Stralingsveiligheid
De dienst Stralingsveiligheid helpt mee om onderzoeken en behandelingen met straling veilig te laten verlopen. Onze medische stralingsfysici werken achter de schermen samen met artsen en zorgverleners om de veiligheid en kwaliteit van deze onderzoeken en behandelingen te bewaken.
Voor radiologie en nucleaire geneeskunde werken de stralingsfysici van ZOL en Noorderhart samen binnen het LINOZ-netwerk. Voor radiotherapie werkt ZOL samen met Jessa binnen het Limburgs Oncologisch Centrum (LOC). Door deze samenwerking kunnen we kennis en expertise delen en blijven kwaliteit en veiligheid centraal staan.
Wat doen wij?
- We zorgen mee voor een veilig gebruik van straling.
- We controleren en testen de apparatuur die straling gebruikt.
- We adviseren en ondersteunen artsen bij onderzoeken en behandelingen.
- We waken mee over de veiligheid van patiënten, medewerkers en bezoekers.
- We bevorderen de kennis en het bewustzijn rond stralingsveiligheid in het ziekenhuis.
- We volgen de geldende kwaliteits- en veiligheidsnormen op.
Zo werken we achter de schermen elke dag mee aan veilige en kwalitatieve zorg voor onze patiënten.
Straling is energie die zich verplaatst in de vorm van golven of deeltjes. We komen er dagelijks mee in contact, bijvoorbeeld via zonlicht, wifi, mobiele telefoons en de microgolfoven.
In de gezondheidszorg maken we onderscheid tussen twee soorten straling:
- Niet-ioniserende straling, zoals echo, MRI en lasers.
- Ioniserende straling, zoals röntgenstralen die gebruikt worden bij röntgenfoto's, CT-scans, nucleaire geneeskunde en radiotherapie.
Beide soorten straling spelen een belangrijke rol in de moderne geneeskunde. Ze helpen zorgverleners om ziekten op te sporen, een diagnose te stellen en behandelingen uit te voeren. Wanneer ioniserende straling wordt gebruikt, gebeurt dit steeds volgens strikte veiligheidsregels en met een dosis die zorgvuldig wordt afgestemd op het onderzoek of de behandeling.
Wilt u meer weten over ioniserende straling en het gebruik ervan in het ziekenhuis? Hieronder vindt u antwoorden op enkele veelgestelde vragen.
Iedereen komt dagelijks in contact met een kleine hoeveelheid ioniserende straling. Een deel daarvan is afkomstig uit de natuur. Dit noemen we achtergrondstraling. Ze komt onder andere van natuurlijke radioactieve stoffen in de bodem, bouwmaterialen en kosmische straling. Omdat deze straling van nature aanwezig is in onze omgeving, wordt iedereen er dagelijks aan blootgesteld.
Daarnaast wordt ioniserende straling gebruikt in de gezondheidszorg. Dankzij deze toepassingen kunnen artsen aandoeningen opsporen, diagnoses stellen en behandelingen uitvoeren. In ons ziekenhuis wordt ioniserende straling gebruikt op verschillende diensten:
- Radiologie / Medische Beeldvorming: hier worden onder andere röntgenfoto's, CT-scans en mammografieën uitgevoerd om aandoeningen en letsels op te sporen.
- Nucleaire Geneeskunde: hierbij wordt een kleine hoeveelheid radioactieve stof toegediend om de werking van organen en weefsels in beeld te brengen.
- Mond-, Kaak- en Aangezichtschirurgie (MKA): röntgenbeelden worden gebruikt om tanden, kaak en aangezicht in beeld te brengen.
- Radiotherapie: hierbij wordt hoogenergetische straling gebruikt voor de behandeling van kanker.
- Operatiekwartier: tijdens bepaalde ingrepen wordt röntgendoorlichting gebruikt om instrumenten veilig en nauwkeurig te positioneren.
- Interventioneel Centrum: tijdens bepaalde onderzoeken en behandelingen helpen röntgenbeelden om een katheter (een dun slangetje) nauwkeurig naar de juiste plaats in het lichaam te leiden.
- Raadpleging Urologie: bij de behandeling van nierstenen met een niersteenverbrijzelaar helpen röntgenbeelden om de nierstenen nauwkeurig te lokaliseren.
- Pijnkliniek: bij bepaalde pijnbehandelingen wordt röntgendoorlichting gebruikt om naalden nauwkeurig te positioneren.
Ioniserende straling kan schade veroorzaken aan cellen in het lichaam. Bij de hoeveelheden straling die worden gebruikt voor medische onderzoeken is het risico meestal erg klein.
Daarom gebruiken we altijd de juiste hoeveelheid straling: niet meer dan nodig, maar wel voldoende om een betrouwbare diagnose te stellen of een veilige behandeling uit te voeren.
Een onderzoek of behandeling met ioniserende straling wordt alleen uitgevoerd wanneer de voordelen groter zijn dan de mogelijke risico's. Het onderzoek kan belangrijke informatie opleveren die nodig is voor uw verdere zorg. Daarom wordt voor elke patiënt zorgvuldig afgewogen of het onderzoek noodzakelijk is en welke hoeveelheid straling daarvoor nodig is.
Om de risico's zo klein mogelijk te houden, nemen we verschillende maatregelen:
- Onderzoek alleen wanneer het nodig is
Een onderzoek met ioniserende straling wordt alleen uitgevoerd wanneer het medisch noodzakelijk is. De voordelen van het onderzoek moeten groter zijn dan de mogelijke risico's. - De juiste hoeveelheid straling
We gebruiken niet meer straling dan nodig is om een betrouwbaar onderzoek of een veilige behandeling uit te voeren. De stralingsdosis wordt afgestemd op het type onderzoek en op de patiënt. - Geavanceerde apparatuur
Onze beeldvormingstoestellen en software zijn ontworpen om een goede beeldkwaliteit te leveren met een zo laag mogelijke stralingsdosis. - Strenge kwaliteitscontroles
Onze apparatuur wordt regelmatig gecontroleerd en onderhouden. Medische stralingsfysici volgen de toestellen en de gebruikte dosissen nauwgezet op en zien erop toe dat alle kwaliteits- en veiligheidsnormen worden nageleefd. - Opleiding en expertise
Onze artsen, verpleegkundigen en medische beeldvormers volgen regelmatig opleidingen en bijscholingen over stralingsveiligheid en passen de meest recente richtlijnen toe.
Onderzoeken en behandelingen met ioniserende straling roepen soms vragen op. Hieronder vindt u antwoorden op de meest voorkomende vragen van patiënten.
Nee. Moderne röntgen- en CT-toestellen beperken de straling tot het lichaamsdeel dat onderzocht wordt. Daarom is extra bescherming, zoals een loodschort voor andere delen van het lichaam, niet nodig.
Vroeger werd vaak een loodschort gebruikt als extra bescherming. Vandaag weten we dat dit bij de meeste onderzoeken geen bijkomend voordeel biedt. Wanneer een loodschort in beeld komt, kan dit zelfs de beeldkwaliteit beïnvloeden en ertoe leiden dat het toestel automatisch meer straling gebruikt om dit te compenseren.
Ja, sommige onderzoeken kunnen ook worden uitgevoerd met technieken zoals echografie (echo) of MRI. Deze technieken maken geen gebruik van ioniserende straling.
Niet elk onderzoek kan echter door een echo of MRI worden vervangen. Elke techniek heeft haar eigen mogelijkheden en beperkingen. Daarom kiest de arts steeds het onderzoek dat de meest geschikte informatie oplevert voor uw diagnose of behandeling.
Wanneer een onderzoek met ioniserende straling wordt voorgesteld, is dat omdat de voordelen groter zijn dan de mogelijke risico's en omdat het onderzoek belangrijke informatie kan opleveren voor uw zorg.
Vaak wel. Of u uw kleding kunt aanhouden, hangt af van het onderzoek, het lichaamsdeel dat onderzocht wordt en het type kleding dat u draagt.
Kleding zonder metaal kan vaak aangehouden worden. Soms vragen we u om kleding, juwelen of andere metalen voorwerpen te verwijderen, omdat deze zichtbaar kunnen zijn op de beelden en de beeldkwaliteit kunnen beïnvloeden.
De zorgverleners leggen vooraf uit wat nodig is. Als u zich moet omkleden, kunt u dit in alle privacy doen.
Wist u dat?
Dat u zich moet omkleden, betekent niet automatisch dat er straling wordt gebruikt. Ook bij onderzoeken zonder ioniserende straling, zoals een MRI-scan of echo, kan het nodig zijn bepaalde kledingstukken of voorwerpen te verwijderen.
Meestal niet. Na een röntgenfoto of CT-scan blijft er geen straling in uw lichaam achter. U bent niet radioactief en vormt geen risico voor uw omgeving. U kunt uw normale activiteiten meteen hervatten.
Bij onderzoeken en behandelingen in de nucleaire geneeskunde wordt een kleine hoeveelheid radioactieve stof toegediend. Afhankelijk van het onderzoek of de behandeling kunt u tijdelijke leefregels meekrijgen om de blootstelling van mensen in uw omgeving te beperken. Onze zorgverleners leggen deze richtlijnen altijd duidelijk aan u uit.
Wist u dat?
Röntgenstralen werken zoals de flits van een camera: de straling is er alleen op het moment dat het beeld wordt gemaakt. Zodra het onderzoek voorbij is, is er geen straling meer aanwezig.
Wist u ook dat?
U gaat geen licht geven in het donker. Zelfs niet na een onderzoek of behandeling waarbij een radioactieve stof wordt toegediend. Dat is een hardnekkige mythe uit films en stripverhalen. 😄
Ja. Tijdens onderzoeken met ioniserende straling wordt de gebruikte stralingsdosis automatisch geregistreerd. Deze gegevens worden binnen het ZOL bewaard en gebruikt door artsen en medische stralingsfysici om de kwaliteit en veiligheid van de onderzoeken op te volgen en waar mogelijk verder te optimaliseren.
Nee. Er staat geen maximum op het aantal onderzoeken met ioniserende straling dat iemand mag ondergaan. Een onderzoek wordt alleen uitgevoerd wanneer het medisch noodzakelijk is.
Voor elk onderzoek worden de voordelen afgewogen tegen de mogelijke risico's. Waar mogelijk wordt gekozen voor een alternatief zonder ioniserende straling, zoals een echo of MRI-scan .
Een onderzoek met straling tijdens de zwangerschap of bij kinderen kan extra vragen oproepen. Daarom hebben we de meest voorkomende vragen en antwoorden voor u verzameld.
Bent u zwanger of denkt u dat u zwanger zou kunnen zijn? Meld dit dan altijd aan uw arts en aan de medewerker vóór het onderzoek.
Een onderzoek met ioniserende straling kan tijdens de zwangerschap doorgaan wanneer dit medisch noodzakelijk is. De arts en radioloog wegen daarbij de voordelen van het onderzoek af tegen de mogelijke risico's voor het ongeboren kind.
Daarbij houden zij rekening met het lichaamsdeel dat onderzocht wordt en de zwangerschapsduur. Ze bekijken of een onderzoek zonder ioniserende straling, zoals een echo of MRI-scan, mogelijk is. Als het onderzoek niet dringend is, kan het soms worden uitgesteld.
Wist u dat?
Bij veel röntgenonderzoeken bevindt de baarmoeder zich niet in het onderzochte gebied. Daardoor is de blootstelling van het ongeboren kind vaak zeer laag of zelfs verwaarloosbaar.
Ja. Onderzoeken met ioniserende straling zijn ook voor kinderen veilig wanneer ze medisch noodzakelijk zijn.
Kinderen zijn gevoeliger voor de effecten van straling dan volwassenen. Daarom bekijken artsen eerst of een onderzoek zonder ioniserende straling, zoals een echo of MRI-scan, mogelijk is. Als een onderzoek met ioniserende straling nodig is, betekent dit dat de voordelen groter zijn dan de mogelijke risico's.
Voor kinderen worden aangepaste technieken en instellingen gebruikt, zodat de stralingsdosis zo laag mogelijk blijft
Wist u dat?
Kinderen zijn geen kleine volwassenen. Daarom worden toestellen speciaal aangepast aan de leeftijd en grootte van het kind.
Begeleidt u een patiënt naar een onderzoek of behandeling? Hier vindt u meer informatie over uw aanwezigheid tijdens het onderzoek en over de maatregelen die genomen worden om uw blootstelling aan straling zo laag mogelijk te houden.
Nee. Onderzoeksruimtes waarin ioniserende straling wordt gebruikt, zijn speciaal afgeschermd zodat de straling binnen de onderzoeksruimte blijft.
Daarom wacht een begeleider meestal buiten de onderzoeksruimte tijdens het onderzoek. Alleen in uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld bij jonge kinderen of patiënten die extra ondersteuning nodig hebben, kan een begeleider aanwezig blijven.
Wanneer u toch aanwezig bent, krijgt u duidelijke instructies van onze zorgverleners zodat uw blootstelling aan straling zo laag mogelijk blijft.
In ideale omstandigheden wacht een begeleider buiten de onderzoeksruimte tijdens het onderzoek. Soms is dat echter niet mogelijk, bijvoorbeeld bij jonge kinderen of patiënten die extra ondersteuning nodig hebben. In dat geval kan een begeleider, na overleg met de zorgverleners, aanwezig blijven in de onderzoeksruimte.
Afstand is één van de meest doeltreffende manieren om blootstelling aan straling te beperken. Daarom vragen zorgverleners begeleiders, wanneer mogelijk, om tijdens het onderzoek op voldoende afstand te blijven of achter een beschermingswand plaats te nemen.
Als u toch dicht bij de patiënt moet blijven, krijgt u een loodschort. Deze biedt extra bescherming tegen de kleine hoeveelheid verstrooide straling die tijdens het onderzoek vrijkomt.