Perifeer arterieel vaatlijden

Wat is perifeer arterieel vaatlijden?

Bij perifeer arterieel vaatlijden (PAV) zijn de slagaders naar je benen vernauwd of afgesloten. De oorzaak is bijna altijd aderverkalking (atherosclerose). Daarbij zetten vet, cholesterol en kalk zich af in de wand van de slagaders.

Door de vernauwing krijgen de spieren in je benen minder bloed, vooral wanneer je ze gebruikt. Bij het wandelen hebben je spieren meer zuurstof nodig dan de vernauwde slagader kan aanvoeren. Dan krijg je pijn.

Aderverkalking zit zelden alleen in de benen. Mensen met PAV hebben ook een groter risico op een hartinfarct of een beroerte. Daarom gaat de behandeling ook over je hart en je andere bloedvaten.

Welke klachten kan je hebben?

Etalagebenen

De meest typische klacht is pijn, kramp of een vermoeid gevoel in de kuit, de dij of de bil tijdens het wandelen. Na een korte rust verdwijnt de pijn. Je kan dan weer verder stappen, tot de pijn terugkomt. Omdat mensen dan even stilstaan, alsof ze naar een etalage kijken, spreken we van etalagebenen.

Ernstige doorbloedingsstoornis (kritieke ischemie)

Als de doorbloeding verder afneemt, kan je ook in rust klachten krijgen:

  • Pijn in de voet of tenen in rust, vaak ’s nachts in bed. Die pijn vermindert als je het been laat afhangen.
  • Wondjes aan de voet of de tenen die niet genezen
  • Zwarte verkleuring van de tenen (afgestorven weefsel)

Dit noemen we kritieke ischemie. Zonder behandeling dreigt verlies van tenen, de voet of het been. Neem bij deze klachten snel contact op met je huisarts of met onze dienst.

Plotse afsluiting

Wordt je been plots koud, bleek, zeer pijnlijk of gevoelloos? Dan is de slagader mogelijk plots afgesloten. Bel onmiddellijk 112.

Hoe stellen we de diagnose?

  • Enkel-armindex: we meten de bloeddruk aan je enkels en aan je armen en vergelijken die. Een lagere druk aan de enkel wijst op een vernauwing. Soms meten we ook na een korte loopproef.
  • Echografie met doppler (duplex): hiermee zien we waar de vernauwing zit en hoe ernstig ze is.
  • CT- of MR-angiografie: een scan die de slagaders van de buik tot de voeten in beeld brengt. Dit is vooral nodig om een ingreep te plannen.
  • Angiografie: via een prik in de slagader spuiten we contrastvloeistof in en maken we röntgenbeelden. Vaak gebeurt dit samen met een behandeling met een ballon of stent.

Welke behandeling is er?

Wat je zelf kan doen

Dit is de basis van elke behandeling, ook als je later nog een ingreep krijgt:

  • Stoppen met roken: dit is het belangrijkste wat je kan doen. Roken maakt de vernauwing erger en verhoogt het risico op amputatie. Je huisarts of een tabakoloog kan je helpen.
  • Looptraining: wandel elke dag, liefst met begeleiding van een kinesitherapeut. Wandel door tot de pijn duidelijk opkomt, rust even en stap dan weer verder. Na enkele maanden kan je meestal duidelijk verder wandelen.
  • Gezond leven: gezond eten, een gezond gewicht en goede controle van diabetes.
  • Voetverzorging: controleer je voeten dagelijks op wondjes, zeker als je diabetes hebt. Draag goede schoenen. Laat je nagels en eelt verzorgen door een podoloog of pedicure.

Medicatie

  • Een bloedverdunner die de bloedplaatjes remt, om een afsluiting, hartinfarct of beroerte te voorkomen
  • Medicatie die de cholesterol verlaagt
  • Een goede behandeling van bloeddruk en diabetes

Ingreep

Een ingreep is nodig bij kritieke ischemie, of als etalagebenen je ondanks looptraining en medicatie te veel beperken in je dagelijks leven. Er zijn verschillende mogelijkheden:

  • Dotterbehandeling (ballondilatatie) en stent: via een prik in de lies schuiven we een dun buisje (katheter) tot aan de vernauwing. Daar blazen we een ballonnetje op om de slagader open te duwen. Soms plaatsen we een stent, een metalen buisje dat de slagader open houdt.
  • Omleiding (bypass): bij een lange afsluiting leggen we een omleiding rond het zieke stuk. Daarvoor gebruiken we bij voorkeur een eigen ader uit je been, anders een buisje van kunststof.
  • Schoonmaken van de slagader (endarteriëctomie): via een snede, meestal in de lies, openen we de slagader en verwijderen we de verkalking uit de wand.

Soms combineren we deze technieken. De vaatchirurg bespreekt met jou welke behandeling het best past bij jouw bloedvaten en je gezondheid.

Mogelijke risico’s

Na een dotterbehandeling kan er een bloeduitstorting of een zwelling op de prikplaats ontstaan. Na een operatie kan er een wondinfectie, een nabloeding of zwelling van het been optreden. Een behandelde slagader of een omleiding kan na verloop van tijd opnieuw vernauwen. Daarom is opvolging belangrijk. Je arts bespreekt de risico’s die voor jou gelden.

ONDERDEEL: VOOR WIE?

Voor wie is perifeer arterieel vaatlijden een risico?

PAV komt vaker voor bij:

  • Rokers en ex-rokers
  • Mensen met diabetes
  • Mensen met hoge bloeddruk of een hoog cholesterol
  • Mensen ouder dan 60 jaar
  • Mensen met een hart- of vaatziekte, zoals een hartinfarct of een beroerte
  • Mensen met nierfalen
  • Mensen met hart- en vaatziekten in de familie

Hoe meer van deze risicofactoren je hebt, hoe groter de kans op PAV.

Voorbereiding

Op de raadpleging

  • Breng een lijst mee van al je medicatie, ook bloedverdunners.
  • Breng verslagen en beelden mee van eerdere onderzoeken.
  • Let op hoeveel meter je kan wandelen voor de pijn begint. Dat helpt ons om de ernst in te schatten.
  • Draag kleding waarmee we makkelijk aan je benen en voeten kunnen.

Voor een ingreep

  • Je bent nuchter op de dag van de ingreep. Je krijgt vooraf precies te horen vanaf wanneer.
  • We bespreken je medicatie. Sommige bloedverdunners moet je tijdelijk stoppen of aanpassen. Doe dit nooit zonder overleg. Gebruik je diabetesmedicatie, dan krijg je hiervoor aparte instructies.
  • We kijken je nierfunctie na, omdat we contrastvloeistof gebruiken.
  • Voor een operatie kijken we ook je hart en je algemene conditie na.

Nazorg en herstel

  • Na een dotterbehandeling of stent mag je meestal dezelfde dag of de dag erna naar huis.
  • Na een omleidingsoperatie blijf je enkele dagen in het ziekenhuis. Meestal loop je al na enkele dagen weer.
  • Je krijgt bloedverdunners, soms een tijdlang twee verschillende. Neem ze trouw in en stop nooit zonder overleg.
  • Blijf elke dag wandelen. Looptraining blijft ook na een ingreep belangrijk.
  • We volgen de doorbloeding van je benen op met een echo of een enkel-armindex. Je vaatchirurg, je huisarts en je kinesitherapeut werken daarvoor samen.

Wanneer neem je contact op?

Neem contact op met je huisarts of met onze dienst als:

  • De wond of de prikplaats rood, warm of gezwollen wordt, of als er vocht uit komt
  • Je koorts krijgt
  • De pijn bij het wandelen terugkomt of erger wordt
  • Je een wondje aan je voet krijgt dat niet geneest

Wordt je been plots koud, bleek, zeer pijnlijk of gevoelloos? Bel dan onmiddellijk 112.

FAQ

Moet ik blijven wandelen als het pijn doet?

Ja, met looptraining wandel je net tot de pijn duidelijk opkomt. Dan rust je even en stap je verder. Zo leert je lichaam nieuwe kleine bloedvaten aan te maken rond de vernauwing. De pijn is vervelend, maar niet schadelijk voor je been.

Kan ik een amputatie voorkomen?

De meeste mensen met etalagebenen krijgen nooit een amputatie. Het risico is wel groter als je blijft roken of als je diabetes slecht geregeld is. Stoppen met roken, goede voetverzorging en tijdig een arts raadplegen bij wondjes zijn de beste bescherming.

Waarom krijg ik medicatie als mijn klachten in de benen zitten?

Aderverkalking zit in je hele lichaam. Mensen met PAV hebben ook meer kans op een hartinfarct of een beroerte. Bloedverdunners en cholesterolverlagers beschermen niet alleen je benen, maar ook je hart en je hersenen.

Krijgt iedereen met etalagebenen een stent of operatie?

Nee. Bij de meeste mensen volstaan stoppen met roken, looptraining en medicatie. Een ingreep is nodig als je ernstig beperkt blijft in je dagelijks leven, of bij pijn in rust of wondjes die niet genezen.

Hoe lang blijft een stent of omleiding open?

Dat verschilt van persoon tot persoon en hangt af van de plaats en de lengte van de vernauwing. Een behandelde slagader kan na verloop van tijd opnieuw vernauwen. Niet roken, je medicatie nemen en blijven wandelen helpen om het resultaat te behouden.

Inhoudsverantwoordelijke: Dr. Wouter Lansink, Vaat- en Thoraxheelkunde - 2026