Kinderneurologie

Dr. Leen Wouters over haar werk als kinderneuroloog.

Neurologie op kindermaat

Het zenuwstelsel van een kind is een wonder op zich. Elke dag groeit, leert en verandert het. Maar soms loopt er iets mis; een kind krijgt aanvallen, valt vaker dan anders of praat niet zoals leeftijdsgenootjes. Dan komt kinderneuroloog dr. Leen Wouters in beeld. Ze onderzoekt en behandelt kinderen met problemen aan het zenuwstelsel, van kleine haperingen tot complexe aandoeningen. “Elk kind is anders. En dat maakt mijn werk zo boeiend.”

(Lees verder onder de foto)

De muren van het dokterskabinet van dr. Leen Wouters zijn lichtblauw en hangen vol kleurrijke kindertekeningen. Naast haar ligt een stapel speelgoed op een groen tafeltje. Ze glimlacht terwijl ze een puzzelstukje van de grond raapt. “Het is hier bewust wat gezelliger dan in een klassiek dokterskabinet”, zegt ze. “Een ziekenhuis is al intimiderend genoeg voor kinderen. Ze moeten zich hier op hun gemak voelen.”

Dr. Leen Wouters ziet als kinderneuroloog elke week tientallen kinderen met uiteenlopende neurologische aandoeningen. De agenda is goed gevuld maar dat is niet te merken. Ze lacht minzaam, spreekt voorzichtig en vult de ruimte met zachte vriendelijkheid. Na haar opleiding tot kinderarts specialiseerde ze zich in kinderneurologie. “Het gaat om aandoeningen van de hersenen, zenuwen en spieren bij kinderen en dat van baby’s tot tieners. Denk aan epilepsie, hoofdpijn, ontwikkelingsproblemen, spierziekten of hersenverlamming. Sommige aandoeningen zijn aangeboren, andere ontstaan later. Het is een heel breed veld, en dat maakt het zo interessant.”

"Kinderneurologie minder voorspelbaar omdat elk kind zich anders ontwikkelt."

Verschilt kinderneurologie van neurologie bij volwassenen?
“Bij volwassenen ontstaan neurologische problemen vaak door iets wat ze later meemaken, zoals een beroerte of een trauma. Bij kinderen gaat het vaker om aangeboren of genetische aandoeningen. En het bijzondere is dat hun zenuwstelsel nog volop in ontwikkeling is. Dat betekent dat er soms herstel of vooruitgang mogelijk is, zeker als we vroeg ingrijpen. Tegelijk is kinderneurologie minder voorspelbaar omdat elk kind zich anders ontwikkelt.”

U ziet ook premature baby’s.
“Ja, kinderen die te vroeg geboren zijn, volgen we extra op. Vooral bij baby’s die vóór 32 weken geboren zijn of een extreem laag geboortegewicht hadden, willen we goed kijken hoe hun ontwikkeling verloopt. Deze kindjes hebben enkele cruciale weken gemist in de buik van de mama. We zien hen op verschillende momenten terug rond vijf maanden, een jaar, twee jaar en opnieuw bij de start van de lagere school. Zo kunnen we tijdig bijsturen als er iets opvalt.”

Welke klachten ziet u het vaakst?
“Epilepsie maakt een groot deel van mijn werk uit. Maar ook hoofdpijn komt veel voor, zelfs bij jonge kinderen. Verder zien we ontwikkelingsproblemen, spraak- en taalachterstand, motorische stoornissen en leerproblemen. Niet alles is even ernstig, maar elk kind dat vastloopt in zijn ontwikkeling verdient aandacht.”

"Ouders tonen vaak filmpjes van thuis. Dat is heel waardevol, want tijdens een kort consult toont een kind natuurlijk niet alles."

Hoe verloopt zo’n raadpleging?
“Ik begin meestal met een gesprek met de ouders, terwijl het kind rustig speelt of op de schoot zit. Zo kan ik ondertussen al observeren: hoe beweegt het, hoe reageert het op prikkels, hoe is het contact met de ouder? Daarna doen we kleine testjes: ik laat het kind iets aanwijzen, puzzelen of wandelen over een lijn. Dat lijkt een spelletje, maar ik zie dan meteen hoe de motoriek en coördinatie evolueren. Ouders tonen ook vaak filmpjes van thuis. Dat is heel waardevol, want tijdens een kort consult toont een kind natuurlijk niet alles.”

U werkt ook nauw samen met andere specialisten.
“Klopt, we hebben bijvoorbeeld een gezamenlijke raadpleging met de neurochirurg voor kinderen met een drain of schedelprobleem. Daarnaast overleg ik vaak met de kinderfysiotherapeut, psycholoog of logopedist. Kinderneurologie is erg complex. Geen enkele arts kan dat alleen.”

Hoe begeleidt u gezinnen waarin het traject lang en zwaar is?
“Dat is inderdaad soms moeilijk. Sommige aandoeningen kunnen we goed behandelen, andere niet. Dan gaat het vooral om begeleiding, coaching en het zoeken naar wat wél mogelijk is. Ouders hopen natuurlijk op een duidelijk antwoord. ‘Wat heeft mijn kind, en wat brengt de toekomst?’ Maar in de neurologie is dat niet altijd voorspelbaar. Dan is het belangrijk om eerlijk te blijven. Zeggen ‘dat weten we niet’, is ook zorg bieden.”

"Zeggen ‘dat weten we niet’, is ook zorg bieden.”

En de kinderen zelf? Hoe gaat u met hen in gesprek?
“Zodra het kan, probeer ik kinderen zelf te betrekken. Ik leg uit wat er gebeurt en waarom ze medicatie moeten nemen. Een kind met epilepsie moet bijvoorbeeld begrijpen wat die ‘kortsluiting in het hoofd’ betekent. Door dat te benoemen, krijgen ze controle en vertrouwen. Tieners durven soms wat te rebelleren door medicatie over te slaan of te laat te gaan slapen, maar dat hoort erbij. Dan probeer ik het gesprek open te houden. Het helpt als ze voelen dat ze zelf verantwoordelijkheid moeten nemen.”

Wat is de rol van de school?
“Die is groot. Een kind brengt daar een groot deel van zijn tijd door. Daarom raad ik ouders altijd aan om de school goed te informeren. Soms overleg ik ook met het CLB of leerkrachten, bijvoorbeeld bij kinderen met epilepsie, slaapstoornissen of motorische beperkingen. Ik herinner me een jongen met narcolepsie die overdag erg slaperig was. Ik heb toen met de school gebeld en benadrukt hoe belangrijk het was dat er ergens een bed stond waar hij kon slapen. Dat lijkt iets kleins, maar het maakt een wereld van verschil.”

"Het is belangrijk om ook broers, zussen en grootouders te betrekken. Want een kind met een beperking beïnvloedt het gezinsleven sterk."

Welke impact hebben neurologische aandoeningen op het gezin?
“Ouders moeten veel leren en zich aanpassen. Soms geef ik hen een dagboekje mee om aanvallen, hoofdpijn of gedragingen te noteren. Dat helpt niet alleen medisch, maar ook om grip te krijgen op de situatie. Het is belangrijk om ook broers, zussen en grootouders te betrekken. Want een kind met een beperking beïnvloedt het gezinsleven sterk. Gelukkig zijn ouders vaak ontzettend veerkrachtig.”

U volgt kinderen ook vaak jarenlang op.
“Ik zie ze groeien, soms letterlijk van baby tot puber. Wanneer een kind dat moeite had met lopen op een dag binnenwandelt, of wanneer een epilepsiepatiënt jarenlang aanvalsvrij blijft, geeft dat veel voldoening. Ik heb zelf ook drie kinderen die alles voor me betekenen. Ik kan me dus goed verplaatsen in de ouders die ik zie.”

Wat kunnen ouders doen om de hersenen van hun kind gezond te houden?
“Eigenlijk heel gewone dingen: voldoende slaap, regelmaat, gezond eten, genoeg beweging, niet te veel schermtijd. En vooral: veel praten en spelen met je kind. Dat stimuleert hun hersenen en hun ontwikkeling op een natuurlijke manier. Het lijkt simpel, maar het zijn net die kleine dingen die het verschil maken.”