Nefrostomie

Voorbereiding

  • Gebeurt (meestal) niet ambulant en enkel na overleg door een uroloog met de verwijzende arts, de uroloog bepaalt de indicatie
  • Gebeurt altijd in samenwerking met de dienst UROLOGIE
  • Bloedverdunnende medicatie moet steeds vermeld worden en vaak is het noodzakelijk dat het schema hiervan tijdelijk zal worden aangepast in functie van de procedure (altijd in overleg met de behandelend geneesheer), de bloedstolling zal voor de procedure worden nagekeken door de verwijzende arts
  • Soms onder volledige narcose
  • Nuchter

Onderzoek

  • Het doel is de afloop van de nier te vrijwaren
  • Gebeurt in buikligging (of ¾ zijliging)
  • Na locale verdoving zal een kleine insteekplaats worden gemaakt langswaar een punctie van de nier zal worden uitgevoerd onder echografische geleiding. Vervolgens zal een buisje in de nierholte worden gebracht onder radiografische geleiding.
  • De catheter zal worden gefixeerd aan de huid en worden verbonden met een collectorzakje

Nazorg

  • Het cathetersysteem zal dagelijks worden gespoeld en het collectorzakje zal worden geledigd of vervangen
  • Het urinedebiet zal strict worden opgevolgd
  • In geval van koorts of ongemak na de procedure moet onmiddellijk contact opgenomen worden met uw arts of de dienst spoedgevallen. Ook in geval van belangrijke huidirritatie rond de plaats van de catheter is consult aangewezen.
  • De duur dat de catheter aanwezig blijft zal worden besproken met uw arts, in geval van langdurig noodzakelijke drainage zal de catheter worden vervangen.
Inhoudsverantwoordelijke
Dr. Martijn Grieten, Medische beeldvorming - 2015

© 2019 Ziekenhuis Oost-Limburg