Hoe data de beroertezorg in ZOL versterken
Hoe weet je of je patiënten met een beroerte volgens de internationale kwaliteitsnormen behandelt? Door systematisch te meten. In ZOL gebeurt dat op een efficiënte manier: artsen, verpleegkundigen en paramedici registreren de data rechtstreeks in het patiëntendossier. Zo ontstaat tegelijk een volledig patiëntendossier én een schat aan kwaliteitsdata. De cel Centrale Data Coördinatie van ICT hielp bij de opbouw van de database.
Bij een beroerte telt elke minuut. Time is brain is dan ook een belangrijk uitgangspunt binnen de beroertezorg. Hoe snel komt een patiënt op de CT-scan? Hoe snel krijgt de patiënt intraveneuze trombolyse en/of een trombectomie? Welke onderzoeken zijn uitgevoerd? Hoe verloopt de revalidatie? En worden alle stappen van het zorgtraject volgens de vastgelegde kwaliteitsnormen uitgevoerd? Hoe evolueert de uitval (uitgedrukt als NIHSS) na de behandeling en revalidatie? Hoe is de zelfredzaamheid na 3 maanden (modified Rankin Scale)?
“Data registreren wordt vaak gezien als iets wat je achteraf nog moet doen”
Om dat op te volgen, registreert ZOL de internationaal gehanteerde kwaliteitsparameters voor beroertezorg, gebaseerd op het normenkader van de European Stroke Organisation (ESO). Die registratie is ingebed in de dagelijkse werking. Dat maakt de aanpak bijzonder.
Minimale administratie achteraf
“Data registreren wordt vaak gezien als iets wat je achteraf nog moet doen”, aldus neuroloog dr. Ludovic Ernon. “Je doet je klinische werk en achteraf moet je nog allerlei gegevens uit de dossiers halen en in een bestand zetten. Wij proberen dat efficiënt te organiseren.”
Daarom werd samen met de cel Centrale Data Coördinatie van de dienst ICT een gestandaardiseerde template ontwikkeld. Die volgt de klinische flow van de patiënt. Op Spoedgevallen worden naast de voorgeschiedenis en medicatie, het begintijdstip van de symptomen, tijdstippen van inschrijving, onderzoeken en behandeling en de klinische bevindingen (uitgedrukt in NIHSS) geregistreerd. Twee belangrijke indicatoren zijn de door-to-needle en door-to-groin tijden: de tijd tussen de inschrijving op Spoedgevallen en het moment waarop een patiënt intraveneuze bloedverdunning krijgt, respectievelijk de tijd tussen inschrijving op Spoedgevallen en het moment waarop de trombectomie start. Er wordt daarbij gestreefd naar een mediaan van minder dan 30, respectievelijk minder dan 60 minuten. Na een trombectomie worden bovendien de tijd tot revascularisatie en de reperfusiestatus gescoord.
Afkortingen: TOAST is een classificatiesysteem om ischemische beroertes (stroke) in te delen op basis van de oorzaak. TIA: Transient Ischemic Attack (= een voorbijgaande beroerte). CVA: Cerebrovasculair Accident (= herseninfarct of hersenbloeding met blijvende hersenschade). Door-to-CT time: aankomst in ziekenhuis tot CT-scan. Door-to-needle time: aankomst in ziekenhuis tot start intraveneuze trombolyse. Door-to-groin time: aankomst in ziekenhuis tot start van een trombectomie. Trombolyse: het stolsel oplossen met medicatie. Trombectomie: het stolsel wegnemen met een katheter. EVT: Endovascular Treatment (= katheterbehandeling, meestal trombectomie).
Tijdens de opname wordt de informatie verder aangevuld met de resultaten van technische onderzoeken, paramedische gegevens, uiteindelijke diagnose (volgens TOAST*-criteria), vermoedelijke oorzaak en bijhorende behandeling. Het grote voordeel: de opbouw van het patiëntendossier en de dataregistratie gebeuren tegelijk. Er is dus geen afzonderlijk registratieproces meer nodig.
Neuroloog dr. Wendeline Reniers: “Je noteert eigenlijk wat je sowieso moet bevragen en registreren, maar op zo’n manier dat de gegevens achteraf ook automatisch bruikbaar zijn voor kwaliteitsopvolging.”
Ook verpleegkundigen en paramedici vullen de gegevens aan. Zo worden onder meer vitale parameters en FESS (Fever, Sugar, Swallowing) opgevolgd. De logopedist staat in voor de slikscreening en de kinesitherapeut voor onder meer de vroegtijdige mobilisatie. Iedereen werkt daarbij volgens dezelfde systematiek.
Van patiëntendossier naar dashboard
De gegevens uit de verschillende onderdelen van het zorgtraject komen samen in het ‘stroke dashboard’ van ZOL. Dat geeft een actueel overzicht van onder meer het aantal CVA’s, TIA’s en hersenbloedingen, de leeftijdsverdeling en de verschillende kwaliteitsindicatoren.
Een belangrijke indicator is de door-to-needle-tijd: de tijd tussen de inschrijving op Spoedgevallen en het moment waarop een patiënt intraveneuze bloedverdunning krijgt. Er wordt daarbij gestreefd naar een mediaan van minder dan 30 minuten. Met de geregistreerde cijfers kan continu opgevolgd worden of de doelstelling gehaald wordt, maar kan ook een vergelijking gemaakt worden met de andere ziekenhuizen van het Vlaams Ziekenhuisnetwerk via het benchmarkplatform.
Weten waar je staat
Dr. Reniers: “Wekelijks wordt gecontroleerd of alle gegevens volledig en kwalitatief correct zijn. Ontbrekende informatie wordt aangevuld. Zo blijven zowel het dashboard als de gegevens voor benchmarking betrouwbaar.”
“Wekelijks wordt gecontroleerd of alle gegevens volledig en kwalitatief correct zijn.”
Dat vraagt uiteraard discipline van alle betrokken zorgverleners. Maar het levert ook iets op: een kwaliteitscyclus waarin registratie niet losstaat van de zorg en geen dubbel werk.
Multidisciplinair van begin tot einde
De multidisciplinaire samenwerking is essentieel voor goede beroertezorg. Dr. Ernon: “Een slikscreening door de logopedist kan bijvoorbeeld helpen om verslikking en een daaropvolgende longontsteking te voorkomen. Verpleegkundige parameters leveren belangrijke informatie over het klinische verloop en onderscheppen vroegtijdig eventuele complicaties.”
De artsen registreren diagnose, juiste oorzaak en correcte, bijhorende behandeling. De cel Centrale Data Coördinatie zorgt ervoor dat al die informatie op een bruikbare manier wordt verzameld en gevisualiseerd.
Meer beroertes, ook bij jongere patiënten
De registratie brengt bovendien interessante evoluties aan het licht. Het aantal patiënten met een beroerte in ZOL is de voorbije jaren duidelijk toegenomen: van 541 patiënten in 2020 naar 724 in 2025. Die stijging kan onder meer samenhangen met de vergrijzing van de bevolking en een betere registratie en captatie van patiënten.
Dr. Ernon: “Opvallend is daarnaast dat een aanzienlijke groep patiënten relatief jong is. Dat onderstreept het belang van preventie. Bij elke patiënt met een beroerte wordt onder meer gekeken naar risicofactoren zoals hoge bloeddruk, cholesterol, diabetes, roken, alcoholgebruik, lichaamsbeweging en overgewicht. Zeker bij jongere patiënten kunnen dergelijke factoren belangrijke aanknopingspunten bieden voor verdere preventie.”
“Daarmee brengt het dashboard niet alleen de kwaliteit van de acute zorg in beeld. Het maakt ook duidelijk waar preventie en opvolging nog winst kunnen opleveren.”