ZOLler met pensioen: Jean Olaerts
Meer dan veertig jaar werkte Jean Olaerts achter de schermen van ZOL. Eerst als boekhouder, later als diensthoofd boekhouding en stafmedewerker financiën. Hij zag het ziekenhuis groeien van een regionale organisatie tot een van de grootste zorginstellingen van België. En hoewel zijn carrière zich afspeelde tussen balansen, begrotingen en boekhoudsystemen, gaat zijn verhaal uiteindelijk vooral over mensen. “Ik deed wat ik graag deed. Dat is het mooiste wat ik over mijn loopbaan kan zeggen.”
Jean, hoe voelt het pensioen?
"Eigenlijk was ik er klaar voor. Mijn vrouw is al negen jaar met pensioen, dus we hadden er allebei naar uitgekeken om meer dingen samen te doen. Ik verveel me geen moment."
Mis je het ziekenhuis?
"Vooral de mensen. Collega's met wie je jarenlang hebt samengewerkt, zie je niet meer elke dag. Dat is wel even wennen."
Hoe begon jouw verhaal bij het ziekenhuis?
"Ik ben gestart op 1 augustus 1984, na mijn legerdienst. Ik had boekhouding gestudeerd en wilde eigenlijk niets liever dan boekhouder worden. Dat was voor mij echt een droomjob."
Wat hield je werk toen in?
"We deden de boekhouding voor de verschillende Genkse OCMW-instellingen én voor het ziekenhuis. Facturen werden manueel verwerkt, computers waren beperkt en veel gebeurde nog op papier.”
Je hebt heel wat veranderingen meegemaakt.
"Absoluut. Een van de belangrijkste momenten was de fusie in 1996. Toen smolten het Sint-Jansziekenhuis in Genk, het André Dumontziekenhuis in Waterschei en het Sint-Barbaraziekenhuis in Lanaken samen en moest er een volledig nieuwe financiële organisatie worden opgebouwd.”
"Doorheen de jaren is alles veel professioneler geworden. Toen ik begon, registreerden we vooral cijfers. Later analyseerden we die ook, volgden we begrotingen op en leverden we managementinformatie aan."
Wat vond je het leukste aan je job?
"Dat ik voortdurend kon bijleren. Ik volgde opleidingen over financiën, fiscaliteit, pensioenen en ziekenhuisfinanciering. Als er iets nieuws kwam, wilde ik begrijpen hoe het werkte."
“Op het einde van mijn loopbaan kwam iedereen wel eens langs met een vraag."
"En ik werkte graag met mensen. Ik heb altijd geprobeerd collega's te helpen. Sommige dingen heb ik honderd keer uitgelegd. En als het nodig was, legde ik het een duizendste keer uit."
Je stond bekend als iemand met veel kennis van het ziekenhuis.
(lacht) "Dat komt waarschijnlijk omdat ik hier zo lang rondgelopen heb. Op het einde van mijn loopbaan kwam iedereen wel eens met een vraag langs. Dat vond ik wel fijn."
Is er een project waar je bijzonder trots op bent?
"De financiële integratie van Ziekenhuis Maas en Kempen in Maaseik bij de fusie met ZOL was een mooi hoofdstuk. We moesten systemen op elkaar afstemmen, mensen begeleiden en veel kennis delen. Daar heb ik veel voldoening uit gehaald.”
Je was ook altijd erg geëngageerd.
“Ja, ik zat mee in de voetbalclub van het ziekenhuis en was actief in de personeelskring. We organiseerden uitstappen, sportactiviteiten, reizen en evenementen. In 2024 was ik nog prins carnaval van De Vrolijke Jantjes, de carnavalsvereniging van ZOL en OCMW Genk.”
Waar ben je het meest trots op?
"Op de waardering die ik gekregen heb. Dat mensen vertrouwen in mij hadden en dat ik dingen mocht doen. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik hier mijn steentje kon bijdragen."
Wat wil je jonge collega's vandaag nog meegeven?
"Dat het uiteindelijk om mensen draait. Het kapitaal van een ziekenhuis zijn de mensen. Materiaal is nodig, maar daarmee maak je geen ziekenhuis. Het zijn de medewerkers die het verschil maken."
“Weet je, mensen zien soms vooral wat beter kan. Maar ZOL is een sterke werkgever die blijft investeren, vernieuwen en die kansen biedt. Dat is niet zo vanzelfsprekend."
Wat brengt het pensioen?
Tijd maken voor de kleinkinderen en veel wandelen. Dat is tijdens corona echt gegroeid. Samen met mijn vrouw wandelde ik naar Santiago de Compostella en delen van het Pieterpad. We trekken nog vaak de natuur in. Daar maak ik mijn hoofd leeg.”