Diagnose bij de vrouw

We onderscheiden de volgende onderzoeken:

  1. 1ste consultatie
  2. Bloedafname
  3. Vaginale echografie
  4. De postcoïtale test
  5. De hysterosalpingografie
  6. Hysteroscopie
  7. Laparoscopie
  8. Hysterosonografie
  9. 3D-echografie
  10. Kleurendoppler-onderzoek
  11. Hysterosalpingosonografie

1. 1ste Consultatie

Tijdens de eerste consultatie probeert de behandelende arts via een anamnese een volledig beeld te krijgen van je algemene gezondheidstoestand en je medische geschiedenis.
Voor zover dat nog niet gebeurd is bij je eigen arts of gynaecoloog, volgt dan een klinisch onderzoek, wat bij de vrouw ook een gynaecologische evaluatie impliceert.

Hieronder enkele zaken die de arts van jullie beiden wil weten:

  • je leeftijd;
  • of één van jullie beiden in een vorige relatie al een kind heeft gehad;
  • hoe lang de (huidige) kinderwens al bestaat zonder dat die is vervuld;
  • of je op geregelde basis seks hebt met penetratie en ejaculatie (coïtus);
  • welke problemen je in verband daarmee eventueel hebt;
  • welke soort anticonceptie je hebt gebruikt en wat je ervaringen daarmee zijn;
  • welke ingrepen je vroeger hebt ondergaan;
  • wat je eet-, drink- en leefgewoonten zijn. Roken bijvoorbeeld gaat gepaard met een belangrijke vermindering in de vruchtbaarheid;
  • de medische geschiedenis van je familie. Die vragen worden gesteld om eventuele erfelijke aandoeningen te detecteren;
  • omgevings- en beroepsfactoren: industrie, toxische stoffen.

2. Bloedafname

Hormoondosages worden gedaan om de werking van de eierstokken en hypofyse na te gaan. De meest gebruikte testen zijn het Oestradiol, Progesteron, LH, FSH, het schildklierhormoon, en het prolactinehormoon. Indien nodig worden ook enkele mannelijke hormonen nagekeken. Sommige dosages gebeuren best in het begin van de menstruele cyclus, omdat men dan een beter idee krijgt over de werking van de eierstokken. In de 2de cyclushelft wordt een Progesteronebepaling gedaan om te kijken of deze voldoende stijgt om een goede voorbereiding van het baarmoederslijmvlies te bekomen. Ook wordt de vrouw gescreend op infecties zoals hepatitis B, C, HIV en syfilis.

3. Vaginale echografie

Met dit onderzoek kunnen afwijkingen van de inwendige geslachtsorganen worden opgespoord. Het onderzoek is eenvoudig en pijnloos. Men kan de vorm, ligging en het volume van de baarmoeder evalueren en op die manier eventuele (aangeboren) afwijkingen van de baarmoeder opsporen zoals bv. een septum in de baarmoeder. Ook kan men de dikte van het baarmoederslijmvlies bekijken en dit in functie van de menstruele cyclus. Soms kan men een vermoeden krijgen van een afwijking van de baarmoederholte (bv. poliep). Verder ziet men ook de eierstokken, en kan men de groei van de follikels volgen. Aan de hand van de afmetingen van de follikels kan bepaald worden of de eicel op een normale wijze rijpt of niet. Men kan ook zien of de eisprong heeft plaatsgevonden. Bij een vaginale echo geeft het aantal follikels in het begin van de cyclus een idee over de ovariële reserve. Ook cysten van de eierstokken zoals
bv. endometriosecysten kunnen echografisch opgespoord worden.

4. De postcoïtale test

Deze test vindt plaats kort voor de verwachte eisprong. Het geeft een idee over de kwaliteit van het slijm rond de ovulatie en of beweeglijke zaadcellen in het slijm kunnen doordringen. Dit onderzoek is enkel nuttig bij vrouwen met een regelmatige cyclus. Er wordt aan het koppel gevraagd betrekkingen te hebben 8 tot 12 uur voor het onderzoek (meestal de avond ervoor). De arts neemt dan een staal van het slijm dat helder en rekbaar moet zijn. Het slijm wordt dan onder de microscoop onderzocht, waarbij nagegaan wordt hoeveel beweeglijke zaadcellen in het slijm voorkomen. Om te zien of de eisprong nabij is, wordt een vaginale echo uitgevoerd om de rijpe follikel op te sporen.

5. De hysterosalpingografie

Dit is een radiografisch onderzoek waarmee men de vorm van de baarmoederholte en de doorgankelijkheid van de eileiders kan visualiseren. Er wordt een contraststof via de baarmoederhals opgespoten, waarna onmiddellijk radiografische opnamen worden gemaakt. Dit onderzoek gebeurt best onmiddellijk na de menstruatie om elk risico van bestraling bij zwangerschap te vermijden. Het onderzoek wordt ambulant, zonder pijnverdoving uitgevoerd. De meeste vrouwen verdragen het vrij goed, hoewel een krampachtige pijn zoals bij de maandstonden kan optreden tijdens het opspuiten van de contraststof. Dit kan vermeden worden door vóór het onderzoek een pijnstiller te nemen zoals Dafalgan®, of Brufen®, … Om te voorkomen dat samen met de contraststof een infectie van de vagina of baarmoederhals naar de eileiders uitbreidt, worden meestal antibiotica (Zitromax) voorgeschreven.

6. De hysteroscopie

Hierbij wordt de binnenkant van de baarmoeder nagekeken. Een soort fijne telescoop wordt via de vagina door de baarmoederhals geschoven met toedoen van fysiologisch serum. Op het TV-scherm kan je meevolgen wat de camera registreert.  De baarmoederholte kan zo rechtstreeks onderzocht worden op de aanwezigheid van afwijkingen zoals poliepen, fibromen, littekens en aangeboren afwijkingen zoals een tussenschot (septum). Dit onderzoek kan ambulant uitgevoerd worden op de raadpleging en wordt door de meeste vrouwen goed verdragen zonder pijnverdoving.

7. Laparoscopie

Door middel van de laparoscopie kan de binnenkant van de buikholte worden bekeken. Het onderzoek gebeurt onder algemene narcose. Via een kleine insnede juist onder de navel wordt een kijkbuis in de buikholte gebracht. Eventueel wordt een tweede of derde insnede gemaakt van 5 mm in de onderbuik links en rechts ter hoogte van de bikinilijn om grijptangetjes of andere instrumenten binnen te brengen.

Men kan zo alle organen grondig inspecteren. De grootste aandacht bij infertiliteitspatiënten gaat naar de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken. De doorgankelijkheid van de eileiders kan nagekeken worden door het opspuiten van blauwe kleurstof doorheen de baarmoederhals. Wanneer de eileiders open zijn, vloeit de kleurstof uit de eileider in de buikholte. Verder wordt gekeken naar mogelijke oorzaken van infertiliteit zoals vergroeiingen, endometriose, … Tijdens deze ingreep wordt soms ook een hysteroscopie uitgevoerd. Dit onderzoek kan ambulant of via de dagkliniek uitgevoerd worden. Indien er tijdens dit onderzoek eventueel een poliep of vergroeiïngen worden vastgesteld en deze kunnen ambulant niet verwijderd worden, zal een hysteroscopie onder sedatie (= licht verdoving) afgesproken worden.

8. Hysterosonografie

Dit onderzoek is een combinatie van een echografie met fysiologisch serum ingebracht in de baarmoederholte via een catheter tijdens de ambulante hysteroscopie.  Dit onderzoek laat een meer nauwkeurige diagnose van intrauteriene abnormaliteiten toe (poliepen, myomen, uteriene anomalieën).

9. 3D-echografie

Dit is een 3-dimensionele echografie die een meer gedetailleerde diagnose en illustratie geeft van congenitale uteriene anomalieën. Dit geeft eveneens de correcte positie van fibromen in de baarmoederholte, wat belangrijk is voor de fertiliteitsprognose van de patiënte.
De 3D-echografie stelt ons momenteel in staat een goed beeld te krijgen van de vorm van de baarmoederholte.

10. Kleurendoppler-onderzoek in infertiliteit

Het kleurendoppler-onderzoek (gecombineerd met power doppler) is een gespecialiseerd onderzoek en in experimentele fase. Dit onderzoek tracht een verband te leggen tussen de bloedtoevoer rond de follikels en de kwaliteit van de eicel geaspireerd uit de respectievelijke follikel. 

Bij ongeveer 10 %, al naargelang de nauwkeurigheid van het vruchtbaarheidsonderzoek, vindt men uiteindelijk geen afdoende verklaring voor de onvruchtbaarheid. Men spreekt dan van ‘onverklaarbare onvruchtbaarheid’.

11. Hysterosalpingosonografie

Dit is een echografisch onderzoek waarbij men de doorgankelijkheid van de eileiders kan controleren.  Er wordt een gel opgespoten in de baarmoederholte via een klein cathetertje waarbij gelijktijdig het verloop van de gel echografisch wordt gevolgd.  Dit onderzoek kan dus door de gynaecoloog zelf uitgevoerd worden in de consultatieruimte.  Het zou iets minder pijnlijk zijn dan de klassieke hysterosalpingografie.

Inhoudsverantwoordelijke
Prof. Dr. Willem Ombelet, Fertiliteit - 2015

Interesse om zaaddonor te worden?

Interesse om eiceldonor te worden?

© 2017 Ziekenhuis Oost-Limburg