Twee weken op inleefreis naar ons partnerziekenhuis in Bokonzi, Congo
Eind januari trokken endocrinoloog dr. Ine Lowyck en spoedverpleegkundige Stijn Peeters twee weken naar Bokonzi, het partnerziekenhuis van ZOL in Congo. De inleefreis, georganiseerd via Memisa, bood hen een unieke inkijk in de gezondheidszorg in een van de meest afgelegen regio's van het land. Ze keerden terug met een rugzak vol indrukken, bewondering én een hernieuwde waardering voor de zorg die in België vaak vanzelfsprekend lijkt.
Stijn Peeters, spoedverpleegkundige en dr. Ine Lowyck, endocrinoloog in Bokonzi, Congo
Voor Stijn was het een kans om terug te keren naar Afrika, vijftien jaar nadat hij er als laatstejaarsstudent verpleegkunde stage liep. "Ik wilde opnieuw ervaren hoe het is om er te werken en te leven. Tegelijk was ik benieuwd hoeveel er in die vijftien jaar veranderd was. Het Tanzania van toen bleek uiteindelijk toch een heel andere wereld dan Congo vandaag." Ook voor dr. Lowyck kwam de reis op het juiste moment. "Als student deed ik vrijwilligerswerk in de Filipijnen. Ik zei toen al dat ik voor Artsen Zonder Grenzen zou willen werken als ik geen partner zou tegenkomen. Die partner is er wel gekomen, maar mijn interesse voor gezondheidszorg in ontwikkelingslanden is nooit weggeëbd. De samenwerking van ZOL met Bokonzi heeft me altijd geboeid. Toen deze kans zich voordeed, heb ik niet getwijfeld."
Een lange reis naar een warme ontvangst
Bokonzi ligt in het noordwesten van Congo, een regio die ver gelegen is van de onrusten die zich afspelen in het oosten van Congo. Toch moest de veiligheid van de reis goed afgewogen worden, gezien er via Kinshasa gereisd werd waar het ook een tijd onveilig was door de politieke situatie. Ook doen er zich geregeld lokale problemen voor door stammentwisten. Maar eenmaal aangekomen werden de Belgische gasten bijzonder hartelijk ontvangen.
"We werden als koningen onthaald", lacht Stijn. "We logeerden bij de zusters vlakbij het ziekenhuis. Overal waar we kwamen, werden we enthousiast begroet. Kinderen riepen opgewonden naar ons wanneer we voorbijliepen en overal stonden de mooiste zetels voor ons klaar. Soms leek het wel alsof we op een troon moesten plaatsnemen."
Veel inzet, weinig middelen
Het ziekenhuis van Bokonzi bleek groter dan verwacht, met afdelingen voor heelkunde, inwendige geneeskunde, pediatrie, gynaecologie, een laboratorium en een apotheek. Toch zijn de beschikbare middelen bijzonder beperkt. Er is geen röntgentoestel, de laboratoriummogelijkheden zijn minimaal en zelfs een eenvoudige nierfunctie bepalen is onmogelijk. Artsen en verpleegkundigen moeten vaak vertrouwen op hun ervaring en klinisch inzicht.
"Veel gebeurt noodgedwongen op basis van kennis en intuïtie", zegt dr. Lowyck. "Toch viel één zaak op: de aandacht voor handhygiëne. Overal stond water en zeep klaar. Dat toont hoeveel belang men hecht aan de basisprincipes van goede zorg."
In het ziekenhuis werken ruim honderd medewerkers, waaronder een tiental basisartsen. Specialisten zijn er niet. Niet alleen ontbreken de middelen, ook trekken artsen vaak weg omdat er weinig mogelijkheden zijn om zich verder te ontwikkelen. Tijdens hun verblijf stonden voor Ine en Stijn observeren en kennisuitwisseling centraal.
"De collega's in Bokonzi namen uitgebreid de tijd om hun ziekenhuis te tonen, van de verpleegafdelingen tot de technische installaties. Zelfs de noodgenerator werd met trots voorgesteld. Ze waren ongelooflijk fier op wat ze ondanks de beperkte middelen toch gerealiseerd hebben."
De steun vanuit België maakt een verschil
Voor Ine en Stijn was het bijzonder motiverend om met eigen ogen te zien hoe de steun vanuit België en ZOL daadwerkelijk het verschil maakt. Zo werden recent waterreservoirs gebouwd, overkappingen geplaatst tegen zon en regen, sanitaire voorzieningen aangelegd en zonnepanelen geïnstalleerd voor de elektriciteitsvoorziening.
"Het is fijn om te zien dat die ondersteuning heel concreet het dagelijkse werk én het comfort van patiënten verbetert", zegt Stijn.
Vanuit hun eigen expertise konden ze af en toe ook praktische tips meegeven. Stijn wisselde ervaringen uit over het gebruik van blaassondes op intensieve zorgen. Dr. Lowyck gaf advies bij de behandeling van een patiënt met diabetes.
Zorg tot diep in het hart van Congo
Rond Bokonzi liggen nog 26 gezondheidscentra die vanuit het ziekenhuis worden ondersteund. Enkele daarvan zijn enkel per prauw, een handgemaakt smal houten vaartuig dat onder meer gebruikt wordt om te vissen, bereikbaar. De centra bestaan uit eenvoudige stenen gebouwen met enkele bedden om patiënten kort op te volgen.
"Het gebrek aan degelijk en goed onderhouden materiaal is één van de grootste uitdagingen", vertelt Ine. "Je merkt hoeveel creativiteit er nodig is om toch zorg te blijven verlenen."
De ziektebeelden verschillen ook sterk van wat Belgische zorgverleners dagelijks zien. Veel kinderen worden opgenomen met malaria, ernstige bloedarmoede of ondervoeding. Daarnaast komen verslavingen frequent voor, net als verkeersongevallen of valpartijen uit kokospalmen.
"Sommige situaties zijn bijzonder schrijnend", vertelt dr. Lowyck. "We zagen bijvoorbeeld iemand met vermoedelijk een gebroken rug die wekenlang aan zijn bed gekluisterd was. De mogelijkheden om zo iemand verder te onderzoeken of te behandelen zijn er gewoon niet."
Onvergetelijke ontmoetingen
Naast de medische ervaringen lieten ook de ontmoetingen met de lokale bevolking een diepe indruk na. Zo kregen Ine en Stijn tijdens een bezoek aan Bondanga, een gemeenschap van het watervolk, een wel erg bijzonder afscheidsgeschenk.
"Een levende kaaiman!", lacht Stijn. "Het beest was met lianen vastgebonden en ging mee in de prauw. Drie dagen later hebben de zusters hem klaargemaakt. Eigenlijk was het verrassend lekker. De structuur doet wat aan kreeft denken."
Ook de kerkdienst zal dr. Lowyck niet snel vergeten.
"We woonden een zondagsmis bij die drie uur duurde. Alles was in het Lingala, de plaatselijke taal, dus we verstonden geen woord. Maar de muziek, de zang en de dans maakten zoveel indruk. Op een bepaald moment mocht ik zelfs mee vooraan dansen. Heel bijzonder!"
Een andere kijk op zorg
Ondanks de politieke onrust in het oosten van Congo voelden beiden zich geen enkel moment onveilig.
"Vooraf hadden we toch wat schrik, ook omdat we als Belgen naar een voormalige kolonie reisden. Achteraf bleek dat volledig onterecht. We konden zelfs vrij rondwandelen in en rond Bokonzi." De grootste impact kwam pas na hun terugkeer naar België.
"Noem het gerust een omgekeerde cultuurshock", zegt Stijn. "Hier beschikken we over zoveel mogelijkheden om patiënten de beste zorg te geven. Daar ontbreken zelfs de meest elementaire hulpmiddelen. Dat besef blijft nog lang nazinderen."
Tussen alle indrukwekkende ervaringen door was er gelukkig ook ruimte voor ontspanning. Ine en Stijn hadden het kaartspel UNO meegenomen en leerden het aan de zusters.
"Dat bleek een schot in de roos", glimlacht Stijn. "Ze waren er zo enthousiast over dat ze soms tot laat in de avond bleven spelen. We hebben het spel uiteindelijk daar gelaten. En af en toe krijgen we nog een foto doorgestuurd van zusters die samen een potje UNO spelen."