Onderzoek

Vrouwelijke hormonen hebben wel degelijk een invloed op het risico op borstkanker. De The Women's Health Initiative (WHI)-studie toont aan dat de dagelijkse inname van CEE (geconjugeerd paardenoestrogeen) samen met MPA (medroxyprogesteronacetaat) de kans op borstkanker verhoogt met 30%. Dit is dus een toename met 0,7 gevallen per 1000 vrouwen die deze hoog gedoseerde preparaten innemen. Wanneer daarentegen dezelfde hoge dosis CEE alleen, dus zonder MPA werd  ingenomen, was er een significante vermindering van het risico op borstkanker, namelijk 30%. Dit leert dat verschillende hormonale preparaten of verschillende combinaties van preparaten een tegengestelde invloed kunnen uitoefenen.

Een grote Franse studie toonde dezelfde verhoging aan van de borstkankerprevalentie wanneer oestrogenen werden gecombineerd met MPA of andere synthetische progestativa. Een combinatie van oestrogenen met natuurlijk progesteron gaf echter geen aanleiding tot een verhoging van het risico op borstkanker. Een grote (meer dan vier miljoen vrouwen en jarenlange follow-up) Deense studie heeft aangetoond dat ook de dosis van de oestrogenen en de progestativa belangrijk is.

Een vrouw van 50 jaar loopt een risico van 2,3 op 1000 om in het volgende jaar borstkanker te ontwikkelen. Een toename van 30% betekent dat diezelfde vrouw een risico loopt van 3 op 1000 op borstkanker (dus een absolute toename van 0,7 kansen op 1000).

Er zijn sterke aanwijzingen dat het regelmatige gebruik van alcohol en gewichtstoename het risico op borstkanker beduidend verhogen. Het regelmatige gebruik van één glas alcohol per dag zou een toename van het risico met 10% teweegbrengen. Concreet betekent dit dat bij een vrouw die één aperitief en één of twee glazen alcohol drinkt tijdens de maaltijd het basisrisico verhoogt van 2,3 op 1000 per jaar naar 3 op 1000 (idem als de toename van borstkanker door het gebruik van hoog gedoseerde oestrogenen met synthetische progestativa). Vrouwen met een hoog BMI hebben tot 50% meer kans op borstkanker (2,3 naar 3,5 per 1000 vrouwen per jaar). Anderzijds verlaagt één uur sport per week het risico op borstkanker met 6%.

De alarmerende cijfers van het begin van de jaren 2000 waren wel het gevolg van hooggedoseerde preparaten die nu niet meer voorgeschreven worden. Hormonale substitutie is nu zonder twijfel de beste therapie voor climacterische symptomen. De Cochrane-review van gerandomiseerde studies toont aan dat meer dan 90% van de vrouwen met klachten daadwerkelijk wordt geholpen. Placebogecontroleerde studies onderlijnen dat de toediening van een lage dosis vrijwel even doeltreffend is als een hoge dosis. Er is voldoende bewijsmateriaal om te beweren dat dit een gunstig effect heeft op het botmetabolisme.

Er moet worden gestreefd naar de best mogelijke toedieningsweg, de laagst mogelijke dosis en een haalbare en aanvaardbare, min of meer, korte duur. Ook de eventuele combinatie met calciumsupplementen, bifosfonaten, Serms en vitamine D wordt met de nodige aandacht besproken.

Alternatieve therapieën al dan niet uit plantenextracten met of zonder oestrogenenwerking worden, indien gewenst, eveneens uitvoerig toegelicht.

Inhoudsverantwoordelijke
Prof. Dr. Eric de Jonge, Gynaecologie - 2018

© 2019 Ziekenhuis Oost-Limburg