Slaaponderzoek

Als snurken een probleem vormt …

In 1994 werd in campus Sint-Barbara het slaapcentrum opgericht. Vanaf 1 maart 2019 bevindt het slaapcentrum zich op campus Sint-Jan. De medische bestaffing van het slaapcentrum in het ZOL wordt waargenomen door de pneumologen van de dienst longziekten maar omwille van het multidisciplinaire karakter van slaapstoornissen is er intens overleg met de dienst neus-keel-oorziekten, mond-kaak-aangezichtsheelkunde, neurologie, cardiologie en psychologie. Geneesheer-diensthoofd is dr. Susie Klerkx.

Slaapanalyse ontstond in de jaren '70 vanuit de wetenschap dat het verloop van de vitale functies (hart, ademhaling zuurstoftransport) in slaaptoestand anders is dan in waaktoestand.  De pathologie die ontstaat tijdens de slaap heeft belangrijke repercussies op onze waaktoestanden. We zijn niet alleen slecht uitgeslapen, chronisch zuurstoftekort tijdens de slaap heeft ook allerlei nefaste gevolgen voor het functioneren van ons lichaam.  Vandaar dat slaapproblemen vaak ook verband hebben met hartritmestoornissen, hogere bloeddruk, en symptomen van hersendisfuncties zoals concentratieproblemen en vergeetachtigheid.

Snurken

In het slaaplabo worden meerdere slaapstoornissen onderzocht en behandeld. Momenteel worden er ongeveer 2600 slaapanalyses per jaar uitgevoerd. De belangrijkste slaapproblemen worden veroorzaakt door ademhalingsstoornissen, met als meest frequente pathologie obstructief slaapapneu. Hoe ontstaat obstructief slaapapneu ?

Tijdens het slapen treedt een algehele spierverslapping op.  Ook de spieren rond de keel ontspannen en dit kan aanleiding geven tot "dichtklappen".  Dit veroorzaakt een tijdelijke ademhalingsstilstand, het zuurstofgehalte in het bloed zakt, onze hersenen komen in nood en slaan alarm.  We worden wakker of komen in een minder diep slaapniveau. Bij alcoholgebruik versterkt dit nog omdat alcohol de spierverslapping in de hand werkt.

Snurken is een symptoom dat steeds samengaat met deze problematiek: iedere apneulijder snurkt maar dit betekent nog niet dat iedere snurker aan apneu lijdt. Apneu of 'tijdelijke ademhalingsstilstand' komt in België in aanmerking voor terugbetaalde behandeling vanaf 15 ademstops per uur.

Dr. Verhaert: "Andere bijkomende klachten van obstructief slapen zijn vermoeidheid en overmatige slaperigheid overdag.  Deze mensen slapen niet te weinig maar ze slapen slecht. Een extreem voorbeeld was de patiënt die zich, na 3 à 4 jaar behandeld te zijn geweest wegens het chronisch vermoeidheidsyndroom, in ons centrum aanmeldde. Na onderzoek en behandeling bleek het te gaan om obstructief slaapapneu."

Naar schatting 10 % van de bevolking heeft met deze problematiek te kampen maar vaak wordt deze niet als dusdanig onderkend.  In regel komt het apneusyndroom meer voor bij mannen dan bij vrouwen en houdt het vaak verband met obesitas of zwaarlijvigheid. De patiënten zijn meestal ouder dan 30 jaar en hebben vaak een zittend beroep. De problematiek wordt vaak onderschat wat aanleiding kan geven tot gevaarlijke situaties. Vrachtwagen- of buschauffeurs die overdag slaperig zijn, zouden zeker de mogelijkheid van slaapapneu moeten overwegen en hieromtrent een arts raadplegen.

Behandeling

Het slaapcentrum van het ZOL organiseert ook de behandeling van het obstructief slaapapneu. Als algemene maatregelen gelden gewichtscontrole, vermijden alcohol en vermijden rugligging. Indien het obstructief slaapapneu meer dan 15 ademstops /u vertoont, komt de patiënt ook in aanmerking voor CPAP-behandeling of, in geselecteerde gevallen, voor een MRA.

CPAP staat voor "Continuous Positive Airway Pressure" wat  - in gewone mensentaal - betekent dat de patiënt slaapt met een neusmasker dat een constante luchtdruk verzekert waardoor de keel niet meer kan dichtklappen.  Dit is de minst invasieve therapie met het beste resultaat voor deze problematiek.

MRA staat voor “Mandibula Advancement Device”. Hierbij draagt de patiënt een ‘anti-snurkbeugel’, waarbij de onderkaak tijdens de slaap naar voor wordt bewogen waardoor de keel niet meer kan toeklappen. De slaaparts bekijkt, in samenspraak met de NKO-arts en de MKA-arts of een patiënt hiervoor in aanmerking kan komen.

In geselecteerde gevallen kan er ook geopteerd worden voor specifieke positietherapie om rugligging te vermijden, of eventueel voor een heelkundige ingreep.

Hoe gebeurt zo een onderzoek?

De patiënt komt, afhankelijk van de gemaakte afspraak, tussen 18u en 21u30 naar het ziekenhuis en krijgt een aantal kleefelektroden opgeplakt. Een vergelijking met een ruimtemannetje is niet geheel onterecht want er komen heel wat kabeltjes aan te pas. Via een centrale contactdoos wordt deze bedrading met het opnameapparaat verbonden en er wordt een eerste signaaltest uitgevoerd. Als alles in orde is, krijgt de patiënt terug een beetje bewegingsvrijheid en kan hij nog wat eten, lezen of TV kijken. Voor het slapen gaan wordt alles nog een laatste maal gecontroleerd en wordt de patiënt terug aan het opnameapparaat gekoppeld.

De polysomnograaf registreert hartritme en electrocardiogram, de zuurstofverzadiging in het bloed, de bewegingen van borstkas en buik, de bewegingen van spieren, oogbollen, de slaappositie en de luchtstroom doorheen neus en mond.  Ook het geluid (snurken, piepen) wordt opgenomen.  Daags nadien start de verpleegkundige samen met de arts met de analyse van de nacht. De analyse en interpretatie van deze meetresultaten laten de arts toe de verdere behandeling te bepalen. De diagnose en de behandeling worden met de patiënt besproken op de raadpleging.

Inhoudsverantwoordelijke
Dr. Susie Klerkx, Pneumologie - 2019

© 2020 Ziekenhuis Oost-Limburg