Diepe veneuze insufficiëntie (DVI) is een aandoening waarbij de kleppen in de diepe aders van de benen niet goed meer functioneren, waardoor bloed terugzakt en zich ophoopt in de onderbenen.
Anatomisch betreft het de diepe aders die door de spiercompartimenten lopen: de vena femoralis, vena poplitea en de kuitvenen (vena tibialis anterior, posterior en vena peronea). Dit zijn de hoofdaders die het grootste deel van het veneuze bloed uit de benen afvoeren.
Oorzaken
De meest voorkomende oorzaak is een doorgemaakte diepe veneuze trombose (DVT). Na een DVT kan de klonter de klepstructuren beschadigen of de ader gedeeltelijk afsluiten, wat leidt tot het postthrombotisch syndroom (PTS). Andere oorzaken zijn primaire klepinsufficiëntie (aangeboren of degeneratief), chronische veneuze obstructie in het bekken, en — zeldzamer — bekkenveneuze compressie zoals het May-Thurner syndroom.
Klachten
De klachten zijn doorgaans ernstiger dan bij oppervlakkige insufficiëntie en omvatten:
- Zwelling van het volledige been (niet enkel de enkel)
- Zwaar, pijnlijk been dat toeneemt bij lang staan of zitten
- Huidveranderingen: lipodermatosclerose (verharding en verkleuring van de huid), hyperpigmentatie, atrophie blanche
- Veneuze ulcera, typisch aan de binnenkant van de enkel (malleolus medialis)
- In ernstige gevallen: chronisch oedeem dat niet volledig verdwijnt na rust
Onderscheid met oppervlakkige veneuze insufficiëntie
Bij oppervlakkige insufficiëntie zijn alleen de onderhuids gelegen saffenaders aangetast en is chirurgische of ablatietherapie vaak curatief. Bij diepe insufficiëntie zijn de hoofdaders zelf beschadigd, wat de behandeling complexer maakt. Beide aandoeningen kunnen gelijktijdig voorkomen, en een grondige duplex-echografie is noodzakelijk om beide te onderscheiden.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld via duplex-echografie in staande positie met Valsalva-manoeuvre of distale compressie, om reflux (terugstroom) aan te tonen. Bij verdenking op bekkenobstructie worden aanvullend CT-venografie of MR-venografie uitgevoerd. De ernst wordt geklasseerd volgens de CEAP-classificatie en de VCSS-score (Venous Clinical Severity Score).
Behandeling
Er bestaat geen eenvoudige curatieve ingreep zoals bij oppervlakkige insufficiëntie. De behandeling is grotendeels conservatief:
- Compressietherapie (steunkousen klasse II–III) als hoeksteen van de behandeling
- Hooghouden van de benen
- Wondverzorging bij veneuze ulcera, eventueel met compressiebandagering
- Looptraining om de spierpompfunctie te verbeteren
Bij geselecteerde patiënten met aantoonbare diepe klepinsufficiëntie kan klepchirurgie worden overwogen (klepreconstuctie of klepplastie), dit is een gespecialiseerde ingreep die slechts in een beperkt aantal centra wordt uitgevoerd. Bij bekkenveneuze obstructie (PTS met afsluiting van de bekkenader) kan stentplaatsing in de vena iliaca of vena cava een optie zijn om de afvloed te herstellen.