Oppervlakkige veneuze insufficiëntie is een aandoening waarbij de kleppen in de oppervlakkige aders van de benen niet goed meer sluiten.
Normaal zorgen die kleppen ervoor dat het bloed in één richting stroomt — van de benen terug naar het hart. Wanneer ze falen, zakt het bloed terug omlaag en stapelt zich op in de aders. Die verhoogde druk doet de aders uitzetten en verzwakken.
Anatomisch betreft het vrijwel altijd de vena saphena magna (de grote saffenader aan de binnenzijde van het been) of de vena saphena parva (de kleine saffenader aan de achterzijde van de kuit), of beide.
Oorzaken en risicofactoren zijn erfelijke aanleg, langdurig staan of zitten, zwangerschap, overgewicht en veroudering.
Klachten variëren van zwaar of moe aanvoelende benen, zichtbare spataders (varices), zwelling rond de enkels, jeuk en branderig gevoel, tot — in vergevorderd stadium — huidverkleuring, eczeem en veneuze ulcera (open beenwonden).
Onderscheid met diepe veneuze insufficiëntie is belangrijk: bij de oppervlakkige vorm zijn alleen de onderhuids gelegen aders aangetast. Bij de diepe vorm zijn de grote aders diep in de spier betrokken, wat ernstiger gevolgen heeft en andere behandeling vereist. De twee kunnen ook samen voorkomen.
Diagnose gebeurt via duplex-echografie (kleurendoppler), waarmee de richting van de bloedstroom en de werking van de kleppen in rust en bij inspanning zichtbaar worden gemaakt
Behandeling hangt af van de ernst en omvat compressietherapie (steunkousen), sclerotherapie, endoveneuze thermische ablatie (laser of radiofrequentie), of chirurgische verwijdering van de aangetaste ader (stripping). Het doel is de pathologische reflux te elimineren en klachten te verminderen of te voorkomen.