ZOL column: “Weet je dat ik eigenlijk dood ben?”
“Weet je dat ik eigenlijk dood ben?”
(Lees verder onder de foto)
An Vastenavondt, is één van de zes medewerkers van de dienst pastorale Zorg en Zingeving in ZOL.
Op een dag kom ik de kamer Van Rob binnen. Ik ken de vijfentachtigjarige Rob al een tijdje. Hij sukkelt met zijn gezondheid en heeft nierproblemen. Rob lijkt blij me te zien en valt meteen met de deur in huis: “Weet je dat ik eigenlijk dood ben?” Zijn ogen fonkelen. Ik schiet in de lach: “Dat wist ik niet, neen!”
Rob lijkt blij me te zien en valt meteen met de deur in huis: “Weet je dat ik eigenlijk dood ben?”
Rob kijkt me geamuseerd aan en vertelt smakelijk verder. “Vorige week zag mijn vriend Phil mijn foto in de krant tussen de overlijdensberichten! Daarop nam hij meteen de telefoon en belde mijn vrouw, Monique. Die viel uit de lucht toen Phil haar condoleerde. En weet je wat ze toen zei?” Ik schud nee, en moedig hem aan om verder te gaan. “Rob, die is niet dood. Die zit hier tegenover mij een koffie te drinken!”
Kennelijk was Phil bij het lezen van de krant zijn bril vergeten op te zetten. Enkele dagen na het voorval kwam Rob zijn vriend Phil tegen op straat. Die riep hem toe: “Zeg, hoe was ’t daarboven?” Rob antwoordde, gevat als hij is: “Schoon! Allemaal bloemen.” Phil repliceerde: “En aan de andere kant?”
Kennelijk was Phil bij het lezen van de krant zijn bril vergeten op te zetten
Waarop Rob: “Allemaal netelen. Want daar brandt het.” Ik proest het uit. Een zalige man, die Rob. Grappend zeg ik: “Jij had blijkbaar geluk dat je bij de bloemen zat!” Rob lacht hartelijk. Zijn ogen blinken nu nog feller. Het raakt me dat Rob zijn levenseinde verbindt met een mooie bloementuin.
Het raakt me dat Rob zijn levenseinde verbindt met een mooie bloementuin.
Rob is een natuurmens in hart in nieren. Als kind ontwikkelde hij op de boerderij van zijn ouders de liefde voor bloemen, planten en dieren. Jarenlang verzorgde hij paarden en was hij een gepassioneerd tuinier. Dat zo iemand dan over de dood spreekt met beelden als een bloementuin, ontroert me wel. Ergens hoopt hij dat er nog iets zal zijn: of het nu precies een bloementuin is of niet. Voor Rob is het alleszins een vertrouwde plek waar het ‘schoon’ en goed is.
Rob is een natuurmens in hart in nieren.
Tot slot vraag ik Rob of hij bang is voor de dood. “Totaal niet,” zegt hij overtuigd. “Waarom zou ik?” Plots wordt hij ernstiger en ik zie zijn ogen volschieten.
“Dan ben ik terug bij mijn broers en zus.” Rob zucht. “Dan ben ik weer thuis.” Ik laat Robs woorden even ‘landen’. De stilte tussen Rob en mij, is geen vervelende stilte. Wel broodnodig. En helend.
An Vastenavondt, is één van de zes medewerkers van de dienst pastorale Zorg en Zingeving in ZOL.
Wil je graag een pastoraal werker spreken?
Vraag het via de verpleegkundige of bel naar tel. 089 80 78 10.