ZOL column: een 'thuis' zonder 'huis'
Een ‘thuis’ zonder ‘huis’
Op een zonnige lentedag ontmoet ik Christine. Ze zit in een ziekenhuiszetel, het licht valt zacht door het raam. "Goedemiddag," zeg ik, "geniet je van de eerste zonnestralen? Mag ik even bij je komen zitten?" Haar ogen fonkelen bevestigend, en ik neem een stoel.
Langzaam deelt ze haar verhaal. Na een val thuis werd ze opgenomen op de afdeling Geriatrie van campus Sint-Barbara. "Ze zeggen dat ik niet meer naar huis mag," vertelt ze met gebroken stem. "Maar ik kan het nog! Alleen wonen is niet veilig, zeggen ze. Maar een oude boom verplant je toch ook niet meer?"
Christine is verdrietig en zoekt naar woorden. Haar stem trilt als ze verder praat. "Ik ben 92. Ik heb mijn hele leven zelf beslissingen genomen, maar nu wordt alles voor mij bepaald. Een rusthuis... een kamertje van drie bij drie. Maar waar is mijn thuis?".
Afscheid nemen van een thuis vol herinneringen en verhuizen naar een nieuwe, onbekende plek vraagt tijd en energie.
Elke dag ontmoet ik mensen zoals Christine. Mensen die niet alleen fysiek pijn hebben, maar ook emotioneel en spiritueel lijden. De boodschap dat ze niet meer naar huis kunnen, voelt vaak als een persoonlijke nederlaag. Het besef dat ze niet meer autonoom kunnen beslissen over wat ze eten, wanneer ze opstaan of wie hun gezelschap is, brengt gevoelens van onmacht, boosheid en verdriet met zich mee.
Afscheid nemen van een thuis vol herinneringen en verhuizen naar een nieuwe, onbekende plek vraagt tijd en energie. Niet alleen voor de patiënt, maar ook voor de familie.
Er komt veel bij kijken: een gevoel van verlies, financiële veranderingen, en soms de last van schuldgevoel bij naasten.
Kleine dingen, zoals een wandelingetje in de tuin of een kop koffie in goed gezelschap, kunnen een beginpunt zijn van een nieuw gevoel van thuis.
Samen met de patiënt zoek ik naar wat betekenisvol blijft, wat ze opnieuw kunnen vormgeven in hun nieuwe omgeving. Kleine dingen, zoals een wandelingetje in de tuin of een kop koffie in goed gezelschap, kunnen een beginpunt zijn van een nieuw gevoel van thuis.
Toch blijft het dubbel. Hoe vaak hoor ik niet: "Ik ga daar verblijven, maar niet wonen." Een woonzorgcentrum wordt zelden als een thuis ervaren, omdat het oude huis, met zijn vertrouwde geuren, geluiden en herinneringen, onvervangbaar blijft.
Door te luisteren en nabij te zijn, probeer ik de overgang naar een 'thuis' zonder 'huis' iets dragelijker te maken. Want ook al is het niet hetzelfde, het kan een nieuwe (t)huis worden waar warmte, verbinding en betekenis een kans krijgen.