In ZOL is de duimprothese al mee dan 10 jaar de standaardbehandeling

Ongeveer 5 procent van de mannen en 3 procent van de vrouwen krijgen op latere leeftijd te maken met duimartrose.  “In ZOL is de duimprothese al meer dan tien jaar de standaardbehandeling”, aldus hand-, pols- en elleboogchirurgen prof. dr. Joris Duerinckx, prof. dr. Pieter Caekebeke en dr. Laurens Van Melkebeke.  

Hoe belangrijk is de duim voor onze handfunctie?  
Prof. dr. Caekebeke: “De duim is de basis van onze hand. De handfunctie is enorm afhankelijk van de duim.”   
Dr. Van Melkebeke: “Mensen wennen aan de pijn als ze duimartrose ontwikkelen en passen hun handgebruik aan. Ze beseffen pas na een ingreep hoe beperkt ze al die tijd zijn geweest.”  

Is een duimprothese een recente ontwikkeling?  
Prof. dr. Duerinckx: “De eerste duimprothese dateert van begin jaren ’70. Een Franse chirurg paste het principe van de heupprothese toe op de duim. Sindsdien heeft de techniek een enorme evolutie doorgemaakt hoewel het basisprincipe hetzelfde gebleven is: gebruik maken van een kogelgewricht. Maar de materialen en technische details zijn sterk verbeterd.”  

Wat zijn de alternatieven voor een duimprothese?  
Prof. dr. Duerinckx: “In uitzonderlijke gevallen zetten we het gewricht vast of verwijderen we het handwortelbeentje. Maar in 80% van de gevallen kiezen we tegenwoordig voor een prothese. Alleen als het bot te zwak is of als er ook slijtage in de pols zit, kiezen we voor een andere oplossing.”  
Prof. dr. Caekebeke: “Het verwijderen van een handwortelbeentje was vroeger de standaard. De revalidatie duurt dan wel zes tot negen maanden. Bij een prothese hebben patiënten hun kracht vaak al binnen zes weken tot drie maanden terug. Dat is een wereld van verschil.”  
Prof. dr. Duerinckx: “Met een prothese behoud je ook de lengte van de duim. Verwijder je het handwortelbeentje, dan wordt de duim korter en bestaat er altijd het risico dat de duim inzakt. Dat heeft invloed op kracht én uitzicht. Bovendien geeft een prothese een betrouwbaarder resultaat.”  

Wie komt in aanmerking voor een prothese? 
Dr. Van Melkebeke: “Een duimprothese is pas aan de orde als alle andere behandelingen zijn uitgeput: brace, kinesitherapie, infiltraties…”  
Prof. dr. Duerinckx: “Bij de oudere populatie heeft zowat iedereen een vorm van duimartrose. Dit terwijl er in België jaarlijks zo’n 4.000 duimprotheses geplaatst worden. Dat betekent dat de meerderheid van de mensen ofwel milde klachten heeft, of goed geholpen is met niet-operatieve behandelingen.”  

Wat zijn de mogelijke risico’s van een duimprothese?  
Prof. dr. Duerinckx: “Vroeger kwam luxatie – het uit de kom gaan van de prothese – nog regelmatig voor. Maar door technische verbeteringen is die kans nu gedaald tot minder dan 0,5%.”  

Prof. dr. Caekebeke: “Collega Duerinckx beschreef in 2016 de ideale positie van de prothese om dat risico nog verder te beperken. Dat heeft echt het verschil gemaakt.”  
 
In jullie centrum worden de meeste duimprotheses in België geplaatst? 
Prof. dr. Duerinckx: “We waren er vroeg bij en hebben eigen wetenschappelijk onderzoek gedaan. Intussen hebben we duizenden ingrepen achter de rug. We mogen inderdaad stellen dat we wereldwijd tot de top behoren op het vlak van duimprotheses.” 

Dr. Van Melkebeke: “We blijven ook investeren in de toekomst. Ik werk momenteel aan een studie over langetermijnuitkomsten en mogelijke complicaties. Zo maken we de prothese van morgen nóg beter.”