Onderzoeken

Principe van nucleaire geneeskunde

Het principe van nucleair geneeskundige onderzoeken is eenvoudig.
Aan de patiënt wordt een bepaalde chemische stof (in het vervolg ook tracer of radiofarmacon genoemd) meestal intraveneus toegediend, die specifiek zijn weg zoekt naar een orgaan of een structuur in het lichaam die men wil bestuderen of opsporen. Aan deze chemische stof wordt een isotoop gebonden, een zeer licht radioactief element, dat ervoor zorgt dat men deze organen en structuren met behulp van een gamma camera (zo genoemd naar de straling die het detecteert) in het licht kan stellen. Het isotoop dat gebruikt wordt is meestal Technetium-99m, een radioactief element met een halfleven van 6 uur: dit wil zeggen dat om de 6 uur de radioactiviteit van het product halveert. Ook andere radioactieve producten worden echter gebruikt zoals Thallium-201, Gallium-67, 1-131, Indium-111, ... .
De sterkte van de Nucleaire Geneeskunde ligt niet in het detecteren van anatomische afwijkingen doch in het opsporen van functionele veranderin­gen (te sterk werkende schildklier, functie van de nieren, zones van verhoogde botaanmaak, doorbloeding en pompfunctie van het hart bij inspanning).

Voorzorgen om de straling tot een minimum te beperken

Voor de patiënt zelf

De stralings­belasting overtreft niet die van conventionele radiologische opnames.
Om de stralingsbelasting voor de patiënt zo gering mogelijk te houden dient hij/zij onmiddellijk na het onderzoek veel water te drinken zodat er een goede diurese ontstaat die ervoor zorgt dat het toegediend product, dat hoofdzakelijk via de nieren wordt uitgescheiden, zo snel mogelijk uit het lichaam wordt geëlimineerd. Andere maatregelen kunnen en dienen niet genomen te worden.

Voor zwangere vrouwen

Zwangerschap is een contraïndicatie voor een nucleair geneeskundig on­derzoek. Vrouwen die mogelijk zwanger zijn moeten dit melden aan de geneesheer of de verpleging op de dienst Nucleaire Geneeskunde, voordat er een tracertoediening plaatsvindt. Op de dienst zelf hangen trouwens meerdere posters die zwangere vrouwen hierop attent maken. Vrouwen vóór of na de vruchtbare periode en vrouwen die betrouwbare contraceptie gebruiken (de pil) stellen geen probleem. Vrouwen die geen betrouwbare anticonceptie gebruiken, doch die zich in een periode van tien dagen na het begin van hun laatste menstruatie bevinden kunnen beschouwd worden als niet zwanger. Het routinematig uitvoeren van een zwangerschapstest vóór een nucleair ge­neeskundig onderzoek is niet aangewezen. Als naderhand blijkt dat een vrouw toch zwanger was op het ogenblik van de scintigrafie, is dit in het geheel geen indicatie voor een zwangerschapsonderbreking.

Borstvoeding

Als een moeder die borstvoeding geeft een radiofarmacon toegediend krijgt, kan het kind straling ontvangen door inwendige besmetting via de moedermelk. Aangeraden wordt daarom de borstvoeding gedurende een korte tijd te staken, de melk af te kolven en te verwijderen en de baby tijdelijk kunstmatige voeding te geven (poedermelk). De aangewezen tijdsduur voor het onderbreken van de borstvoeding verschilt van onder­zoek tot onderzoek, maar is meestal niet langer dan 24 uur. Neem in voorkomend geval contact op met de dienst Nucleaire Geneeskunde.

Huisgenoten en derden

De stralenbelasting voor derden en huisgenoten die samenleven of in contact komen met personen die een nucleair geneeskundig onderzoek ondergingen is verwaarloosbaar in vergelijking met de natuurlijke achter­grondstraling. Er dienen hiervoor dan ook geen beschermende maatregelen genomen te worden.

Inhoudsverantwoordelijke
Prof. Dr. Liesbet Mesotten, Nucleaire geneeskunde - 2015

© 2020 Ziekenhuis Oost-Limburg