord.

pijl top lemon

2. Medicatie

U zal verschillende soorten medicatie voorgeschreven krijgen.  Het is daarbij belangrijk deze volgens voorschrift in te nemen en de dosering ervan niet op eigen houtje aan te passen, naargelang men zich beter of slechter voelt.

Vergeet u echter een medicijn in te nemen, dan mag niet zomaar een dubbele dosis worden ingenomen.  Bespreek best op voorhand deze situatie met de arts of hartfalenverpleegkundige.
Stop nooit de inname van medicatie zonder overleg, zelfs al zou er sprake zijn van bijwerkingen.
In de hiernavolgende pagina volgt een korte bespreking.  Verdere informatie kan u bekomen bij uw arts, de hartfalenverpleegkundige of in de bijsluiter.

Correcte medicatie inname = grotere kans op langer leven !

 

Diuretica (plasmedicatie)

Werking

Nevenwerking

  • Lasix ® (furosemide)
  • Burinex ® (bumetanide)
  • Aldactone ® (spironolacton)

 

  • afvoeren van overtollig vocht
  • krampen (van de benen)
  • wateren
  • dorst
  • bij gebruik van spironolacton  : erectieprobleem,  bij de man en menstruele stoornissen bij  de vrouw

ACE-inhibitoren

Werking

Nevenwerking

  • Capoten ® (captopril)
  • Tritace ®
    (ramipril)
  • Renitec ® (enalapril)

 

  • vaatverwijders zorgen ervoor dat het hart het bloed makkelijker kan wegpompen
  • prikkelhoest
  • duizeligheid (door lage bloeddruk)
  • lage bloeddruk
  • zwelling van tong of gelaat

Angiotensine II-recepor blokkers

Werking

Nevenwerking

  • Cozaar ® (kaliumlosartam)

 

  • vaatverwijders worden toegepast daar waar het gebruik van ACE-inhibitoren niet wordt verdragen wegens hoest
  • gelijkaardig aan deze van de ACE-inhibitoren, maar hoest is hier echter geen probleem

ß-blokkers

Werking

Nevenwerking
  • Emconcor ®
    (bisoprolol)
  • Isoten ® (bisoprolol)
  • Sectral ® (acebutolol)
  • Selectol ® (celiprolol)
  • Seloken ®
    (metroprolol-tatraat)
  • Kredex ®(carvedilol)
  • vertragen de hartslag waardoor het hart minder zuurstof verbruikt en op lange termijn de hartfunctie kan verbeteren
  • duizeligheid (in het begin van de behandeling
  • koude handen en voeten
  • erectieproble-men
  • lage bloeddruk

Digitalispreparaten

Werking

Nevenwerking

  • Lanoxin ® (digoxine)
  • Digitaline Nativelle ® (digitoxine)

 

  • vergroten de kracht waarmee het hart samentrekt en verlagen het hartritme

teveel digitalis in het lichaam geeft aanleiding tot:

  • misselijkheid
  • wazig/slecht zicht
  • lage polsslag

 

Nitraten

Werking

Nevenwerking

  • Cedocard ® (isosorbidedinitraat)
  • Corvaton ® (molsidomine)
  • Corvatard ® (molsidomine)
  • Deponit ® (nitroglycerine)

 

  • vaatverwijders
  • duizeligheid
  • hoofdpijn
  • rusteloosheid
  • blozen
  • snelle polsslag

Calciumantagonisten

Werking

Nevenwerking

  • Amlor ® (amlodipine)
  • Adalat ® (nifedipine)

 

  • vaatverwijders
  • hoofdpijn
  • lage bloeddruk
  • enkelzwelling

Anticoagulantia

Werking

Nevenwerking

  • Marcoumar (fenprocoumon)
  • Sintrom ® (acenocoumarol)

 

  • bloedver-dunners
  • bij verwondinglanger nabloeden
  • verhoogde kansop blauwe  plekken

Aandachtspunt : meld het gebruik van anticoagulantia steeds aan uw tandarts

Anti-arytmica

Werking

Nevenwerking

  • Cordarone ® (amiodaron)

 

  • ter behandelingvan ritme- stoornissen
  • verhoogde kans op zonnebrand
  • pigmentatie
  • schildklier-probleem

pijl top lemon

3. Leren leven met hartfalen

Het succes van de behandeling bij hartfalen is voor een belangrijk deel afhankelijk van het succes van de medicamenteuze behandeling.  Doch een groot deel van dit succes hangt af van de wijze waarop u zelf met die behandeling omgaat:  door het weloverwogen toepassen van de leefadviezen over zout en vochtbeperking, rust en activiteit, e.a.

Naargelang de klachten ernstiger worden, dienen  de aanbevelingen in deze brochure strenger te worden opgevolgd.  U kan samen met de arts en/of hartfalenverpleegkundige overleggen wat voor U belangrijk is.

  • Zout-en vochtbeperking

Zodra de eerste tekenen van hartfalen zich voordoen, is het belangrijk minder zout te gebruiken.   Zout bevat immers natrium en dit houdt vocht vast.
Hoe meer vocht er in de circulatie komt, hoe zwaarder de belasting wordt voor het hart met als gevolg een verhoogde kans op vochtopstapeling (oedeem).
Bij ernstiger vormen van hartfalen wordt de zoutbeperking strenger en moet ook de vochtinname worden beperkt.  Dit wil zeggen dat per dag meestal niet meer dan 1.5 liter vocht mag worden ingenomen.  Koffie, thee, soep, pudding, fruit, (meer dan 3 stukken per dag
 è1 stuk = 100 ml vocht) enz….moet u meetellen.
Vochtbeperking samen met plaspillen (diuretica) zorgen ervoor dat er iets minder vocht in de bloedsomloop zit dan normaal, waardoor het hart minder belast wordt.

De diëtiste zal tijdens het verblijf in het ziekenhuis bij U langskomen en het dieet grondig bespreken.  Hierbij ontvangt U een dieetblad waarin vermeld staat wat U wél of niet mag eten.

  • Rust en activiteit

Afhankelijk van de ernst van hartfalen is het beter rust te nemen of juist actief te zijn.  Indien het lichaam te veel vocht vasthoudt, kan (bed)rust tijdelijk nodig zijn.  Als er weer een betere fase aangebroken is, is het vaak goed om actief te zijn, voor het verbeteren van de conditie of het op peil houden ervan.  Zorgen voor dagelijkse, gedoseerde activiteiten is hierbij belangrijk.  Het is tevens van belang te  weten dat u niet veroordeeld wordt tot gedwongen rust.  Het gaat erom de activiteiten beter te leren verdelen, met het inlassen van pauzes.  Dit vraagt wat aanpassingstijd.

Mensen met hartfalen zeggen vaak dat er goede en slechte dagen zijn.  Houd hier dan ook rekening mee en pas de inspanningen aan.

De arts, fysiotherapeut of hartfalenverpleegkundige kunnen u adviseren over de juiste vorm en hoeveelheid inspanning en over de mogelijkheden die het ziekenhuis of sportcentra hiervoor bieden.

  • Gewicht en overgewicht

Overgewicht is een belangrijke risicofactor.   Probeer daarom uw ideaal gewicht te bereiken en te behouden, zonodig met behulp van een diëtiste. Zorg voor gevarieerd eten en matig het gebruik van verzadigde vetten. 

Een goede balans wordt bereikt door verzadigde vetten te vervangen door oliën en dieetvetten, alsook door meer brood, aardappelen (rijst of pasta), peulvruchten, groenten en fruit te eten.  Daardoor krijgt u minder verzadigd vet en meer onverteerbare vezels binnen, wat de gezondheid ten goede komt.

  • Roken en alcohol

Hartfalen_meven_06

Vanzelfsprekend is het beter voor de gezondheid wanneer u niet rookt en geen drugs (alcohol ) gebruikt.  Roken is de belangrijkste risicofactor voor het krijgen van een hartinfarct.

Naast roken kan alcohol ook een nadelig effect hebben op de pompfunctie van het hart, vooral dan wanneer het gaat over grote hoeveelheden alcohol. Over het algemeen wordt aangeraden geen of zeer weinig alcohol te gebruiken.

Sommige medicijnen werken slecht in combinatie met alcohol.  Maar soms, als u er erg aan gehecht bent, is één glas of twee glazen wijn per dag bespreekbaar.

  • Eigen controlemiddelen

Als patiënt beschik je over eigen controlemiddelen om de symptomen tijdig te ontdekken.

Gewichtscontrole

Weeg u dagelijks op een vast moment van de dag, bij voorkeur ’s ochtends én onder dezelfde omstandigheden ( na het wateren en voor het ontbijt).

Noteer het gewicht op een lijstje zodat het verloop van uw gewicht gemakkelijk kan gevolgd worden.  Breng deze lijst ook telkens mee bij het consult aan de arts of de hartfalenverpleegkundige .

Is er een gewichtstoename (in enkele dagen tijd) van meer dan 2 kg, terwijl u toch normaal eet, is de kans groot dat uw lichaam vocht vasthoudt.  Neem dan contact op met uw arts of hartfalenverpleegkundige.

Ook overgewicht dat niet wordt veroorzaakt door het vasthouden van vocht betekent een extra belasting voor het hart.  Houd uw gewicht op het juiste niveau.

Bloeddrukcontrole

Een verhoogde bloeddruk zorgt ervoor dat het hart tegen een grotere druk bloed moet rondpompen, wat een grotere inspanning van de hartspier vraagt.   

Een hoge bloeddruk die niet wordt ontdekt en dus onbehandeld blijft, geeft op termijn aanleiding tot het verdikken van de hartspier waardoor het samentrekkingsvermogen afneemt.

Eveneens betekent dit een belasting voor andere organen, zoals de nieren en hersenen én geeft deze toestand aanleiding tot het versnellen van het vernauwingsproces in de bloedvaten.  Dit verhoogt de kans op het krijgen van een infarct.

Vandaar het belang de bloeddruk regelmatig te (laten) controleren. Afhankelijk van de toestand wordt voorgesteld dit dagelijks of wekelijks te doen.

Deze gegevens worden door U genoteerd op een lijst .  Het is belangrijk telkens deze lijst met gegevens mee te brengen naar de consultatie bij de arts of de hartfalenverpleegkundige.

Hartfalen_leven_07

Polscontrole

Dit gebeurt om na te gaan of de pols regelmatig of onregelmatig, snel of traag is.

  • Sexualiteit

Hartfalen heeft ook zijn invloed op het sexueel functioneren.  Hiervoor kunnen verschillende verklaringen worden gegeven.  Het is mogelijk dat iemand (tijdelijk) geen zin heeft in vrijen, door een ziekenhuisopname en/of door de ziekte zelf.

Een andere, mogelijke verklaring is het verminderd inspanningsvermogen, waardoor bij mannen impotentie kan ontstaan.

Ook angst voor (seksuele) inspanning kan het seksueel functioneren beïnvloeden.

Tenslotte kunnen bepaalde medicijnen een   negatieve invloed op het vrijen hebben.  Afhankelijk van de oorzaak kan naar een gerichte oplossing gezocht worden, bv. wijzigen van welbepaalde medicatie.

 Hartfalen_leven_08

pijl top lemon

4. Psycho-sociale gevolgen voor patiënt en partner

Een chronische aandoening als hartfalen is niet alleen lichamelijk belastend, maar heeft ook dikwijls psychische gevolgen.  De gevolgen van hartfalen zijn voor veel mensen moeilijk te accepteren, juist omdat ze voortdurend met hun ziekte worden geconfronteerd.  Steeds meer dingen die ze eerst nog zelfstandig konden doen, moeten worden overgelaten aan anderen.   Bovendien is hartfalen een chronische aandoening, die ondanks het opvolgen van diverse leefregels niet te genezen is.
Dit gaat natuurlijk gepaard met de nodige gevoelens van verdriet, boosheid, onmacht en stress.

Anderzijds heeft deze veranderde situatie ook invloed op uw partner en andere huisgenoten.
Niet iedereen reageert op dezelfde manier, waardoor mogelijke conflictsituaties kunnen ontstaan.  In dergelijke situaties kan altijd hulp worden ingeroepen van een maatschappelijk assistent(e) of een psycholoog, om te leren omgaan met de gevolgen van deze chronische aandoening.

Hartfalen_leven_09

pijl top lemon

5. Praktische informatie Ziekenhuis Oost-Limburg
  • Cardiologen Ziekenhuis Oost-Limburg
    • Dr. Prof.Van Mieghem
    • Dr. De Vusser
    • Dr. Eerdekens
    • Dr. Noyens
    • Dr. Vandervoort
    • Dr. Van Lierde
    • Dr. Vrolix
  • Verpleegafdelingen cardiologie Ziekenhuis Oost-Limburg

HB1 (hartbewaking 2°verdiep)
HB2 (hartbewaking 1° verdiep)
C25 (2° verdiep )
D15 (1° verdiep )

Tel.(089)32 72 00
Tel.(089)32 72 20
Tel.(089)32 72 50
Tel.(089)32 72 70

  • Hartfalen polikliniek Ziekenhuis Oost Limburg

Hartfalenverpleegkundigen Jan Vercammen / Linda Jacobs / Wendy Ceyssens 
Tel.(089)32 71 28

Poliklinische raadpleging

  • Campus André Dumont (op afspraak) woe + dond. namiddag
  • Campus St. Jan (op afspraak) vrijd. namiddag

Fax(089)32 78 79

  • Raadpleging cardiologie Ziekenhuis Oost-Limburg
    • Campus Sint-Jan : tel. (089)32 71 11
    • Campus André-Dumont : (089)32 71 31
    • Campus Sint-Barbara : (089)32 71 41
  • Ambulante cardiale revalidatie Ziekenhuis Oost-Limburg

Tel. (089)32 56 15

  • Algemeen afsprakenbureau Ziekenhuis Oost-Limburg

Tel. (089)32 51 51

  • Telefooncentrale Ziekenhuis Oost-Limburg

Tel. (089)32 50 50

pijl top lemon    Hartfalen - Leven met een hartfalen Hartfalen - Leven met een hartfalen 

 
 
Disclaimer