Vaatchirurg dr. Herman Schroë neemt afscheid van ZOL

Sinds april van dit jaar stopte thoracovasculair chirurg dr. Herman Schroë met zijn werk in ZOL. “Ik ben fier op wat ik samen met mijn collega’s in de loop der jaren heb kunnen realiseren.” 

Hoe bent u destijds in ZOL terecht gekomen? 
Dr. Herman Schroë: “Ik koos voor het Sint-Jansziekenhuis in Genk in 1989 op vraag van abdominaal chirurg dr. Erik Niville die mij over de streep trok om een gecombineerde dienst chirurgie op te starten. In die tijd was thoracovasculaire chirurgie een technische subdiscipline. Deze gecombineerde dienst bouwden wij samen uit met de algemeen chirurgen dr. Clyncke, dr. Schatz en dr. De Bie. Enkele jaren later, in 1993 kreeg ik de mogelijkheid de dienst Thoracovasculaire Heelkunde op te richten door de samenwerking met cardiochirurg dr. Geert Fransen. Hiermee opende zich een totaal andere wereld. De uitdaging was groot om ons in Limburg op de kaart te zetten mede door de samenwerking met een pas opgestarte dienst Interventionele Cardiologie. De eerste zes jaren van mijn activiteit waren zwaar doordat ik voor mijn chirurgische activiteit quasi permanent de supergespecialiseerde wacht deed. Sporadisch, tijdens de wat langere vakanties deed een ingeroepen vaatchirurg de achterwacht. In 1996 startte dr. Geert Lauwers in onze dienst Thoraco-Vasculaire Heelkunde, in 2000 dr. Wouter Lansink. De wachten werden minder zwaar en de workload diversifieerde. In 2009 startte dr. Katelijne Vanslembroek als eerste vrouwelijke vaatchirurge met superspecialisatie in de flebologie en in 2016 dr. Sigi Nauwelaers, gesuperspecialiseerd in de acces- en thoraxchirurgie. Recent associeerden we met prof. dr. Herbert Decaluwé, exclusief gespecialiseerd in de thoraxchirurgie.”  

Hoe kon de dienst Thoracovasculaire Heelkunde zo uitgroeien?  
Dr. Herman Schroë: “Omdat we met zo’n groot team waren, konden we elk een eigen superspecialisatie uitbouwen. Ik heb me vanaf het begin toegelegd op endovasculaire chirurgie en de verdere innovatie ervan. Samen met enkele jonge Belgische vaatchirurgen stond ik mee aan de bakermat van deze technische superdiscipline en hebben we de endovasculaire therapie van in het begin opgestart en nationaal alsook internationaal uitgebouwd, te beginnen met het dilateren en recanaliseren van atherosclerotische letsels tot endoprotheses, carotis dilataties, distale vaattherapie en gecombineerde gespecialiseerde technieken. Intussen zijn de endovasculaire technieken enorm uitgegroeid naar meer en complexere toepassingen. De endovasculaire behandelingen worden momenteel uitgevoerd in 65 tot 70% van de totale vaatpathologie. Het is routinepathologie geworden.” 

“In 2000 hebben we het Limburgs Vaatcentrum opgericht en is onze dienst gestart met het aanbieden van de hogere opleiding vaatchirurgie. We hebben vanaf toen elk jaar een resident opgeleid. Ook onze samenwerking met interventioneel radioloog dr. Luc Stockx is een mijlpaal binnen de multidisciplinaire behandeling van de vaatpatiënt gebleken.” 

“In 2011 hebben we het Studiecentrum Thoracovasculaire heelkunde opgericht, in samenwerking met gezondheidsinstanties en de industrie. De multidisciplinaire samenwerking van de heelkundige ploeg, de interventioneel radiologische ploeg met vaste behandelpaden en intense samenwerking leidde tot een cohorente structuur op deze diensten en heeft ervoor gezorgd dat we baanbrekend werk konden verrichten. Met de opening in 2015 van het Interventioneel Centrum ZOL, met onze eigen interventiezalen voor de diensten Cardiologie, Interventionele Radiologie en Thoracovasculaire Heelkunde is dit helemaal op kruissnelheid gekomen en heeft ons nationaal en internationaal op de kaart gezet. Elk van ons ging wereldwijd spreken en we ontvingen internationale gasten. We zijn er in al die jaren in geslaagd uit te groeien tot een van de grootste diensten ‘Thorax- en vaatheelkunde’ van het land met superspecialisaties en met een aanzienlijke wetenschappelijke output. Dit blijft nog steeds een drijfveer naar belangrijke wetenschappelijke vooruitgang en momenteel hebben we nog meer dan een 10-tal klinische studies lopende. Dit heeft veel appreciatie, samenwerking en voldoening met zich meegebracht.” 

“Ik moet eerlijk toegeven dat in dit ziekenhuis de artsen altijd alle kansen gekregen hebben gekregen om hun ambities waar te maken. Daar ben ik trots op. Wie ondernemend was en een duidelijk plan had, kreeg veel gedaan. Dat is waar ZOL trouwens nog altijd voor staat en wat je heden ook ziet in veel andere medische diensten.” 

Welke functies heeft u gehad in de loop der jaren?  
Dr. Herman Schroë: “Ik ben medisch diensthoofd Thorax- en Vaatchirurgie geweest in ZOL van 1996 tot 2014. Ik ben ook tien jaar lid geweest van de medische raad van ZOL.  Naast mijn ziekenhuisactiviteiten ben ik vooral actief geweest in de beroepsvereniging ‘BSVS’ zijnde Belgian Society of Vascular Surgery. Sinds 2014 ben ik een tijd voorzitter geweest afwisselend met secretaris in 4-jaarlijkse mandaten, later wetenschappelijke alsook onderzoeksmandaten sinds 2014 tot op de dag van vandaag. Vanuit de beroepsvereniging hebben we heel wat structurele veranderingen kunnen realiseren in zowel in de heelkundige vasculaire opleiding als wat betreft de terugbetaling van nieuwe innovatieve materialen en technieken, dit zowel in samenwerking met de industrie als met de overheid. Naast de klinische praktijk zijn zeker deze laatste essentieel in de vooruitgang van de gezondheidszorg. Wat het BSVS betreft, werkten deze artsen samen als een geoliede machine, hebben we mekaar gesteund door dik en dun, veel gerealiseerd en veel gelachen.” 

Met welke diensten heeft u veel samengewerkt in al die jaren? 
Dr. Herman Schroë: “Buiten het ziekenhuis hebben we veel coherentie gehad met de dienst vaatheelkunde uit UZ Gent geleid door prof. Frank Vermassen en wat betreft de opleiding van residenten hebben we een jarenlange samenwerking met de dienst Vaatchirurgie van KU Leuven. We hebben samen heel wat studies opgestart en gingen spreken op internationale congressen.”  

“In ons ziekenhuis hebben we vooral samengewerkt met de dienst Interventionele Radiologie en de dienst Cardiologie. Veel patiënten van onze dienst moeten immers ook cardiologisch behandeld worden en omgekeerd. Vandaag heeft onze dienst ook een intense samenwerking met de dienst Pneumologie, waar de laatste jaren verschillende jonge topartsen gestart zijn die heel wat nieuwe expertise en technieken hebben binnengebracht.”  

“Achterom kijken is goed maar mij richten naar de toekomst voor verbetering van de hogere opleiding van assistenten en residenten heeft mij steeds na aan het hart gelegen.  Artsen in opleiding stimuleren, hun wegwijs maken in de eigen specialisatie, zowel professioneel als wat betreft de passie voor het vak.” 

Wat brengt de toekomst na ZOL? 
Dr. Herman Schroë: “Ik wil nog professioneel actief zijn en doe nog raadpleging in diverse centra. Dit biedt mij een brede waaier aan mogelijkheden, maar het zijn vooral de contacten en de voeling met het klinische werk die ik hierdoor heb, die me drijven. Ik heb ook nog enkele adviserende functies.”  
 
“Daarnaast wil ik vooral tevreden zijn met al de dingen die het leven mij gebracht heeft en vandaag de dag bieden. Ik wil meer vrije tijd doorbrengen mijn vrouw Martine en mijn drie dochters die mij steeds volledig gesteund hebben en die nu zeker meer aandacht verdienen.  Verder blijft de gedrevenheid en passie voor de paardensport mij nog steeds veel voldoening geven.”