Pre-eclampsie

Wat is zwangerschapsvergiftiging of pre-eclampsie?

Pre-eclampsie is een aandoening die in de volksmond bekend staat onder de naam ‘zwangerschapsvergiftiging’. Het is ziekte die ontstaat tijdens de zwangerschap en bestaat uit een combinatie van een te hoge bloeddruk en eiwitverlies via de urine. Pre-eclampsie ontwikkelt zich na week 20 van de zwangerschap en kan ook in het kraambed ontstaan, zelfs tot acht dagen na de bevalling. De aandoening komt bij 3-5% van de zwangeren voor die niet eerder zwanger zijn geweest, en is wereldwijd de meest voorkomende zwangerschapscomplicatie.

Welke zijn de symptomen en complicaties van pre-eclampsie?

Er zijn geen typische kenmerkende symptomen voor pre-eclampsie, en symptomen variëren van vage tot ernstige klachten. Patiënten met pre-eclampsie hebben vaak vage buikpijn boven in de buik. Ook hoofdpijn en lichtflitsen kunnen voorkomen.

Door het eiwitverlies kan de zwangere vrouw vocht ophouden, oedeem. Aanvankelijk blijft dit beperkt tot oedeem ter hoogte van de onderbenen, maar bij ernstige gevallen kan dit zich uitbreiden naar oedeem over het hele lichaam of vocht op de longen (longoedeem) waardoor de zwangere kortademig wordt.

Ongeveer 5–10% van de patiënten met een pre-eclampsie ontwikkelt het HELLP-syndroom. Het HELLP-syndroom is een aandoening waarbij ook de lever ziek wordt en de bloedstolling in de war geraakt. Door middel van bloedonderzoek kan worden bepaald of het om pre-eclampsie dan wel om HELLP gaat. HELLP kan ook op zichzelf ontstaan uit een gezonde zwangerschap, zonder dat er pre-eclampsie aanwezig is (geweest).

Indien de pre-eclampsie niet opgemerkt wordt en ernstiger wordt, kan dit aanleiding geven tot eclampsie. Eclampsie is een levensbedreigende complicatie voor zowel moeder als kind waarbij de moeder een epilepsie-achtige aanval krijgt. Eclampsie treedt als complicatie op bij 1 op de 200 vrouwen met een ernstige pre-eclampsie of het HELLP-syndroom.

Wat is de oorzaak van pre-eclampsie?

Vooralsnog is het onbekend hoe zwangerschapsvergiftiging ontstaat. Waarschijnlijk is het combinatie van verschillende factoren die tot pre-eclampsie leiden. Er wordt aangenomen dat onderandere een defecte ontwikkeling van de ‘spiraalarteriën’ aan de oorzaak ligt. Spiraalarteriën zijn bloedvaten van de moeder die uitmonden in de moederkoek (placenta). Bij pre-eclampsie zouden deze bloedvaten niet goed ontwikkeld zijn waardoor de doorbloeding van de moederkoek ook niet goed is.

Ook zijn er aanwijzingen dat erfelijkheid een rol speelt: zo komt het in bepaalde families pre-eclampsie meer voor, bijvoorbeeld bij zowel moeder als later bij de dochter in haar eerste zwangerschap pre-eclampsie ontwikkelen.

Welke behandeling is er voor pre-eclampsie?

Er is tot op de dag van vandaag nog geen behandeling om pre-eclampsie te genezen. In geval van ernstige hoge bloeddruk kan bloeddruk verlagende medicatie worden toegediend, maar er bestaat geen medicatie om het eiwitverlies via de urine tegen te gaan. Hierdoor is men meestal genoodzaakt om de baby vroegtijdig geboren te laten worden. Dit kan via een natuurlijke vaginale bevalling, al is bij ernstige gevallen een keizersnede genoodzaakt.

Wat is het herhalingsrisico van pre-eclampsie?

Vrouwen die eerder een gezonde zwangerschap hebben doorgemaakt, hebben een lagere kans op het ontstaan van pre-eclampsie bij een volgende zwangerschap. Het lichaam heeft dan gedurende de vorige zwangerschap kunnen wennen aan het lichaamsvreemde genetisch materiaal van de vader dat aanwezig is in de moederkoek, waardoor pre-eclampsie minder vaak voorkomt. Dit geldt echter weer niet als een tweede of volgende zwangerschap van een andere partner is.

Vrouwen die bij een eerste zwangerschap pre-eclampsie hadden, hebben een hogere kans om bij een volgende zwangerschap opnieuw pre-eclampsie te ontwikkelen. Hoe vroeger de ziekte zich in de zwangerschap heeft voorgedaan, hoe groter de kans om opnieuw ziek te worden bij de volgende zwangerschap. Al zijn de symptomen van de volgende zwangerschapsvergiftiging bij de volgende zwangerschap over het algemeen milder en later in de zwangerschap.

Onderzoek in het ZOL

Binnen het Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL) wordt reeds vele jaren intensief onderzoek gedaan naar pre-eclampsie. Patiënten die opgenomen zijn met de ziekte kunnen bij ons terecht, maar ook vrouwen met een verhoogd risico op pre-eclampsie. Zo worden vrouwen die in een eerdere zwangerschap pre-eclampsie ontwikkelde van zeer nabij opgevolgd door een deskundig onderzoeksteam van wetenschappers, gynaecologen en vroedvrouwen.

Men linkte tot voor kort zwangerschapsvergiftiging voornamelijk aan afwijkingen aan de moederkoek en beschadiging van de binnenkant van de slagaders. De huidige bloeddrukverlagende medicatie is hierop gebaseerd. De onderzoeken die gebeuren binnen het ZOL benadert de ziekte ruimer en focust zich naast de slagaders ook op het hart en de aders van de zwangere vrouw. Deze onderzoeken kunnen reeds vroeg in de zwangerschap gebeuren en dienen regelmatig herhaald te worden gedurende de zwangerschap. Op basis van deze onderzoeken is vaak al te voorspellen of de patiënte (opnieuw) een pre-eclampsie zal ontwikkelen later in de zwangerschap.

Op deze manier brachten de onderzoekers en gynaecologen van het ZOL een tot nog toe onbekende en genegeerde oorzaak van deze onbegrepen ziekte aan het licht. De onderzoeksresultaten vormden immers al een belangrijke eerste stap om nieuwe therapieën te kunnen ontwikkelen. Het onderzoek opent nieuwe deuren voor andere types medicaties en therapieën die zich richten op de aders van de moeders.

Wat gebeurt er precies?

Het onderzoek bestaat uit twee luiken: een echo van de moederlijke bloedvaten en een analyse van het moederlijke hartdebiet.
Na afloop van de onderzoeken zullen de gegevens door een expert geanalyseerd worden. De resultaten worden tevens besproken met zowel de behandelend gynaecoloog van de patiënte als een gynaecoloog die gespecialiseerd is in pre-eclampsie.
Het is belangrijk om de evolutie van de bloedvaten en het hartdebiet goed op te volgen gedurende de ganse zwangerschap. Daarom is het aangewezen deze onderzoeken verschillende malen uit te voeren. Bij voorkeur rond de zwangerschapstermijn van 12, 20, 24, 28 en 35 weken.

Moederlijke echo

Eerst zal de echo uitgevoerd worden: de moederlijke echo. Met deze echo (dezelfde techniek als waarmee we naar de baby kijken) zullen we naar de bloedvaten van de nieren, lever en baarmoeder van de patiënte kijken. Bij een normale zwangerschap, zonder pre-eclampsie, zetten de bloedvaten zich uit om plaats te maken voor het extra bloed dat de moeder aanmaakt gedurende de zwangerschap. Op basis van echobeelden kan er beoordeeld worden nagegaan hoe de bloedvaten van de moeder zich hebben aangepast aan dat extra volume bloed en of dit een probleem zal vormen op latere termijn, met risico voor pre-eclampsie tot gevolg.

Bij een normale zwangerschap, zonder bloeddrukproblemen, passen de bloedvaten van de moeder zich aan door soepel en flexibel te worden. Op deze manier ondervindt het bloed geen hinder om tot bij de baarmoeder en de moederkoek te stromen. Bij pre-eclampsie gebeurt deze aanpassing in mindere mate of helemaal niet: we spreken dan van stijve bloedvaten of ‘spastische bloedvaten’. Door de maternale echo meerdere malen uit te voeren, kan de evolutie van de aanpassing goed in kaart gebracht worden en wordt bekeken of er normale gezonde aanpassingen gebeuren, of er afwijkingen op de normale evolutie te zien zijn.

Met deze echo wordt er niet gekeken naar de baby. De behandelend gynaecoloog zal deze echo’s uitvoeren zoals dit standaard gebeurt bij een zwangerschapsopvolging.

Moederlijk hartdebiet

Vervolgens zal er een analyse van het moederlijke hartdebiet gebeuren. Hartdebiet (‘cardiac output’) is de hoeveelheid bloed dat een hart op een minuut rondpompt en wordt berekend met het ‘NICCOMO’-toestel. Hiervoor worden er vier pleisters gekleefd (twee in de hals en twee ter hoogte van het ribbenrooster) waarmee de patiënte achtereenvolgens dient te gaan liggen en recht te staan. Het onderzoek is pijnloos, duurt 10 minuutjes en is volkomen veilig voor zowel moeder als kind.

Behalve de berekening van het hartdebiet, verkrijgen we nog andere belangrijke gegevens met de NICCOMO. Zo kunnen we voorspellen of de pre-eclampsie al dan niet gepaard zal gaan met vocht op de longen en of ook het hart aangetast is door de ziekte. De NICCOMO geeft dus een waaier aan informatie weer die de gynaecologen gebruiken om een geschikte behandeling op te starten in geval van pre-eclampsie.
Zo krijgen vrouwen die met zwangerschapsvergiftiging opgenomen zijn op de dienst Maternale Intensieve Zorgen (MIC) van ons ziekenhuis een aangepast behandeling op basis van het moederlijke hartdebiet. Zwangeren met een te laag moederlijk hartdebiet krijgen een andere behandeling dan zwangeren met een te hoog moederlijk hartdebiet. De behandeling van beide groepen berust op het feit dat getracht wordt om het hartdebiet terug te normaliseren. Op die manier is de zwangere vrouw in betere conditie om een bevalling of keizersnede te ondergaan.

Hoeveel kost het onderzoek?

De kostprijs van echografie en hartmonitor tesamen bedraagt 50 €, een bedrag dat (nog) niet door het ziekenfonds wordt terugbetaald. Een toestemmingsformulier zal u worden overhandigd bij de aanvang van het onderzoek. Daarnaast wordt ook een consultatiehonorarium aangerekend, dat wel door het ziekenfonds wordt vergoed. Hoeveel kost het onderzoek?

Communicatie met uw gynaecoloog, vroedvrouw of huisarts

Van elk onderzoek wordt een gedetailleerd verslag opgemaakt, dat wordt overhandigd aan uw eigen gynaecoloog, vroedvrouw of huisarts. Op deze wijze blijft diegene die uw zwangerschap opvolgt steeds op de hoogte van uw meetresultaten.

Bent u geïnteresseerd of wenst u meer informatie?

Voor meer informatie of een afspraak kan u terecht op de dienst verloskunde van het ZOL via het telefoonnummer 089/32 75 24 of 089/32 75 26. Hier kan u ook een afspraak regelen om het onderzoek van hart en bloedvaten bij u te laten gebeuren, evenals voor een besprekingsconsultatie. Voor praktische adviezen en raad betreffende uw specifieke risico kan u terecht bij de coördinerend arts van dit project op het telefoonnummer 089/32 15 11.

Inhoudsverantwoordelijke
Prof. dr. Wilfried Gyselaers, Gynaecologie-Verloskunde 2015

© 2021 Ziekenhuis Oost-Limburg