Goede cijfers voor de behandeling van hersentumoren

ZOL scoort goed in rapport van Belgisch Kankerregister 

Het Belgisch Kankerregister publiceerde een rapport over de behandeling van primaire hersentumoren tussen 2016 tot 2019, met cijfers sinds 2008 voor patiënten die eerder gediagnosticeerd zijn. Uit de cijfers blijkt dat ZOL tot de beste leerlingen van de klas behoort, wat betreft de proces-, zowel als de outcome-indicatoren. “Het is fijn om te zien dat ons harde werk bevestigd wordt in de cijfers van de overheid”, aldus neurochirurg dr. Frank Weyns, oncoloog dr. Fer Mennens en radiotherapeut dr. Mieke Govers. 

In het rapport van het Belgisch kankerregister werden 73 Belgische ziekenhuizen geïncludeerd. In totaal gaat het over 3.067 patiënten. ZOL is het derde grootste centrum in België wat betreft de behandeling van hersentumoren. 

Dr. Frank Weyns: “Het rapport bevat alle verschillende types van hersentumoren maar de grootste groep zijn de kwaadaardige gliomen omdat deze het meeste voorkomen. De verhouding mannen-vrouwen is 60-40%.”  

“Het rapport gaat uit van een indeling in 4 graden. Graad 1 komt hoofdzakelijk voor bij kinderen en jongvolwassenen, graad 2 tot 4 bij volwassenen. Graad 1 en 2 zijn niet agressief, hoewel graad 2 op termijn meestal wel in die richting evolueert. Patiënten met een graad 4-tumor zullen het snelst overlijden.”  

Wat zeggen de cijfers over de levensverwachting van deze patiënten? 
Dr. Frank Weyns: “Uit de cijfers blijkt dat 50% van de patiënten met een glioom gemiddeld na één jaar nog leeft en 25% na twee jaar. In ZOL scoren we een stuk hoger dan de gemiddelden (figuur 1 en 2). Dit geldt voor de periode van 2016 tot 2019. Intussen hebben we geleerd dat de graad 4 tumoren niet allemaal hetzelfde zijn. Sommige graad 4-letsels blijven en blijven groeien, welke behandeling je ook geeft. Maar voor andere is een behandeling wel nog zinvol.”  

Dr. Mieke Govers: “Anno 2024 worden, met behulp van innovatieve moleculaire onderzoeken en genetische testen op het tumorweefsel, de tumoren anders ingedeeld. Hierdoor kunnen we de agressiviteit van de tumoren en de reactie op behandelingen beter inschatten. Zo zullen sommige tumoren die vroeger misschien als een graad 3 werden benoemd, nu een graad 4 kunnen zijn en vice versa. Dit is ook een opening naar nieuwe therapiemogelijkheden die momenteel volop worden bestudeerd.”  

Wie stelt de diagnose van een hersentumor? 
Dr. Frank Weyns: “In 9 op de 10 gevallen start het traject op de dienst Spoedgevallen. Omdat patiënten bijvoorbeeld plots heel erge hoofdpijn hebben. Of, en dat gebeurt frequent, omdat ze een epilepsieaanval krijgen of uitvals- of verlammingsverschijnselen vertonen. En dan zijn er natuurlijk ook mensen met hoofdpijnklachten die bij de huisarts of de neuroloog komen en bij wie een glioom wordt vastgesteld via een scan.” 

“Soms kijken patiënten terug na hun diagnose en realiseren ze zich dat er eerder al subtiele of kleine aanwijzingen waren, maanden vooraf, waar ze toen niet of onvoldoende op gereageerd hebben.” 

Hoe lang duurt het vanaf een klacht tot de diagnose en behandeling?  
Dr. Mieke Govers: “Een eerste behandeling is vaak chirurgisch en gebeurt, afhankelijk van de ernst van de symptomen, urgent of meestal kort na de diagnose. Efficiënt en snel reageren is bij een graad 4 letsel immers heel belangrijk. Een behandeling met radiotherapie en chemotherapie volgt daarna en hierbij streven we naar een start van de therapie 4 weken postoperatief of korter wanneer er enkel een biopsiename werd uitgevoerd bijvoorbeeld bij een inoperabel letsel. Bij laaggradige letsels is er vaak meer tijd en indien er geen symptomen zijn, kan hier soms nog worden afgewacht.”  
 

Vaak wordt er ook chirurgisch ingegrepen? 
Dr. Frank Weyns: “Ik denk dat inderdaad zo’n 90% van onze patiënten met een glioom eerst chirurgisch behandeld wordt. “De internationale literatuur toont dat de overleving toeneemt naarmate er meer tumoraal weefsel bij een operatieve behandeling kon verwijderd worden.”  

“We gebruiken hiervoor tegenwoordig verschillende innovatieve technieken die het mogelijk maken om moeilijker gelegen tumoren toch te reseceren, en deze resectie nog vollediger te maken. Neuronavigatie gebruiken we al sinds 1997. 5-ALA of 5-Amino-Levulinic-Acid, een aminozuur dat de tumor tijdens de ingreep doet fluoresceren, gebruiken we ook al meer dan 10 jaar. Er gebeuren de laatste jaren ook meer ‘wakkere procedures’ (wake-up surgery) om functieverlies van spraak te voorkomen of tot een minimum te beperken. Tot slot maken we ook vaak gebruik van neuromonitoring waarbij we bepaalde functies van het zenuwstelsel van een patiënt tijdens de ingreep monitoren met elektrofysiologische technieken. Ook hierin zijn we pioniers.” 
 

Welke behandelingen bieden jullie nog in ZOL? 
Dr. Mieke Govers: “Naast chirurgie en chemotherapie is radiotherapie ook een standaardbehandeling voor patiënten met hersentumoren. De bestralingstechnieken zijn in de loop der jaren sterk geëvolueerd, waardoor we het doelvolume, zijnde de tumor met een marge, nauwkeuriger kunnen bestralen en het gezonde hersenweefsel errond zoveel mogelijk kunnen sparen. Op die manier proberen we bij te dragen aan het behoud van levenskwaliteit van de patiënt en het reduceren van nevenwerkingen, zonder in te boeten op effectiviteit van de therapie.”   

Dr. Fer Mennens: “De afgelopen jaren is er een enorme ontwikkeling op het gebied van doelgerichte behandelingen binnen de oncologie. Deze medicijnen werken in op bepaalde afwijkingen (mutaties, amplificaties of fusies), die in de tumoren aanwezig kunnen zijn, waardoor de groei kan worden stilgelegd. Deze behandelingen worden al routinematig ingezet voor bepaalde kankertypes, maar nog niet voor gliomen. De hoop is dat deze doelgerichte behandelingen ook werkzaam blijken voor patiënten met gliomen.”  

“Momenteel gaan we al op zoek naar deze afwijkingen bij patiënten met gliomen die alle standaardbehandelingen doorlopen hebben. Afhankelijk van de gevonden afwijking kunnen we sommige van deze patiënten in studieverband behandelen met doelgerichte therapieën (die al een bewezen werking hebben voor andere type tumoren). Hierdoor kunnen we dus een aantal ‘uitbehandelde’ patiënten in studieverband toch nog een extra behandelingsoptie aanbieden.” 
 

De behandelingsmogelijkheden zijn groot, een goede samenwerking tussen de verschillende specialismes is hierbij heel belangrijk? 
Dr. Frank Weyns: “Tijdens MOC overlegmomenten (multidisciplinair oncologisch consult) zitten verschillende disciplines (chirurgie, radiotherapie, oncologie, neuroradiologie, anatomo-pathologie, onco-coachen) samen om het ideale behandeltraject uit te stippelen.”    

“Door een goed multidisciplinair overleg, dat kort op de bal speelt en de juiste therapie aanbiedt op het juiste moment, kunnen we meer kansen creëren voor onze patiënten. We blijven onderzoeken hoe verschillende behandelingen elkaar kunnen aanvullen. En iedereen blijft hierin een rol spelen. Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat ik een patiënt voor de tweede en zelfs de derde keer opereer wanneer het letsel opnieuw aangroeit. Daarmee kunnen we de tumorload immers opnieuw lager krijgen waardoor je weer een periode wint met een langere overleving en mogelijkheden voor chemotherapie.”  

Uit de cijfers van het rapport van het Belgisch Kankerregister blijkt dat jullie een zeer hoge kwaliteit van zorg leveren. Hoe verklaren jullie dit?  
Frank Weyns: “Hierin spelen veel elementen een rol: de hoge aantallen als groot centrum, een zeer goede samenwerking, talrijke overlegmomenten en de verdere subspecialisatie van alle verschillende medische disciplines. We blijven elke patiënt kort opvolgen. Omdat de patiënt, de ziekte en de behandelingen permanent evolueren.” 

Mieke Govers: “Door het goede teamwerk kunnen we steeds de juiste behandeling aanbieden op het juiste moment. Als dat niet gebeurt, kan de patiënt kansen missen.”  

Frank Weyns: “Maar we luisteren natuurlijk ook naar wat de patiënt en de familie willen. En daarvoor is de input van de oncoaches, die de aanspreekpersoon zijn voor de patiënt gedurende het hele traject, heel belangrijk. Zij hebben meer inzicht in wat de patiënt en de familie willen. Want uiteindelijk kunnen wij nog veel ideeën hebben maar als de patiënt het niet meer ziet zitten of de levenskwaliteit niet meer als voldoende ervaart, dan moeten wij daar rekening mee houden.”  

Het rapport van het Belgisch Kankerregister gaat over de periode van 2016 tot 2019, met uitbreiding van de cijfers van 2008 tot 2011 en van 2012-2015. Dat is een uitgebreide periode? 
Mieke Govers: “Dat is inderdaad een zeer uitgebreide periode en ook wel interessant omdat dit de evolutie over de jaren laat zien. Maar 2019 is reeds 5 jaar geleden en de cijfers zijn dus eigenlijk opnieuw verouderd. We blijven als team streven naar een verdere verbetering van de kwaliteit. Zo kunnen we stellen dat enkele items waarin onze cijfers iets minder waren bij deze publicatie, ondertussen al geruime tijd geleden werden bijgestuurd.”

Dr. Frank Weyns: “Ja, we zijn trots dat ons team zulke goede cijfers kan voorleggen. Het is fijn om te zien dat ons harde werk bevestigd wordt in de cijfers van de overheid.”