Plascentrum

Dr. Van Hoyweghen behandelt nier- en blaasdysfuncties bij kinderen.

  • Moeizame of late zindelijkheidstraining
  • Zenuwachtige, overactieve of onstabiele blaas
  • Incontinentieklachten met natte broekjes overdag
  • Blaasdysfuncties
  • Bedplassen

De plasschool werkt in samenwerking met dr. Van Hoyweghen, een uroloog en een kinesist. Wekelijks overleg en dienstverlening in de dienst Kindernefrologie van het Universitair Ziekenhuis Leuven.

Adviezen voor patiënten, huisartsen en collega kinderartsen worden verstrekt aan de hand van:

  • Anamnese
  • Klinisch onderzoek
  • Conservatieve blaasvolumemeting
  • 24-uurs concentratieprofiel
  • Uroflow
  • Echo blaas en nieren
  • Kinesitherapie

Wanneer is een kind zindelijk?

Een kind is zindelijk (continent) als het in staat is om urine op te houden en het plassen uit te stellen tot een gepast moment en een geschikte plaats. De meeste kinderen worden zindelijk op de leeftijd tussen 2 tot 5 jaar.

Een kind wordt niet zindelijk geboren, maar komt tot zindelijkheid in opeenvolgende stappen:

  • proper voor stoelgang ’s nachts
  • proper voor stoelgang overdag
  • zindelijk voor urine overdag
  • zindelijk voor urine ’s nachts

Bedplassen

Bedplassen is een ongewild en onbewust urineverlies tijdens de slaap, op een leeftijd dat een kind al ‘droog’ zou moeten zijn.

Op de leeftijd van 6 jaar is nog steeds meer dan 12 % van de kinderen niet droog ’s nachts. Pas als een kind op de leeftijd van 7 jaar ‘s nachts nog niet droog is, spreekt men van bedplassen (enuresis). Wanneer uw kind naar het eerste studiejaar gaat en nog regelmatig (bijna dagelijks) in zijn/haar bed plast, raadpleegt u best een arts.

Bedplassen verdwijnt bij de meeste kinderen doorheen de jaren, maar niet bij ieder kind. Een kind dat op 6 jaar elke nacht nat is heeft maar 50% kans om spontaan droog te worden. Een arts kan u en uw kind het beste helpen met dit probleem.

Broekplassen, plasproblemen & blaasdysfuncties

Naast bedplassen kan een kind ook overdag urineverlies vertonen, gaande van enkele druppels tot een volledige plas (dagincontinentie). Tot de leeftijd van 3-4 jaar is het normaal dat een kind nog af en toe een ongelukje heeft.

Wanneer uw kind op de leeftijd van 4 jaar overdag regelmatig nog natte vlekjes in de broek heeft of nog in zijn broek plast, raadpleegt u best een arts.

Oorzaken van bedplassen?

Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat erfelijkheid een belangrijke rol speelt. Van de bedplassende kinderen heeft 50% een ouder en 70-80% één of ander familielid dat ook last had van bedplassen op jeugdige leeftijd.

Er worden heel wat “sprookjes” verteld over de oorzaak van bedplassen. Sommige ouders denken dat hun kind altijd wacht tot het laatste moment, dat hun kind te veel of te laat drinkt, dat hun kind te diep slaapt of te zenuwachtig is. Anderen denken dan weer dat hun kind er zich niets van aantrekt of ‘s nachts te veel plast. Tenslotte zoeken sommigen de oorzaak bij een blaasinfectie of een familiaal probleem.

Wanneer uw kind nog in bed plast, heeft dit meestal te maken met één of meer van de onderstaande redenen:

  • Capaciteit tot ontwaken
    Sommige kinderen worden niet wakker door de prikkel van een volle blaas of wanneer hun blaas samentrekt. De interne wekker van een kind om te ontwaken functioneert dan niet goed. Ouders denken vaak dat hun kind te diep slaapt. Maar in feite voelt een kind dat bedplast de prikkel niet zo sterk als een ander kind.
  • ‘Zenuwachtige blaas’, blaasdysfuncties
    Een tweede mogelijke oorzaak van bedplassen is een onstabiele blaas. Dit betekent dat de blaas niet goed werkt en plots en onbewust samentrekt. Dit kan op ieder moment gebeuren, ook wanneer de blaas maar weinig gevuld is. Ongeveer de helft van de kinderen die bedplassen heeft hier last van.
  • Te hoge urineproductie
    Wanneer een kind te veel urine produceert ’s nachts, is dit een mogelijke oorzaak voor het bedplassen. De hoeveelheid aangemaakte urine is dan te groot voor de capaciteit van de blaas. Te veel drinken of eten voor het slapen gaan, kunnen ervoor zorgen dat er een te grote urineproductie is. Normaal is er tijdens de slaap een verminderde urineproductie dankzij een hormoon dat door de hersenen wordt afgegeven. Wanneer het hormoon te weinig wordt afgegeven, is er dus ook een overproductie van urine ’s nachts.

Medisch en/of psychologisch?

Wanneer een kind in bed plast, is dit vaak door een combinatie van allerlei factoren. Bedplassen is in eerste instantie een medisch probleem. Raadpleeg dan ook steeds uw arts, zodat hij/zij kan uitzoeken wat de oorzaak van het bedplassen is bij uw kind.

Psychologische problemen alleen zijn bijna nooit een oorzaak voor het bedplassen. Wel kan het zijn dat psychologische problemen (ADHD, ASS, stress, …) het bedplassen verergeren en/of de behandeling bemoeilijken.

Omgekeerd kan bedplassen wel psychologische problemen veroorzaken. Ouders denken wel eens dat hun kind niet geïnteresseerd of gemotiveerd is, dat hun kind niet wilt meewerken of dat hun kind in bed plast omdat het aandacht zoekt. De ervaring leert echter dat kinderen het bedplassen wel een probleem vinden, maar dit niet steeds laten merken. Het is aangetoond dat kinderen die bedplassen vaak een lager zelfbeeld hebben. Voor ouders is het bedplassen meestal ook een bron van frustraties, wat dan weer een negatieve sfeer en ruzies thuis tot gevolg kan hebben.

Oorzaken van broekplassen?

Plasproblemen,blaasfunctie stoornissen zijn de meest voorkomende oorzaak voor broekplassen bij kinderen. Doordat de blaas plotseling onwillekeurig gaat samentrekken (‘zenuwachtige blaas’), worden de kinderen verrast en zijn ze vaak te laat om hun sluitspier te spannen. Vaak resulteert dit dan in een natte vlek in hun onderbroek.

Bij sommige kinderen is er daarnaast ook een probleem van onvolledige lediging van de blaas. Doordat het kind probeert om ongelukjes te vermijden is er een overtraining van de sluitspier. Het kind kan hierdoor onvoldoende de sluitspier ontspannen tijdens het plassen, waardoor de blaas niet volledig leeg geplast wordt. De blaas is dan sneller terug vol en zal vaker plotseling samentrekken.

Een tweede groep van kinderen met broekplassen zijn de kinderen met een ‘luie blaas’. Een luie blaas heeft een te grote capaciteit en is meestal het gevolg van te lang ophouden van de urine. De blaas “loopt dan als het ware over”.

Vooraleer u naar de dokter gaat

Wanneer u voor de eerste keer een afspraak heeft gemaakt met uw arts, kan u op voorhand al wat ‘huiswerk’ maken. Om de juiste oorzaak van het bedplassen bij uw kind vast te kunnen stellen, heeft de arts informatie nodig over:

  • hoe vaak uw kind moet plassen (overdag en ’s nachts)
  • het volume van de plasjes
  • eventuele ongelukjes tussendoor
  • de hoeveelheid vocht dat uw kind gedronken heeft

De informatie kan u invullen op onze dag- en nachtkalenders. Bij uw eerste afspraak bij de arts kan u deze kalenders dan reeds ingevuld meebrengen (bron: drogenachten.be).

De dagkalender

De dagkalender geeft informatie over de blaascapaciteit van uw kind.

Noteer gedurende minstens 2 weekdagen of 4 weekenddagen van opstaan tot slapen gaan heel precies:

  • wat, wanneer en hoeveel uw kind drinkt
  • alle plasjes (wanneer + hoeveelheid afmeten in een maatbeker)
  • stoelgang (geef eventueel het nummer van de bristol schaal)
  • ongelukjes

De nachtkalender

De nachtkalender geeft informatie over de hoeveelheid urine dat uw kind ’s nachts produceert.

Noteer gedurende minstens 7 tot 14 opeenvolgende nachten hoeveel urine uw kind ’s nachts produceert. U kan dit doen op de volgende manier: Doe uw kind ’s nachts terug een pamper aan en weeg ’s ochtends de natte luier.

Hoeveelheid urineproductie 's nachts = het gewicht van de natte luier – gewicht van een droge pamper + volume van ochtendplas (in ml)

Het eerste contact met de dokter

Wanneer u voor de eerste keer een afspraak maakt bij de arts voor uw kind met plasproblemen, wordt er ruim de tijd genomen om het probleem van uw kind in kaart te brengen en te onderzoeken.

Anamnese

Naast een uitgebreide bevraging van het plas- en drinkpatroon van uw kind, is er ook aandacht voor zijn/haar persoonlijke en familiale voorgeschiedenis. Daarnaast worden er ook psychosociale aspecten (school, temperament van uw kind, eventuele problemen) bevraagd. Tenslotte bekijkt de arts samen met u wat u in het verleden al geprobeerd heeft en welk effect dit had.

Klinisch onderzoek

De arts zal tijdens het eerste contact een volledig pediatrisch onderzoek doen bij uw kind (bloeddruk,…). Uw kind zal zich tevens volledig moeten ontkleden, zodat de arts de genitale streek, de onderste ledematen en de voeten kan onderzoeken. Een bloedafname is niet nodig.

Aanvullende onderzoeken

U kan uw kind geruststellen dat de onderzoeken geen pijn doen.

  • Urine
    Uw kind moet in een potje plassen, waarna de arts de urine d.m.v. een stick kan onderzoeken.
  • Echografisch uitzicht van blaas en nieren
    Met een echo wordt er naar de blaas en nieren van uw kind gekeken. Uw kind moet hiervoor enkel rustig op de onderzoekstafel blijven liggen.
  • Dag- en weekkalender
    Indien nog niet eerder gedaan (zie huiswerk) dient u ook het plas- en drinkpatroon van uw kind te registreren.
  • Uroflow
    De verpleegkundige zal uw kind vragen om op een speciaal toilet een plasje te doen. Tijdens het plassen meet dit toilet de plassnelheid en het plasvolume. De arts kan hiermee onderzoeken of er een probleem is met de blaas. De afspraak met de kinesist dient apart gemaakt te worden en gaat door in het ziekenhuis. Uw kind dient hiervoor een half uur op voorhand0,5 literwater leeg te drinken, opdat het onderzoek kan gebeuren met een volle blaas. U krijgt de nodige informatie hierover tijdens het eerste consult bij uw arts.

Behandeling in Genk, Bree of Leuven

Nadat de arts een inschatting heeft gemaakt van het probleem van uw kind, kan er gestart worden met de behandeling. Dit behandelingsplan wordt afgestemd op het probleem van uw kind en kan o.a. bestaan uit:

Drinkadvies bij plasproblemen

Uw kind drinkt het best vooral overdag (in de voormiddag). Het drinken ’s avonds moet u beperken. Melk in de late namiddag of ’s avonds is een afrader. Dranken die cafeïne en theïne bevatten vermijdt u best. De beste drank is water.

Voedingsadvies bij plasproblemen

Zorg ervoor dat uw kind zijn hoofdmaaltijd (warme maaltijd) niet vlak voor het slapengaan neemt. Gezonde voeding met een laag zout- en eiwitgehalte is belangrijk. Heel wat kinderen met plasproblemen hebben ook constipatieproblemen. Veel drinken, vezelrijke maaltijden klaarmaken en constiperende voeding vermijden, helpt.

Advies met betrekking tot toiletgedrag

Laat uw kind na de hoofdmaaltijden even proberen om naar het toilet te gaan. Daarnaast is het belangrijk dat uw kind regelmatig gaat plassen overdag (zonder persen) en ook vlak voor het slapengaan. Uw kind moet 6x per dag naar het toilet gaan (waarvan 1x net voor het slapen gaan). Zorg ervoor dat uw kind op het toilet in een stabiele houding zit om zich goed te kunnen ontspannen. Dit houdt in dat ze met de voeten op de grond (of op een voetenbankje) kunnen steunen. Ook jongens moeten gaan zitten op het toilet om te plassen.

Medicatie bij plasproblemen

Medicijnen tegen bedplassen kunnen soms nuttig zijn. Vooral bij kinderen die ‘s nachts meer urine produceren dan de blaas kan bevatten. Of medicijnen zinvol zijn voor uw kind beslist uw arts.

Plaswekker

De plaswekker is een apparaat dat met een draadje verbonden is aan een speciaal onderbroekje. Zodra er ‘s nachts een paar druppels op het broekje komen, gaat de wekker af. Zodoende wordt uw kind steeds gewaarschuwd op het moment dat de blaas vol is. Of een plaswekker zinvol is voor uw kind en hoe u er dan best mee werkt, kan uw arts u vertellen.

Relaxatie van de bekkenbodemspieren bij de kinesist

Psychologische begeleiding

Wanneer uw arts vermoedt dat psychologische problemen de behandeling bemoeilijken of wanneer er sprake is van stress of andere negatieve gevolgen door het plasprobleem (ruzies thuis, pesten, negatief zelfbeeld,…), kan uw arts u adviseren om contact op te nemen met de kinderpsychologe van het team.

Plasproblemen zijn vaak ingewikkeld en vereisen dan een multidisciplinaire aanpak. Het team uit het ziekenhuis bestaat uit kinderartsen, urologen, een kinesist en een psycholoog. Uw arts kan beslissen om één of meer van deze disciplines te betrekken bij de behandeling van uw kind.

Algemene tips

  • De behandeling van bedplassen duurt vaak een hele tijd. Dit maakt het zowel voor ouders als voor de kinderen af en toe moeilijk om te blijven volhouden. Toch is het belangrijk dat u het advies van de arts goed blijft opvolgen om uw kind van het probleem af te helpen.
  • Er is niemand schuldig aan het bedplassen. Uw kind zoekt hiermee geen aandacht of doet het niet om iemand te pesten. Wees dan ook niet boos en beschuldig uw kind niet. Dit zorgt slechts voor meer stress waardoor het probleem kan verergeren.
  • We gaan er steeds van uit dat iedereen zijn best doet bij de behandeling. Toch zien we dat kinderen het soms moeilijk vinden om gemotiveerd te blijven. Blijf uw kind aanmoedigen en stimuleren. Af en toe samen iets leuks doen voor de inspanningen die uw kind levert, helpt ook.
  • Ga niet zelf aan de slag met een beloningssysteem. U loopt hierdoor het risico dat het kind zich schuldig of mislukt gaat voelen, wanneer dit systeem niet goed werkt. Beloningssystemen kunnen werken bij bedplassen, maar enkel onder begeleiding van de arts of psycholoog. U mag uw kind natuurlijk steeds complimentjes geven wanneer het zijn best doet (bvb. water drinken, gaan plassen, …).
  • Bij de meeste kinderen helpt het niet om ze ’s nachts wakker te maken om te gaan plassen. Het bed blijft dan meestal wel droog, maar uw kind wordt hierdoor niet vanzelf droog.
Inhoudsverantwoordelijke
Dr. Jan De Koster, Pediatrie - 2017

© 2019 Ziekenhuis Oost-Limburg