VITAL telemonitort patiënten met longkanker
Tussen twee behandelingen verdwijnt een longkankerpatiënt vandaag voor een stuk uit het zicht van zijn zorgteam. Met het nieuwe Interreg-project VITAL willen de UHasselt samen met de ziekenhuizen ZOL en Jessa (Mobile Health Unit, Limburg Clinical Research Center) en onderzoekspartners uit Nederland en Duitsland daar verandering in brengen.
Continue digitale monitoring moet signalen van achteruitgang sneller zichtbaar maken, zodat zorgverleners vroeger kunnen ingrijpen en ernstige complicaties, spoedbezoeken en ziekenhuisopnames kunnen voorkomen.
“Je start een therapie, maakt een plan, de patiënt gaat naar huis en dan weet je het eigenlijk even niet.” Voor longarts prof. dr. Maarten Criel blijft de tijd tussen twee consultaties vandaag te vaak een zwart gat. “Oncocoaches leveren fantastisch werk. Zij proberen vooral kwetsbare patiënten tussendoor op te volgen, maar ernstige bijwerkingen kunnen erg plots ontstaan. Ook voor de patiënt zelf zijn alarmsignalen niet altijd eenvoudig te herkennen. Ze kunnen zich wat vermoeider voelen of eten minder goed, zonder echt te beseffen hoe ernstig de situatie is.”
Eén op tien belandt tijdens de behandeling tussendoor op de spoedafdeling en dat baart prof. dr. Criel zorgen. “Je wil hen eigenlijk niet uit het oog verliezen zodra ze de ziekenhuisdeur achter zich dichttrekken.”
Extra ogen thuis
Precies dat blinde stuk tussen twee consultaties wil VITAL kleiner maken. VITAL staat voor ‘Vital-sign Monitoring for Personalized Lung Cancer Care’. Patiënten dragen thuis een slimme ring die onder meer hartslag, zuurstofwaarden en activiteit opvolgt. Die data geven het zorgteam extra ogen wanneer de patiënt thuis is.
“We bepalen vóór de behandeling eerst wat voor iedere patiënt individueel normaal is", verduidelijkt dr. Femke Wouters van de Mobile Health Unit (MHU) van UHasselt, ZOL en Jessa Ziekenhuis (Limburg Clinical Research Center, LCRC). "Daarna volgt het systeem continu zijn persoonlijke patroon. Begint dat betekenisvol af te wijken, dan ontstaat er een alarmsignaal.”
Net daar ligt ook de wetenschappelijke uitdaging: welke verandering betekent echt dat iemand achteruitgaat, en wat is een gewone dagelijkse schommeling? “Je wil natuurlijk niet bij elke afwijking de patiënt nodeloos ongerust maken. In een eerste studie verzamelen we daarom gegevens om het algoritme nog verder te verfijnen”, zegt Jelle Schils, eveneens actief binnen MHU en LCRC.
Dr. Femke Wouters: “Na de kleinere testfase volgt een gerandomiseerde studie met ongeveer 240 patiënten waarbij de dienst Future Health ons zal ondersteunen. De belangrijkste vraag is: leidt telemonitoring effectief tot minder spoedbezoeken en ziekenhuisopnames?”
Tegelijkertijd onderzoeken de partners hoe patiënten de opvolging ervaren, wat ze betekent voor de werkbelasting van oncocoaches en of ze kosteneffectief is. Door die haalbaarheid meteen mee te onderzoeken, wil VITAL de stap van succesvolle studie naar betaalbare, inzetbare zorg zo klein mogelijk maken.
Minder bezig zijn met ziek zijn
“Uiteindelijk draait het vooral om de patiënt”, besluit prof. dr. Criel. “Die moet betere zorg krijgen, met zo weinig mogelijk extra belasting. Geen eindeloze vragenlijsten, niet voortdurend zelf elke klacht of verandering moeten inschatten, maar kunnen vertrouwen op monitoring die zoveel mogelijk op de achtergrond meeloopt. Als we de tijd kunnen verminderen waarin een patiënt actief met zijn ziekte bezig moet zijn, dan is dat voor mij pure winst.”
VITAL loopt van 1 september 2026 tot 31 augustus 2029. UHasselt werkt binnen het project samen met Ziekenhuis Oost-Limburg, Jessa Ziekenhuis, het Universitair Ziekenhuis van Luik, Maastricht UMC+, Maastricht University, Laurentius Ziekenhuis Roermond, Universitätsklinikum RWTH Aachen en Docs in Clouds TeleCare GmbH. Het project heeft een totaalbudget van 3,77 miljoen euro, waarvan 2,26 miljoen euro gecofinancierd is door het Interreg Maas-Rijn (NL-BE-DE) programma van de Europese Unie.