Behandeltraject borstcarcinoma tijdens de radiotherapie

1. Wat is radiotherapie?

Radiotherapie is een behandeling met hoog energetische elektromagnetische stralen.
Deze stralen dringen de cellen van het lichaam binnen en veroorzaken er scheikundige reacties.
Deze reacties lijden tot beschadiging van cellen en bijgevolg tot celdood.
Vlug delende cellen – in principe alle kankercellen -  blijken gevoeliger te zijn aan de veranderingen die de stralen veroorzaken en kunnen de opgelopen schade minder goed herstellen. Gezonde cellen die weinig of niet delen zijn veel minder gevoelig voor de effecten van straling. De totale dosis van straling verdelen we in kleine stukjes die we dag na dag geven. Hierdoor geven we de kans aan gezonde cellen om voldoende te recupereren terwijl we de kankercellen die gevoeliger zijn, toch vernietigen. Dit vormt de basis van de werking van de bestralingsbehandeling.

2. Welke patiënten worden met radiotherapie behandeld?

Voor elke nieuwe borstkankerpatiënt wordt een behandelingsplan opgesteld op een wekelijkse vergadering met de moeilijke naam het “multidisciplinair consult gynaecologische oncologie”.
Tijdens deze wekelijkse vergadering bespreken de verschillende artsen - specialisten die zich met de opsporing en behandeling van borstkanker bezig houden - de nieuwe borstkankergevallen.
In deze vergadering kan de beslissing genomen om een patiënte met radiotherapie te behandelen.
Bij de besluitvorming worden internationaal aanvaarde richtlijnen gebruikt. (evt. deze rode tekst in de algemene inleiding)

Radiotherapie wordt bij borstkankerpatiënten toegepast om de eventueel nog aanwezige kwaadaardige cellen in de borst of in de drainerende lymfeklierstations uit te roeien en op die manier de kans dat het gezwel terugkomt, te verkleinen.

Na borstsparende behandeling wordt de borst bijna altijd nabestraald.
Na een borstamputatie wordt het litteken en de borstkaswand behandeld wanneer het een grote tumor betrof of wanneer er lymfeklieren aangetast zijn.
In het laatste geval worden de klierstations onder het sleutelbeen en onder het borstbeen vaak mee bestraald.
De oksel wordt slechts bestraald indien een okseluitruiming niet mogelijk was of indien na okseluitruiming blijkt dat er belangrijke tumorale aantasting van de oksellymfeklieren was.
De bestraling van de oksel heeft een verhoogd risico op vochtopstapeling in de arm (lymfoedeem) tot gevolg.

3. Hoe verloopt de behandeling?

a. Raadpleging

Vooraleer de radiotherapie aan te vatten komt de patiënte op raadpleging bij de radiotherapeut-oncoloog in het ZOL. Tijdens de consultatie maakt de arts kennis met de patiënte en met haar medische gegevens. De patiënte wordt op de hoogte gebracht van de behandelingsprocedure en van de mogelijke nevenwerkingen. De patiënte krijgt een afspraak voor de volgende stap namelijk de veldaflijning of simulatie.

b. Veldaflijning

De volgende stap, de veldaflijning gebeurt in het Virga Jesse ziekenhuis, waar de simulator van het L.O.C. zich bevindt.
De patiënte krijgt eerst uitleg over praktische aspecten van de behandeling.
Dan wordt de patiënte doorgelicht of afgescand en worden er richtpunten op de huid aangebracht om de behandeling te richten.
Opdat deze punten gedurende de weken die de behandeling duurt zichtbaar zouden blijven worden de belangrijkste puntjes getatoeëerd.
De patiënte krijgt dan een afspraak voor de start van de behandeling die in het Z.O.L. wordt uitgevoerd. Meestal zijn er 5 tot 7 werkdagen tussen de voorbereiding van de bestraling en de start van de behandeling.

c. Planning

Vooraleer de bestraling aan te vatten moet er een reeks berekeningen en controles gebeuren. De te behandelen gebieden worden op de scan of foto ’s verder aangetekend en de optimale grootte, vorm en invalhoeken van de bestralingsbundels worden vastgelegd.
Een computer berekent hoe lang het bestralingsapparaat (versneller) moet stralen om de vastgelegde dosis te gegeven.
De stralingsfysicus en de radiotherapeut(e) kijken het plan na en keuren het goed.
De computergegevens worden doorgestuurd naar de versneller.

d. Proefbestraling

De eerste maal dat de patiënte onder de versneller ligt, is dit niet voor behandeling maar voor een proefbestraling. Hierbij wordt de patiënte met een kleine dosis bestraald en worden allerlei metingen uitgevoerd: de vorm van het bestralingsveld, de plaats van de stralingsbundels en de toegediende dosis worden nagekeken.
Indien de metingen overeenkomen met de berekende waarden wordt het licht op groen gezet voor de eigenlijke behandeling. Anders worden er correcties aangebracht.

e. Eigenlijke bestraling

De bestraling gebeurt elke werkdag op hetzelfde, afgesproken uur.
De patiënte mag het uur van haar behandeling zelf kiezen tussen de beschikbare tijdssloten. De bestralingstoestellen zijn tussen 8:15 en 17:00 in bedrijf.
Voor de bestraling aan te vatten wordt de patiënte nauwkeurig in de gestandaardiseerde bestralingshouding gelegd. De stralingsbundels worden door de verpleegkundigen gericht en de individuele gegevens voor de sturing van de versneller worden vanuit de computer opgeroepen.
Eventueel worden controle opnames gemaakt.
Tijdens de behandeling ligt de patiënte alleen in de kamer.
Zij wordt wel gevolgd via videocamera’s.
Door het hoge dosisdebiet van de huidige versnellers wordt de patiënte minder dan 2 minuten aan de stralenbron blootgesteld. De patiënt mag rustig ademenen, maar moet overigens zo weinig mogelijk bewegen.
Als de behandeling afgelopen is komt het personeel terug binnen en wordt de patiënte van de tafel geholpen. Nadat de patiënte zich aangekleed heeft mag zij naar huis gaan.

f. Controle raadpleging

Ongeveer 2 weken na het beëindigen van de behandeling gaat de patiënte op controle bij de radiotherapeut oncoloog. De mogelijke nevenwerkingen worden nagekeken en een er wordt een afspraak voor verder behandeling en opvolging bij de medisch oncoloog of gynaecoloog gemaakt.
Meestal ziet de radiotherapeut(e) de patiënte nog eens terug 1 jaar na het beëindigen van de therapie.

4. Welke zijn de nevenwerkingen van de radiotherapie?

Hoewel de uiteindelijke hoeveelheid stralen (dosis) waarmee de behandeling wordt uitgevoerd bij de meeste patiënten dezelfde is, vertonen de patiënten onderling verschillende ongemakken.

a. Op korte termijn kunnen huidreacties en vermoeidheid optreden.
De huidreactie op radiotherapie lijkt fel op de verschijnselen die optreden na blootstelling aan hitte of U.V. stralen.
Bij de meeste patiënten blijft het effect beperkt tot een roodheid die progressief optreed er in de loop van de behandeling.
Na het beëindigen van de bestralingen wordt de huid wat droger, dikker, donkerder en vervelt dan.
Dikwijls blijft de huid een iets donkerder tint behouden.
Sommige patiënten vertonen blaarvorming die leidt tot oppervlakkige, nattende wonden. Dit komt vooral voor aan de onderzijde en aan de okseluitloper van de borst.
Vrouwen met omvangrijke borsten lopen het grootste risico op heftige huidreacties.
De verpleegkundigen stellen in overleg met de artsen een preventieve en indien nodig een verzorgende behandeling in.
Hoe fel de huidreacties ook zijn, ze genezen altijd.

Tijdens de bestralingen van de patiënten klagen vele patiënten van vermoeidheid die niet of weinig verbeterd na rusten. Dit komt vooral voor bij patiënten die ook met chemotherapie behandeld werden.
De vermoeidheid na radiotherapie is meestal na enige weken verdwenen. Na radio- en chemotherapie is het herstel langzamer.

b. Patiënten die bestraald (en geopereerd) werden vertonen dikwijls nog na jaren pijnsteken ter hoogte van het behandelde gebied. Deze pijn kan hinderlijk zijn maar wijst niet op een herval.

Een bestraalde borst zal dikwijls de eerste maanden na de behandeling wat warmer en meer gezwollen zijn.
In de loop der jaren wordt de borst vaster en kleiner.
Bij een minderheid van patiënten met zware borsten kan dit tot een belangrijke ongelijkheid tussen de borsten leiden. Indien nodig en gewenst kan plastische heelkunde (heterolaterale borstverkleining) hieraan verhelpen.

Nota

De bestralingsbehandelingen worden uitgevoerd in het Limburgs Oncologisch Centrum (L.O.C), waarvan de bestralingsafdeling in het Z.O.L., campus St. Jan een onderdeel is.
De vzw Limburgs Oncologisch Centrum is een samenwerkingsverband onder de vorm van een ziekenhuisassociatie en een aparte rechtsfiguur (vzw) tussen het Christelijk Algemeen Ziekenhuis (CAZ), het Virga Jesseziekenhuis (VJZ) en het Ziekenhuis Oost-Limburg (ZOL).  De vzw beheert en exploiteert de radiotherapiediensten van de provincie Limburg, die zijn ondergebracht in het Virga Jesseziekenhuis in Hasselt en in het Ziekenhuis Oost Limburg in Genk.
De vzw coördineert ook de oncologische behandelingen in de provincie.
Mr. J. Hellings en dr. P. Bulens staan in voor het dagelijkse bestuur.
Zie ook http://loc.be/homepage

Nuttige telefoonnummers

  • Secretariaat bestralingsafdeling ZOL
    Tel. 089/32 65 50 - 089/32 65 52
  • Lineaire versneller 4
    Tel. 089/32 67 62 
  • Lineaire versneller 5
    Tel. 089/32 67 63
  • Secretariaat L.O.C. Virga Jesse Z.H.
    Tel. 011/30 99 40 - 011/30 99 60
Inhoudsverantwoordelijke
Dr. Bob Vermeulen, plastische chirurgie - 2018

© 2019 Ziekenhuis Oost-Limburg