Psychologische kwetsbaarheid voor pijn bij kinderen van chronische pijnpatiënten

Pijnmodellen tonen aan dat het hebben van een ouder met chronische aspecifieke pijnklachten een negatieve impact kan hebben op pijnervaringen van diens kind. Niet zozeer de pijnstatus op zich, maar vooral de manier waarop ouders omgaan met de pijn en zich gedragen als reactie op pijn lijkt hierbij belangrijk. Empirische studies naar specifieke sociale leer mechanismen die hierin een rol spelen zijn er nog relatief weinig.

In deze labstudie werden mogelijke verschillen inzake psychologische kwetsbaarheid voor pijn (bvb. de aanwezigheid en mate van pijngerichte cognitieve bias, catastroferende pijncognities en pijn angst level) tussen kinderen van ouders mèt en zonder chronische pijn nader bestudeerd. Ook werd de modererende rol van ouderlijke psychologische distress en ouderlijk catastroferen bekeken. 

Concreet kregen in heel wat ouder-kind dyades zowel het kind (tss. 12 en 17 jaar) als hun ouder een aantal vragenlijsten aangeboden. Daarnaast vervolledigde het kind een computertaakje waarbij pijngerichte cognitieve bias wordt gemeten.

De werving voor deze studie gebeurde uiteindelijk grotendeels buiten het ZOL.

Partners:

Vancleef, LMG (Maastricht University); Goossens MEJB (Maastricht University); Van Ryckeghem D (Maastricht University); Van Lantschoot, A (Multidisciplinair Pijn Centrum ZOL)

Uitvoering studie

2019-2020