Diabetische Voet
Wat is een diabetische voet?

Mensen met diabetes hebben een groter risico op voetproblemen. Dat komt door drie dingen die vaak samen voorkomen:

  • Minder gevoel in de voeten door zenuwschade. Je merkt een wondje, een blaar of een steentje in je schoen daardoor soms niet op.
  • Een slechtere doorbloeding van de benen en voeten, door vernauwde slagaders. Wondjes genezen daardoor trager.
  • Een verminderde afweer. Wondjes raken daardoor sneller ontstoken.

Daardoor kan een klein wondje ongemerkt uitgroeien tot een diepe wonde of een ernstige infectie. Zonder tijdige behandeling kan dat zelfs tot een amputatie leiden. Hoe sneller een probleem herkend en behandeld wordt, hoe groter de kans dat de voet gered kan worden.

De Charcotvoet

Een Charcotvoet is een minder bekende, maar ernstige complicatie. Door de zenuwschade worden de botten en gewrichten van de voet zwakker. Ze kunnen ongemerkt breken en vervormen. De voet verandert daardoor van vorm, waardoor er nieuwe drukpunten en wonden ontstaan.

Een Charcotvoet begint vaak met een warme, rode en gezwollen voet die weinig of geen pijn doet. Dat wordt soms verward met een verstuiking of een infectie. Heb je diabetes en merk je dit? Laat je voet dan zo snel mogelijk onderzoeken.

Oorzaken en risicofactoren

Een diabetische voet ontstaat door:

  • Zenuwschade (neuropathie): je voelt pijn, druk en warmte minder goed. Wondjes blijven daardoor onopgemerkt.
  • Slechte doorbloeding (perifeer arterieel vaatlijden): er komt minder zuurstof bij de weefsels, waardoor wonden moeilijk genezen.
  • Verminderde afweer: bacteriën krijgen sneller vat op een wonde.

Wat het risico verder verhoogt:

  • diabetes die al lang bestaat of slecht geregeld is
  • roken
  • eelt, likdoorns of een vervormde voet
  • slecht passende schoenen
  • een vroegere voetwonde of amputatie
  • nierproblemen
Diagnose

Je arts of het voetenteam onderzoekt je voeten grondig:

  • Gevoel: met een dun nylon draadje (monofilament) of een stemvork testen we of je druk en trillingen nog goed voelt.
  • Doorbloeding: we voelen de polsslag aan de voet en meten de bloeddruk aan de enkel en de teen. Met een echografie (duplexonderzoek) zien we of de slagaders vernauwd zijn. Soms is een CT- of MRI-scan van de bloedvaten nodig.
  • Wonde en botten: we beoordelen hoe diep een wonde is en of er een infectie is. Met een röntgenfoto of MRI kijken we of het bot ontstoken is (osteomyelitis) of dat er een Charcotvoet is.
Behandeling

Het doel is de wonde te laten genezen, infecties onder controle te krijgen en de voet te behouden. De behandeling bestaat meestal uit verschillende stappen:

  • Gespecialiseerde wondzorg: het voetenteam verwijdert regelmatig dood weefsel en eelt (debridement) en verzorgt de wonde.
  • Drukontlasting: de wonde kan alleen genezen als er geen druk meer op komt. Dat kan met aangepaste schoenen, een speciaal verband, een gipslaars of een loopwalker. Bij een Charcotvoet is langdurige drukontlasting nodig met een gips of een loopwalker.
  • Infecties behandelen: met antibiotica, soms via een infuus. Bij een diepe infectie of een abces is soms een operatie nodig om het ontstoken weefsel weg te nemen.
  • De doorbloeding herstellen: als de slagaders vernauwd zijn, genezen wonden pas als de bloedtoevoer verbetert. Dat kan:
    • met een katheterbehandeling (dotter), waarbij een ballonnetje en eventueel een stent de slagader openen
    • met een bypassoperatie, waarbij de vaatchirurg een omleiding maakt rond de vernauwing
  • Bloedsuiker goed regelen: een goed geregelde bloedsuiker helpt de wonde genezen.
  • Stoppen met roken.

Soms is het nodig een teen of een deel van de voet weg te nemen. Dat gebeurt altijd met het doel om de rest van de voet en het been te behouden.

Een multidisciplinair voetenteam

Een diabetische voet vraagt de samenwerking van verschillende zorgverleners. In ons voetenteam werken onder meer samen:

de vaatchirurg
de endocrinoloog (diabetesspecialist)
de podoloog
de diabetes- en wondverpleegkundige
de interventieradioloog
de orthopedisch schoentechnicus
Preventie en zelfzorg

Goede voetverzorging is de beste bescherming. Deze adviezen helpen:

  • Bekijk elke dag je voeten, ook de zolen en tussen de tenen. Gebruik een spiegel of vraag hulp. Let op wondjes, blaren, kloven, roodheid, zwelling of verkleuring.
  • Was je voeten dagelijks in lauw water. Test de temperatuur met je elleboog of een thermometer, niet met je voet. Droog goed af, ook tussen de tenen.
  • Smeer droge huid in, maar niet tussen de tenen.
  • Loop nooit op blote voeten, ook niet binnen.
  • Draag goed passende schoenen en sokken zonder naden. Voel elke dag in je schoenen of er geen steentje of oneffenheid in zit.
  • Knip je nagels recht en niet te kort. Verwijder eelt of likdoorns nooit zelf, en gebruik geen likdoornpleisters. Laat dat over aan een podoloog.
  • Gebruik geen warmwaterkruik of verwarmingskussen op je voeten. Je kan je verbranden zonder het te voelen.
  • Laat je voeten minstens één keer per jaar onderzoeken door je arts of podoloog. Heb je een verhoogd risico, dan gebeurt dat vaker.
  • Zorg voor een goed geregelde bloedsuiker en rook niet.

Neem dezelfde dag nog contact op met je arts als je merkt:

  • een wonde of blaar die niet binnen enkele dagen verbetert
  • roodheid, zwelling of warmte van de voet
  • pus of een onaangename geur
  • een verkleurde (bleke, blauwe of zwarte) teen
  • koorts
Frequente vragen

1. Ik voel geen pijn. Kan een wondje dan toch ernstig zijn?

Ja. Door de zenuwschade geeft een wonde of infectie vaak weinig of geen pijn. Juist daardoor wordt ze laat opgemerkt. Laat elke wonde nakijken, ook als ze geen pijn doet.

2. Hoe weet ik of mijn doorbloeding goed is?

Je arts voelt je polsslag aan de voet en meet de bloeddruk aan de enkel en de teen. Bij twijfel volgt een echografie van de bloedvaten. Pijn in de kuit bij het stappen, koude voeten of trage wondgenezing kunnen wijzen op een slechte doorbloeding.

3. Hoe lang duurt het voor een wonde geneest?

Dat verschilt sterk. Het hangt af van de grootte en de diepte van de wonde, de doorbloeding, een eventuele infectie en hoe goed de druk van de wonde wordt gehouden. Het kan weken tot maanden duren. Regelmatige opvolging door het voetenteam is daarom belangrijk.

4. Moet mijn voet geamputeerd worden?

In de meeste gevallen niet. Met tijdige wondzorg, drukontlasting en zo nodig een herstel van de doorbloeding kunnen we de meeste voeten behouden. Als een amputatie toch nodig is, beperken we die zoveel mogelijk.

5. Kan een wonde terugkomen?

Ja, het risico op een nieuwe wonde blijft verhoogd. Goede dagelijkse voetverzorging, aangepaste schoenen en regelmatige controles bij de podoloog verkleinen dat risico sterk.

Inhoudsverantwoordelijke: Dr. Wouter Lansink, Vaat- en Thoraxheelkunde - 2026