2024 was een druk jaar voor ZOL
Voor onze medewerkers en artsen hebben we onze ambities omgezet in zes kerndoelstellingen die we samengebracht hebben in een project dat we ‘Vol voor ZOL’ hebben genoemd.
Hierin gaan we vol voor vijfsterrenreviews van onze patiënten (1), betrokkenheid van onze medewerkers (2), elkaar (3), trots (4), veiligheid (5) en voor maximale efficiëntie (6). “Vol voor ZOL” leeft echt wel op de werkvloer en heeft veel in beweging gebracht.
De apotheose komt er nog aan op ons personeelsfeest eind mei 2025.
En hoewel “Vol voor ZOL” een hoofdzakelijk interne campagne is, kunnen we met wat verbeelding ook het gros van onze realisaties op beleidsvlak onderbrengen in één van bovenvermelde 6 kerndoelstellingen.
Dat is dan ook hoe we reflecteren op de verwezenlijkingen in 2024, verwoord door de 10 ZOL-directieleden.
1. VOL voor ZOL
1.1 VOL voor vijfsterrenreviews1.2 VOL voor betrokkenheid
1.3 VOL voor elkaar
1.4 VOL voor trots
1.5 VOL voor veiligheid
1.6 VOL voor maximale efficiëntie
2. Verder bouwen aan onze strategie
Welke samenwerkingsverbanden werden in 2024 boven de doopvont gehouden?3. Financiële uitdagingen
VIPA 5 financieel rond krijgen wordt dé uitdaging in 2025
1. VOL voor ZOL
1.1. VOL voor vijfsterrenreviews
Wat is de dieperliggende gedachte achter de ambitie om naar vijfsterrenreviews te streven?
Dr. Martijn Grieten (adjunct medisch directeur): “We focussen ons heel erg op de kwaliteit van de zorg en het medisch gebeuren, maar we willen dat de wijze waarop we in dit huis door onze patiënten gewaardeerd worden ook de test van vijf sterren kan doorstaan.”
Dr. Michiel Thomeer (medisch directeur): “Om onze kwaliteit te managen hebben we afgelopen jaar een nieuwe ‘Quality-Board’ geïnstalleerd, met een strategische en een operationele afvaardiging. Deze laatste zal de vertaalslag van die thema’s maken naar de verschillende departementen en divisies. In de strategische Q-board zit trouwens ook voor de eerste keer een patiënt die de strategie van de kwaliteit mee aftoetst en richting geeft. Dit hele opzet is trouwens geïnspireerd vanuit Flaqum. Flaqum vertrekt immers niet vanuit een afgewerkt normenkader maar is een model waarbinnen je als ziekenhuis je eigen kwaliteitsbeleid vormgeeft.”
Erwin Bormans (algemeen directeur): “Het kwaliteitsteam heeft in 2024 heel wat audits gedaan op de werkvloer om het nieuwe normenkader te toetsen. De resultaten hiervan waren bemoedigend. De procedures die we enkele jaren geleden ingevoerd hebben voor het behalen van de JCI-accreditatie zijn op vele afdelingen nog steeds de standaard.”
Een ziekenhuis moet voor de patiënt meer dan ooit een veilige haven zijn.
Dr. Martijn Grieten: “Absoluut. Het stemt me uitermate tevreden hoe we in ons veiligheidsbeleid het afgelopen jaar op (bijna)incidenten hebben gereageerd. Soms zelfs met zeer diepgaande analyses, zeker als het om sentinel-events ging. We zijn meer dan ooit een lerende organisatie geworden.”
Guido Van Hamme (personeelsdirecteur): “Ik vind ook de wekelijkse ‘safety briefing’ die we afgelopen jaar ingevoerd hebben, heel belangrijk. Wat loopt er goed en wat loopt er minder goed? Dit helpt ons om kort op de bal te kunnen spelen.”
Dr. Peter Thijs (directeur ICT): “Het afgelopen jaar zijn we op initiatief van onze medische directie een nieuw pad ingeslagen. We hebben meer dan ooit gewerkt vanuit concrete data om processen te objectiveren.”
Dr. Michiel Thomeer: “De flow van de gehospitaliseerde patiënt hebben we in verschillende stappen in beeld gebracht. Dat geldt voor verschillende zorgprogramma’s maar ook voor o.a. ontslagmedicatie, EWS (Early Warning Score) en het opstellen van de ontslagbrief. De cirkel is nog niet helemaal rond, maar het pad is wel ingeslagen.”
“Het afgelopen jaar zijn we op initiatief van onze medische directie een nieuw pad ingeslagen. We hebben meer dan ooit gewerkt vanuit concrete data om processen te objectiveren.”
Dr. Peter Thijs, directeur ICT
Naast veiligheid is vriendelijkheid van cruciaal belang bij hoe een patiënt zijn ziekenhuiservaring evalueert.
Dr. Peter Thijs: “Klopt, en ook hier hebben we stappen gezet. Al is er altijd ruimte voor verbetering.”
Dr. Martijn Grieten: “Onder andere de patiëntbevragingen en de exitgesprekken die we met patiënten gehad hebben zijn belangrijk bij het uitwerken van een nieuw toekomstbeleid. Ook achter de schermen zijn heel wat initiatieven genomen die heel essentieel zijn voor de bejegening, maar die niet direct zichtbaar zijn en veel meer inspanning kosten dan men kan vermoeden.”
Erwin Bormans: “Het zijn soms kleine dingen die het verschil kunnen maken voor sommigen. Ons initiatief om huisdieren op bezoek te laten komen op de campus, heeft zelfs de pers gehaald. Patiëntbejegening werkt en als je daarvoor kiest, moet je daar elke dag actief aan werken. Omdat het vaak heel erg druk is in ons ziekenhuis, is het niet altijd gemakkelijk om de patiënt dat persoonlijk gevoel te geven.”
Dr. Martijn Grieten: “Voor de dienst Spoedgevallen hebben we het afgelopen jaar een hele reorganisatie uitgewerkt die ook de patiënt ten goede komt. Via PROMS (Patient Reported Outcome Measures) en PREMS (Patient Reported Experience Measures) willen we te weten komen hoe de patiënt de nieuwe werking ervaart. Dat zijn twee parameters die heel duidelijk de kwaliteit van het proces trachten te meten.”
Ben Dilen (directeur Zorg): “Ik wil hier ook het succesvolle project rond het verbeteren van de transfers tussen Spoedgevallen en de hospitalisatiediensten noemen. Ook hier hebben we heel wat dingen opnieuw op punt gesteld: hoe verloopt de communicatie, welke afspraken zijn er gemaakt, zijn de juiste personen op de hoogte…
Dit is een belangrijk aspect in wat wij het traject van de patiënt noemen. Met grote impact op zowel de patiëntveiligheid als de bejegening.”
1.2. VOL voor betrokkenheid
Hebben de interne adviesraden, die in 2023 opgericht werden, de verwachtingen ingelost?
Kurt Surmont: “Ik ben heel erg trots op de twee interprofessionele adviesraden, nl. de HR- en Welzijnsraad en de Zorgraad. In hun eerste werkjaar zijn ze zeer actief geweest. Maar er ontstaan ook meer dan ooit sub-werkgroepen in ons ziekenhuis om specifieke thema’s te behandelen. Zo is er de werkgroep rond agressie die was samengesteld uit medewerkers van alle geledingen om de hartslag van het huis mee te hebben bij de besluitvorming.”
Guido Van Hamme: “Deze attitude zit meer en meer vervat in de werking en cultuur van ons ziekenhuis. Het is logisch om op een gegeven moment de standpunten uit het huis te bevragen en van daaruit verder te groeien.”


1.3. VOL voor elkaar
Projecten die intern opgezet worden, krijgen in een ziekenhuis al snel een maatschappelijke toets.
Guido Van Hamme: “De Jobfair die we organiseren om nieuwe medewerkers aan te trekken, is zo een initiatief. De jobfair is ontstaan als een jobbeurs, maar nu zijn daar heel veel mensen uit het huis bij betrokken. Met heel veel trots en goesting zetten ze zich in om een stukje impact te hebben en nieuwe collega’s te laten zien hoe het er in ZOL aan toe gaat.”
“Hetzelfde leeft in de stuurgroep Inclusie en Diversiteit, die ook is samengesteld uit medewerkers van alle geledingen en waar iedereen vanuit zijn eigen ervaring participeert. Het nieuwe beleid rond diversiteit en inclusie dat we het afgelopen jaar geïmplementeerd hebben, is in die werkgroep geschreven. Het gaat hierbij onder andere over het beleid rond het dragen van een hoofddoek.”
Ook door Maatschappelijk Verantwoord te Ondernemen (MVO) kan je het verschil maken.
Lise Welkenhuysen (technisch directeur): “En daar zijn ons ten volle van bewust. Vorig jaar zijn wij als eerste ziekenhuis toegelaten tot de Energiebeleidsovereenkomst van de Vlaamse overheid. Dit betekent dat wij ons engageren om extra in te zetten op het besparen van energie. Hiervoor zal de overheid ons extra premies toekennen.”
“Ander initiatief is dat we ons geëngageerd hebben om een geluidswand te bouwen om de geluidshinder van onze technische installaties voor onze buren te verminderen. Als de metingen hiervoor afgerond zijn, kunnen de werken van start gaan.”
Guido Van Hamme: “Ook onze ondersteuning voor het Zorgcentrum na Seksueel Geweld Limburg heeft hier een plaats. Omdat de financiering vanuit de overheid ontoereikend is, leggen wij daar als ziekenhuis een stuk op bij. We doen dit omdat we mee een antwoord willen geven op een maatschappelijke vraag. Ik vind het trouwens ook bijzonder dat het team van het Zorgcentrum actief is op evenementen zoals Pukkelpop. Dit toont dat hun engagement veel verder gaat dan goede zorgverlening en opvang van slachtoffers.”
“Onder andere de patiëntbevragingen en de exitgesprekken die we met patiënten gehad hebben zijn belangrijk bij het uitwerken van een nieuw toekomstbeleid.”
Dr. Martijn Grieten, adjunct medisch directeur

1.4. VOL voor trots
ZOL werd in 2024 uitgeroepen tot ‘Zorgwerkgever van het Jaar’. Was dat belangrijk?
Guido Van Hamme: “We zijn trots op die titel. Dat draagt bij aan een sterke teamgeest en heeft ons toch een bijzondere uitstraling gegeven, zowel intern als extern.”
Kurt Surmont: “Hier is ook een link met de stagebeleving, waar we het afgelopen jaar heel sterk op ingezet hebben. Studenten die een goede stage hebben gehad in ons ziekenhuis, willen vaak ook graag bij ons komen werken. Op een afdeling waar de sfeer niet goed zit, is het moeilijk om medewerkers aan te trekken of te houden.”
Guido Van Hamme: “Ook met ZOL in Balans willen we medewerkers aan ons binden. We hebben het afgelopen jaar heel wat initiatieven opgezet om een community te creëren waar steeds meer collega’s deel van uitmaken. Bedoeling van deze initiatieven is de groepsdynamiek te bevorderen en medewerkers aan te zetten tot een gezonde levensstijl.”
“Sommige initiatieven waren zeer succesvol. De wandelmarathon Kennedymars was voor mij was het summum omdat er heel veel ZOLlers aan meegedaan hebben. Ik heb gezien hoe mensen elkaar daar opzochten en steunden. Mooi was dat we allemaal weer een mooi, herkenbaar truitje hadden. Dat maakt ons zichtbaar en stimuleert het samenhorigheidsgevoel.”
1.5. VOL voor veiligheid
Niet enkel patiënten, ook medewerkers en artsen moeten hun werkomgeving als veilig beschouwen.
Dr. Martijn Grieten: “Ik wil hier onze declaratie en policy rond grensoverschrijdend gedrag nog eens benoemen. Hiermee hebben we duidelijk gemaakt dat er in ZOL nul ruimte is voor grensoverschrijdend gedrag, van welke vorm dan ook. In dit ziekenhuis gaan we respectvol met elkaar om. En dit ten opzichte van elke bezoeker, patiënt en medewerker, van welke dienst of job ook. Dat is een beleid dat voor iedereen geldt.”
Guido Van Hamme: “Ik zie dat medewerkers en artsen het ten zeerste appreciëren dat het ziekenhuis hier actief stelling inneemt. Dat zorgt voor verandering en geeft een duidelijk kader als we mensen hierop moeten aanspreken.”
Veiligheid betekent ook dat je privacy niet geschonden wordt.
Dr. Michiel Thomeer: “Op vlak van cybersecurity zijn er wat dat betreft belangrijke stappen gezet. Nadat Shield vzw werd opgericht in 2023 heeft dit in 2024 toch een hele vlucht genomen.”
Dr. Peter Thijs: “Shield vzw is een nieuw opgericht samenwerkingsverband, opgericht door ZOL, Jessa Ziekenhuis en UHasselt dat de uitbouw beoogt van een gemeenschappelijke entiteit voor referentie-architectuur in het IT Infrastructuur- en cyber domein.”
“Met Shield hebben we vanaf het begin onze maatschappelijke betrokkenheid willen tonen door samen met partners te zoeken hoe we cybersecurity kunnen optimaliseren. Intussen zijn we zowat het slachtoffer van ons eigen succes geworden. We wilden hier een Limburgs verhaal van maken maar de partijen die onze steun vragen, komen nu ook van veel verder Zelfs de overheid is op de kar gesprongen. Ze vragen ons service te verlenen aan de sector en in ruil daarvoor worden middelen ter beschikking gesteld.”
Lise Welkenhuysen: “Vanuit de directie Technische Zaken werken we aan de procedures voor veilig werken bij bouwwerken en herstellingen. Dit zowel voor onze eigen medewerkers als voor externe firma’s. Dit gaat in feite over het opzetten van een veiligheidscultuur. Zijn alle maatregelen met betrekking tot veiligheid in orde? Is iedereen die bij ons in huis aan het werken is geregistreerd. Dat helemaal uittekenen kan jaren in beslag nemen maar de eerste stappen zijn zeker al gezet.”


“Dat het departement Zorg een centrale plaats heeft gekregenin het organogram van ons ziekenhuis, is echt een symbolische keuze waarbij er een breuk komt met het verleden en de zorg in ons ziekenhuis een nieuw gezicht krijgt.”
Guido Van Hamme, personeelsdirecteur
1.6. VOL voor maximale efficiëntie
Prominent binnen deze kerndoelstelling is de aanpassing van het organogram van het ziekenhuis waarbij het department Zorg een centrale plaats heeft gekregen.
Guido Van Hamme: “Dit is echt een symbolische keuze waarbij er een breuk komt met het verleden en de zorg in ons ziekenhuis een nieuw gezicht krijgt. En dit in nauwe samenwerking met de artsen. Dat is een heel strategische beslissing geweest.”
Benny Stevens (bedrijfskundig directeur): “Het organogram is ook aangepast binnen het Bedrijfskundig departement. Hierbij zijn Foodservices en de hoteldiensten samengebracht om de samenwerking te verbeteren.”

Ook op bedrijfskundig vlak werden er stappen gezet.
Benny Stevens: “Klopt. Zoals het standaardiseren van de gebruikte materialen tussen ZOL Genk en ZOL Maas en Kempen en het samenbrengen van de catalogen. Dit in voorbereiding van het nieuwe magazijn dat in 2025 in gebruik genomen is.”
“En voor het distributieproject van de apotheek is stap 1 van 4 gezet. Deze stap heeft betrekking op de herverpakkingstoestellen. Dat de distributie nu steeds vertrekt vanuit de apotheek van Genk is een grote stap die is gezet. In 2025 worden de bereidingen aangepakt.”
Ook belangrijk in 2024 was de voorbereiding van VIPA 5.
Dr. Peter Thijs: “Het dossier is ingediend in 2023 maar we wachten nog steeds op de financiering vanuit de Vlaamse overheid. Concreet gaat het om een nieuwe verpleegblok, een blok voor de Kritieke Diensten, een nieuwbouw voor technieken en de integratie van de huidige Spoedgevallen in de dagkliniek Heelkunde.
Tom Arts: “Het is van cruciaal belang dat de VIPA 5 gelden vanuit Vlaanderen doorkomen. Louter met eigen middelen kan je projecten van deze omvang onmogelijk realiseren. Wat we wel hebben, is de financiële slagkracht om het aandeel dat van ons verwacht wordt, bij te dragen. Daar heeft iedereen in ZOL trouwens jarenlang toe bijgedragen. De artsen maar zeker ook de medewerkers, door zuinig om te springen met de beschikbare middelen.”
“VIPA 5 realiseren gaat financieel veel vergen, maar is noodzakelijk om de toekomst van ons ziekenhuis te verzekeren. Zonder uit het oog te verliezen dat er middelen beschikbaar moeten blijven om te investeren in mensen en in medische infrastructuur.”
Lize Welkenhuysen: “Wij hebben vorig jaar een inhaalbeweging gedaan wat betreft het futureproof maken van de ‘technieken in de kelder’. Dit om te kunnen werken, de continuïteit te kunnen verzekeren en de technieken duurzaam te maken. En ook om de systemen waar we elke dag mee werken up and running te houden. Dit gaat over ijswater, stoom enz… Dat zijn werken die niet onmiddellijk zichtbaar zijn maar wel noodzakelijk.”
“De samenwerking voor Stroke met de diensten Spoedgevallen en Neurologie van Noorderhart heeft vorm gekregen in 2024 onder LINOZ. Concreet betekent dit dat er heel wat patiënten voor een trombectomie naar Genk zijn overgebracht.”
Erwin Bormans, algemeen directeur
2. Verder bouwen aan onze strategie
Welke samenwerkingsverbanden werden in 2024 boven de doopvont gehouden?
Erwin Bormans: “De vzw die we opgericht hebben met de ziekenhuizen uit Noord-Oost Limburg kreeg de naam LINOZ. Deze naam maakt het mogelijk om vlotter over het netwerk kunnen communiceren.”
Dr. Martijn Grieten: “Er is tussen Genk en Pelt al een langere integratie wat betreft HOST (Hospital Outbreak Support Team). In 2024 is daar een samenwerking bijgekomen voor de integratie en fusie van de diensten Anatomopathologie. Dit zal in de volgende jaren zijn beloop krijgen tot finaal de integratie van beide diensten op de campus in Genk, inclusief volledige digitalisering.”
Erwin Bormans: “Ook de samenwerking voor Stroke met de diensten Spoedgevallen en Neurologie van Noorderhart heeft vorm gekregen in 2024 onder LINOZ. Concreet betekent dit dat er heel wat patiënten voor een trombectomie naar Genk zijn overgebracht.”
Met INEZ Limburg wordt er gemikt op samenwerking over de ziekenhuisnetwerken heen.
Erwin Bormans: “Klopt. INEZ Limburg staat voor Innovatief Netwerk voor Expertise Zorg en is de doorstart van de supra-regionale samenwerking tussen ZOL en Jessa Ziekenhuis. De samenwerking heeft afgelopen jaar vorm gekregen in een nieuwe intentieverklaring met als doelstelling supergespecialiseerde zorg in Limburg te kunnen blijven aanbieden. Zo valt de al langer bestaande samenwerking op vlak van IVF onder INEZ Limburg.”
“Dit geldt ook voor interventionele radiologie. ZOL kreeg een erkenning voor het strokecentrum maar door een procedure bij de Raad van State werd het Koninklijk Besluit vernietigd en werd de erkenning nog niet toegekend. De erkenning zou sowieso ingebracht worden in de samenwerking tussen ZOL en Jessa en dus onder INEZ Limburg vallen.”
“Intussen worden nieuwe samenwerkingen besproken, zoals onder andere op het vlak van Cardiochirurgie. Die samenwerking is opgestart in 2024 en zal in 2025 zijn beslag krijgen.”
Tom Arts: “INEZ Limburg verder uitbouwen willen we in 3 stappen realiseren: 1. Een zorgstrategisch plan opstellen. 2. Kijken hoe we supraregionaal kunnen samenwerken, ook tussen de niet-medische diensten 3. Kijken of we dat in eenheid van bestuur en vermogen kunnen doen. We mogen hierbij geen stappen overslaan en moeten het systematisch aanpakken, maar het is wel belangrijk dat we niet stil blijven staan.”
“2024 is trouwens het jaar waarin het woord ‘fusie’ stilaan deel is beginnen uitmaken van mensen die de gezondheidszorg in Limburg een warm hart toedragen. Het is te vroeg om van een fusie te spreken maar het woord zelf uitspreken, staat in Limburg niet meer gelijk met vloeken in de kerk. De veruitwendiging hiervan is de oprichting van INEZ Limburg.
“Van groot belang hierbij is hoe we alle andere Limburgse ziekenhuizen bij dit project betrekken. We mogen elkaar daar absoluut niet in vergeten.”
VIPA 5 financieel rond krijgen wordt dé uitdaging in 2025
“We zijn erin geslaagd om 2024 af te sluiten met een positief resultaat,” zegt financieel directeur Elke Panis. “Maar we moeten voorzichtig blijven. De hervormingsplannen van minister Vandenbroucke kunnen een grote impact hebben op onze financiering. En de uitdagingen voor de toekomst zijn niet min. Van zodra we groen licht krijgen van de overheid, starten we met VIPA 5.”

Hoe zijn jullie erin geslaagd om 2024 positief af te sluiten, ondanks alle onzekerheden?
Elke Panis (financieel directeur): “Op basis van de cijfers van 1e semester van 2024 zagen we dat het ZOL het ook financieel moeilijker zou krijgen. In het najaar van 2024 hebben we daarom een duidelijke communicatie hier rond gedaan, omdat we zagen dat we zonder ingrijpen in de rode cijfers zouden belanden. We hebben onze mensen opnieuw gevraagd kritisch naar de kosten te kijken en zo efficiënt mogelijk om te gaan met de beschikbare middelen.”
“Het is een probleem dat de hele sector treft. Slechts één op de vier Belgische ziekenhuizen kan nog een positief resultaat voorleggen.”
En zo is er toch nog een mooi resultaat behaald?
“Een positief resultaat is essentieel om te kunnen blijven groeien, investeren in kwaliteit en inzetten op innovatie. We sloten 2024 af met een positief resultaat van 5,5 miljoen euro. Zonder de eenmalige inkomsten – een afrekening van de overheid uit de Covid-periode – komt dat neer op 2,2 miljoen euro.”
“We moeten echter realistisch blijven. Ons personeelsbudget werd niet volledig benut, en samen met een aantal meevallers heeft dat ons geholpen. Als we al onze budgetten hadden ingevuld, zag het plaatje er anders uit. Toch willen we juist wél alle medewerkers inzetten, omdat we weten dat we hen nodig hebben om onze activiteit op peil te houden. Die activiteit is op haar beurt essentieel voor onze financiering. Het is belangrijk om uit die vicieuze cirkel te blijven.”
De stijgende kosten blijven drukken op het budget?
“Absoluut. Denk aan energie- en voedingskosten en ook kosten van medische materialen. De overheid voorziet hierin onvoldoende compensatie. Veel ziekenhuizen worstelen hiermee.”
“Gelukkig kopen we energie via een groepsaankoop met Hospilim en leggen we onze prijzen een jaar op voorhand vast. Daardoor voelden we de stijging in 2023 minder, maar in 2024 kwam die er wel. In 2025 verwachten we opnieuw een stabilisatie. Maar de kosten liggen nog altijd aanzienlijk hoger dan enkele jaren geleden.”
“Dat ook de kosten van medische materialen blijven toenemen, is voor een stuk het gevolg van innovatie die vaak nodig is om steeds de beste zorgen te kunnen aanbieden, maar die helaas vaak onvoldoende gefinancierd worden.”
Wat is de impact van de hervormingsplannen van minister Vandenbroucke?
“Het plan van de minister is bekend, maar de concrete financiële impact blijft voorlopig onduidelijk. Dat maakt het moeilijk plannen. We kunnen dan wachten tot er meer duidelijkheid komt, of we blijven doorgaan. Maar stilstaan is voor ons geen optie.”
Hoe evolueren de activiteitscijfers?
“We zien een duidelijke verschuiving van klassieke hospitalisatie naar daghospitalisatie – een trend die zich ook in andere ziekenhuizen manifesteert. De minister heeft recent al verschillende ingrepen naar het dagziekenhuis overgeheveld, maar de financiering blijft ontoereikend, ondanks uitbreidingen.”

Wat zijn de grote uitdagingen voor de komende jaren?
“We schrijven ons in in het nieuw model van gezondheidszorgen dat veel meer gebaseerd wordt op samenwerking en netwerking. De periode dat de patiënt in het ziekenhuis verblijft, wordt steeds korter, hetgeen betekent dat een naadloze integratie en samenwerking tussen de verschillende zorgactoren steeds aan belang blijft winnen.”
“Als we morgen toestemming krijgen om te starten met VIPA 5, dan wordt het financieel rond krijgen van dat project onze grootste uitdaging. VIPA 5 omvat nieuwe verpleegafdelingen, een blok voor de Kritieke Diensten en een gebouw voor technische installaties.”
“Daarnaast bouwen we een nieuw kantoorgebouw om ruimte te creëren voor uitbreiding van de raadplegingen in de huidige gebouwen. Ook moeten een aantal diensten vernieuwd worden, zoals de Pijnkliniek en Endoscopie in ZOL Maas en Kempen, en de Centrale Sterilisatie en dagkliniek Inwendige in ZOL Genk. Bovendien plannen we ook een nieuwe parkeertoren.”
“We hebben samen met onze artsen een ‘supplementenfonds’ voor bouwwerken opgericht, maar veel van die inkomsten moeten de komende jaren nog gerealiseerd worden. Het zal een hele uitdaging zijn om de financiering van al deze projecten rond te krijgen. Voorzichtigheid blijft daarom ten alle tijden geboden.”













