Wegnemen van (een deel van) de long: longresectie
Wat is een longresectie?

Bij een longresectie verwijdert de chirurg een deel van de long, of soms de volledige long. De meest voorkomende reden is longkanker. Een longresectie kan ook nodig zijn bij:

  • uitzaaiingen van een andere kanker in de long
  • een verdacht longletsel waarvan de diagnose nog niet zeker is
  • goedaardige tumoren
  • ontstekingen of infecties die blijvende schade aan de long geven
  • een klaplong die terugkomt

Hoeveel longweefsel de chirurg wegneemt, hangt af van de aandoening, de grootte en de ligging van het letsel, en hoe goed je longen werken.

Hoe is de long opgebouwd?

Je longen zijn verdeeld in delen die we kwabben noemen:

  • de rechterlong heeft drie kwabben (boven-, midden- en onderkwab)
  • de linkerlong heeft twee kwabben (boven- en onderkwab)

Elke kwab bestaat op zijn beurt uit kleinere delen, de segmenten. Elk segment heeft een eigen luchtpijptakje, een eigen slagader en een eigen ader. Zo kan de chirurg een kwab of een segment apart wegnemen, zonder de rest van de long te beschadigen.

Welke soorten longresecties bestaan er?

Wigexcisie (niet-anatomische resectie)

Bij een wigexcisie neemt de chirurg een klein, wigvormig stukje long weg, met een veilige rand gezond weefsel rond het letsel. De chirurg houdt daarbij geen rekening met de grenzen van de segmenten. Het weefsel wordt weggenomen met een nietapparaat, dat de long tegelijk afsluit.

Een wigexcisie wordt vooral gebruikt:

  • om een diagnose te stellen
  • bij kleine letsels aan de rand van de long
  • bij uitzaaiingen
  • bij een klaplong
  • bij patiënten bij wie een grotere ingreep te zwaar zou zijn

Anatomische resecties

Bij een anatomische resectie volgt de chirurg de natuurlijke opbouw van de long. Hij maakt het luchtpijptakje, de slagader en de ader van dat longdeel elk apart los en sluit ze af. Daarna neemt hij het volledige longdeel weg. Tegelijk verwijdert de chirurg ook lymfeklieren. Die worden onderzocht om te zien of de ziekte zich verspreid heeft. Bij longkanker is dat belangrijk om de juiste nabehandeling te kiezen.

  • Segmentectomie: de chirurg neemt één of enkele segmenten van een longkwab weg. Deze ingreep wordt steeds vaker gekozen bij kleine longkankers in een vroeg stadium. Je houdt zo meer gezond longweefsel over, terwijl de tumor toch volledig verwijderd wordt.
  • Lobectomie: de chirurg neemt een volledige longkwab weg. Dit is de standaardoperatie bij de meeste vormen van longkanker. Rechts worden soms twee kwabben samen weggenomen (bilobectomie).
  • Pneumonectomie: de chirurg neemt de volledige long weg. Dit is alleen nodig als de tumor centraal in de long ligt, dicht bij de grote luchtwegen of bloedvaten. Het is een zwaardere ingreep, waarvoor je longen en hart voldoende sterk moeten zijn. Soms kan een pneumonectomie vermeden worden met een manchetresectie. Daarbij neemt de chirurg een stukje luchtpijp of bloedvat weg en naait hij de uiteinden opnieuw aan elkaar.
Kan ik zonder dat stuk long leven?

Ja. Het overblijvende longweefsel neemt een groot deel van het werk over. Vóór de operatie meten we met longfunctietesten hoeveel longweefsel veilig kan worden weggenomen. Na een wigexcisie of een segmentectomie merken de meeste mensen weinig verschil. Na een lobectomie of een pneumonectomie heb je vooral bij inspanning soms minder adem.

Hoe wordt de ingreep uitgevoerd?

In het ZOL voeren we de meeste longresecties uit met een kijkoperatie. Bij een kijkoperatie werkt de chirurg met een camera en lange instrumenten, langs één of enkele kleine sneetjes. De ribben worden niet uit elkaar gespreid. Dat geeft minder pijn, een korter verblijf in het ziekenhuis en een sneller herstel dan een klassieke open operatie.

Uniportale VATS (kijkoperatie langs één opening)

VATS staat voor video-assisted thoracoscopic surgery. De chirurg maakt één snede van ongeveer 3 tot 5 cm tussen twee ribben, aan de zijkant van de borstkas. De camera en alle instrumenten gaan langs die ene opening naar binnen. De chirurg bedient de instrumenten zelf met de hand, en het longweefsel wordt langs dezelfde opening verwijderd. Je houdt er maar één litteken aan over.

Beide technieken zijn veilig en even grondig in het wegnemen van de tumor. Je chirurg kiest samen met jou de techniek die het best past bij jouw aandoening en je lichaamsbouw. Soms is toch een open operatie nodig (thoracotomie), bijvoorbeeld bij een grote tumor of na een voorafgaande behandeling. Heel soms schakelt de chirurg tijdens de operatie over op een open ingreep. Dat gebeurt altijd in jouw belang.

Voorbereiding
  • Onderzoeken: een CT- en PET-scan, longfunctietesten, bloedonderzoek en een hartfilmpje. Soms is een inspanningstest nodig.
  • Elk dossier over longkanker wordt besproken op het multidisciplinair oncologisch consult.
  • Stop met roken, liefst zo snel mogelijk. Blijf in beweging. Ademhalingsoefeningen vóór de operatie helpen je sneller herstellen.
  • Volg de instructies over je medicatie (onder andere bloedverdunners) en over nuchter blijven.

 

Na de operatie
  • Je hebt één drain (een dun buisje) in de borstkas om lucht en vocht af te voeren. Die wordt verwijderd als de long geen lucht meer lekt.
  • Een kinesitherapeut begeleidt je met ademhalings- en hoestoefeningen. Je komt al snel uit bed.
  • Hoe lang je in het ziekenhuis blijft, hangt af van de ingreep: meestal 1 tot 2 dagen na een wigexcisie, 2 tot 5 dagen na een segmentectomie of lobectomie, en langer na een pneumonectomie.
  • Thuis bouw je je activiteiten geleidelijk op. Vermijd zwaar tillen gedurende enkele weken. De meeste mensen hervatten hun werk na 4 tot 6 weken.

Mogelijke risico's

  • een tijdelijk luchtlek uit de long, waardoor de drain langer moet blijven (komt het vaakst voor)
  • longontsteking
  • bloeding
  • een onregelmatig hartritme
  • een wondinfectie
  • aanhoudende pijn of een doof gevoel rond de sneetjes

Je chirurg bespreekt vooraf met jou welke risico's voor jouw situatie van toepassing zijn.

Opvolging

Enkele weken na de operatie heb je een controleconsultatie. Dan bespreken jullie het resultaat van het weefselonderzoek. Bij longkanker wordt op het oncologisch consult beslist of een nabehandeling nodig is.

Inhoudsverantwoordelijke: Prof. dr. Herbert Decaluwé, Vaat- en Thoraxheelkunde - 2026