ZOL column

Column door Ine Pauwels, pastoraal medewerker bij de dienst dienst pastorale Zorg en Zingeving in ZOL

Meneer Hendrickx draagt een hemd met lange mouwen boven zijn boxershort. 

​Klik hier om de PDF-versie van het artikel te bekijken. 

“Goeiemorgen”, kom ik de kamer binnen, enigszins verwonderd door de vreemde overhemd-onderbroek combinatie. “Straks een zoom-meeting”, verklaart hij, “en dan valt het niet zo op dat ik in het ziekenhuis ben.” 

De hoofdverpleegkundige van de afdeling vroeg me om langs te gaan bij de patiënt: “Hij kreeg gisteren echt slecht nieuws van de oncoloog. Wil jij vandaag eens horen hoe het met hem gaat?” 

Midden in het gesprek rinkelt zijn smartphone. Meneer Hendrickx neemt op, geeft kort enkele instructies, legt de telefoon neer en pikt gewoon weer in halverwege de zin waar hij gebleven was. “Mijn werk is heel belangrijk voor mij. Misschien te belangrijk. Als vader ben ik weinig aanwezig geweest. Het heeft me uiteindelijk ook mijn huwelijk gekost. En nu heb ik te horen gekregen dat ik terminaal ziek ben.”  

De daaropvolgende weken vertelt hij steeds meer stukjes van zijn levensverhaal. Ik merk dat hij een balans opmaakt, dat hij stilstaat bij wat hij waardevol vindt en waar hij nog in wil investeren. Meneer Hendrickx wil vooral kiezen om zijn energie in gesprekken met zijn kinderen te stoppen. Hij voelt de nood iets achter te laten voor hen, een geschreven boodschap die hen verder op weg zet in het leven. Op een dag merk ik dat hij helemaal van de kaart is. “Mijn bedrijf heeft gebeld. Ik moet de dienstwagen inleveren. Ik zal hem inderdaad ook nooit meer nodig hebben. En hij staat hier, op de parking van het ziekenhuis.” We zitten in stilte naast elkaar. “Zo grof”, gaat er door mijn hoofd. Maar daar blijkt meneer Hendrickx anders over te denken.

“Moest ik nog aan het hoofd van het bedrijf staan, had ik precies hetzelfde gedaan.” “Maar waar bent u dan zo door aangedaan?”, vraag ik wat verbouwereerd. “Ik zit er niet mee dat ik de auto moet inleveren. Ik zit ermee dat ik dat niet zelf kan doen en hiervoor hulp moet vragen aan mijn kinderen.” Samen proberen we er vanuit verschillen-de perspectieven naar te kijken. Het kan voor zijn oudste dochter misschien ook betekenisvol zijn dat hij haar het vertrouwen geeft om dit probleem op te lossen? 

Ik voel hoe die gesprekken over het afscheid van zijn kinderen ook bij mij binnenkomen, want ik zit tegenover hem met mijn ronde, zwangere buik. Uiteindelijk wordt het ook voor mij tijd om afscheid te nemen van meneer Hendrickx, want ik ga in zwangerschapsverlof. We weten dat we elkaar niet meer zullen terugzien.

Enkele weken later verwelkomen we ons derde kindje: een stevige zoon van bijna vier kg. Het werk in het ziekenhuis lijkt ver weg, mijn wereld bestaat uit borstvoeding geven en proberen de twee oudste kinderen tijdig op school te krijgen. Tot er in de brievenbus van onze bibberend handschrift. Na het lezen vertelt een dienst een bedankkaartje zit in een wat onzeker, collega me dat meneer Hendrickx het kaartje is gaan kopen, samen met de psycholoog van de afdeling, bij ‘Van Harte’, het winkeltje in de inkomhal.

Ik heb hem er niet meer voor kunnen bedanken, hij overleed kort daarop. Maar het kaartje koester ik voor altijd.

Ine Pauwels is één van de zes medewerkers van de dienst pastorale Zorg en Zingeving in ZOL. 
Wil je graag een pastoraal werker spreken? Vraag het via de verpleegkundige of bel naar tel. 089 80 78 10.