Na bespreking in het multidisciplinair team wordt u chemotherapie aangeraden.
De meest voorkomende vragen die patiënten hierover hebben, worden hierna besproken. Daardoor zal u met meer vertrouwen uw behandeling kunnen aanvatten.

Zal mijn haar uitvallen?

Niet elk chemotherapiemiddel veroorzaakt haarverlies. Gemakshalve maken we een onderscheid tussen preventieve chemotherapie (die gegeven wordt om de kans op herval te verkleinen na uw borstoperatie) en levensverlengende chemotherapie (die gegeven wordt om kanker tegen te houden nadat hij teruggekomen is).
De 2 meest gebruikte preventieve chemotherapiemiddelen zijn de FEC-cocktail en de taxaanmiddelen. Beide geven op een kleine week tijd volledig haarverlies, dat meestal begint op te treden in de 3e week na de toediening. Het haar blijft tijdens de behandeling groeien, maar kan niet doorgroeien zolang de therapie duurt.
Haarverlies in psychologisch belastend. Het verandert uw uiterlijk gedurende lange tijd. Denk er echter aan dat het nadien terugkomt zoals tevoren. Ondertussen kan u gebruik maken van een pruik of sjaaltjes. Beide hebben voor- en nadelen. Met een pruik zien anderen uw kaalheid niet en het is warmer bij koude. Met sjaaltjes kan u afwisselen en het is frisser. Een attest voor een pruik wordt voorzien, net zoals adressen van leveranciers.
Het aantal levensverlengende chemotherapiemiddelen is uitgebreider en bevat ook middelen die geen of weinig haarverlies geven. Bovendien kan gebruik gemaakt worden van een ijskap. Dit toestel koelt de hoofdhuid af, zodat de bloedvaatjes rond de haarwortels samentrekken en geen chemotherapie doorlaten. Het is onaangenaam koud en het resultaat is onvoorspelbaar. Volledig haarbehoud is echter mogelijk. Er zal rekening gehouden worden met uw beslissing indien u geen haarverlies meer wenst.

Zal ik ziek zijn?

Gelukkig zijn de medicamenten tegen misselijkheid tegenwoordig zeer efficiënt. Zelden zijn er nog patiënten fel en lang ziek. Meestal beperkt het ongemak zich tot een onpasselijk gevoel gedurende een 4 à 5 dagen. U krijgt enerzijds net vóór de chemotherapie langs uw infuus intraveneuze medicatie die onmiddellijk en krachtig werkt, en anderzijds pilletjes om thuis verder in te nemen voor de dagen achteraf. Bij de volgende kuur zal u gevraagd worden of dit voldoende was en zo nodig krijgt u extra medicatie mee.

Hoe en waar wordt de chemotherapie toegediend?

Om de intraveneuze geneesmiddelen toe te dienen, zal u voorgesteld worden een catheter (buisje) te laten inplanten (poortcatheter of Port à-Cath(Pac), zie afbeelding). Chemotherapie kan verkleuring en verharding van de aders van uw arm veroorzaken. Indien de medicatie naast het bloedvat loopt, kan het ernstige schade aan het onderhuids weefsel toebrengen. Een poortcatheter bespaart u ook telkens opnieuw de vervelende prikken in uw arm. Na de therapie raden we aan de Pac enkele jaren ter plaatse te laten, maar hij kan op vraag verwijderd worden.

Zal ik moe zijn?

Een zekere graad van moeheid zal steeds optreden. Hiervoor zijn verschillende oorzaken.
De belangrijkste oorzaak is het ontstaan van bloedarmoede (tekort aan rode bloedlichaampjes), waardoor u minder zuurstof in uw lichaam kan ronddragen. Bij inspanning zal u daarom sneller ademhalen (om meer zuurstof uit de lucht op te nemen) en uw hart zal sneller kloppen (om het bloed sneller terug naar de longen te brengen, waar het opnieuw zuurstof zal opnemen). Kortademigheid en hartkloppingen zijn dus normale, goede reacties op bloedarmoede. Ze zijn evenwel onaangenaam. Bloedarmoede geeft ook afname van uw concentratievermogen en een slaptegevoel. Bij te felle bloedarmoede zal u daarom inspuitingen krijgen met een medicament om rode bloedlichaampjes aan te maken (erythropoietine of ‘epo’). Als alternatief of om sneller effect te bekomen, kan een zakje bloed gegeven worden.
Andere oorzaken van moeheid kunnen zijn: angst, slapeloosheid, pijn, … Meestal hangen deze klachten vast aan elkaar en kan het verminderen van de ene klacht ook de andere verbeteren. Meld uw klacht aan uw arts, zodat hij u hierbij kan helpen.
Het chemotherapiemiddel zelf kan ook moeheid veroorzaken. Enkel na het einde van de behandeling zal uw lichaam daarom volledig kunnen recuperen. Dit betekent echter niet dat u tijdens de behandeling niets kan of mag doen. Rustige activiteiten (huishoudelijk, wandelen, fietsen…) zullen uw spieren in conditie houden en uw recuperatie na het beëindigen van de therapie bevorderen. Stel uw verwachting echter bij: uw lichaam is de baas en zegt u wanneer u teveel wilt. Luister er dus beter naar dan anders.

Infecties?

Ons afweersysteem bestaat uit onze witte bloedlichaampjes. Als een microob in ons bloed komt, wordt hij dadelijk door hen vernietigd. Ze zijn echter heel gevoelig aan chemotherapie en na elke kuur dalen ze tijdelijk in aantal. Enkele dagen is er dan weinig afweer en lopen we dus een verhoogd infectierisico. De microben die ons ziek kunnen maken, zitten meestal al in ons lichaam (vooral in de dikke darm en de mondholte) en verkrijgen we zelden vanuit de omgeving of van andere mensen. Ze komen bij iedereen af en toe in het bloed. Bij lage afweer kan dan een bloedinfectie ontstaan, waardoor u plots hoge koorts (meer dan 38°C) maakt en zich ziek voelt. Daarom vragen we u van tijdens uw chemotherapie bij hoge koorts dadelijk uw huisarts te contacteren, zodat hij u kan onderzoeken, een bloedname kan doen en antibiotica kan opstarten. In het weekend kan u zich best tot de spoedgevallendienst wenden.
De bloedname die voor elke nieuwe chemokuur verricht wordt, dient om na te gaan of uw witte bloedlichaampjes voldoende hersteld zijn. Enkel dan zal uw volgende kuur toegediend worden. Zo nodig zullen inspuitingen toegediend worden met medicatie die de aanmaak van de witte bloedlichaampjes versnelt (een soort ‘epo’ voor witte bloedlichaampjes).
De meeste infecties die mensen onderling aan elkaar doorgeven, zijn virusinfecties. Het gebeurt via niezen, hoesten en praten. Deze infecties genezen bij ons spontaan, ook als we chemotherapie krijgen. Bij neusloop en keelpijn hoeft dus niet dadelijk een antibioticum genomen te worden, net zomin als wanneer we geen chemotherapie krijgen. Symptomatische medicatie die de verstopte neus open maakt en de keel ontsmet (pastilles), versnellen uw genezing, naast voldoende vochtinname. Het is evenwel nooit overdreven uw huisarts te raadplegen: hij zal u onderzoeken en extra zekerheid kunnen geven.

Voeding, medicatie, sexuele betrekkingen, risico voor anderen, reizen?

Tijdens chemotherapie mag u alle voedingswaren gebruiken. In de dagen na een kuur gebruikt u best lichte kost. Uw smaak kan veranderen waardoor sommige voedingswaren anders of minder kunnen smaken. Dit normaliseert in de eerste maanden na de chemotherapie. Door te experimenteren met kruiden kan u extra smaak aan de maaltijd geven. Zeer zeldzaam zijn enkele voedingsmiddelen tegenaangewezen bij bepaalde chemotherapiemiddelen, maar deze middelen worden niet bij borstkanker gebruikt.
Vaak komen mensen bij in gewicht tijdens chemotherapie. U beweegt minder en zit meer thuis met tijd om te eten. Let daarom vooral op uw voeding en gebruik calorie-arme tussendoortjes.
Uw arts zal uw thuismedicatie nagaan. De meest courante medicaties vormen geen probleem tijdens de therapie (bvb paracetamol als pijnstiller). Zeldzaam gaat een geneesmiddel niet samen bij een bepaald chemotherapiemiddel. U zal dan advies krijgen over een mogelijk alternatief.
Sexuele betrekkingen zijn toegestaan tijdens chemotherapie. Houd er wel rekening mee dat de slijmvliezen gevoeliger zijn tijdens de behandeling en gebruik tot 2 dagen na de chemotherapie het condoom om uw partner te beschermen tegen overdracht van chemotherapie via vaginale afscheiding Vaginale droogte kan optreden door vervroegde menopauze, die meestal optreedt eens u de leeftijd van 40 jaar voorbij bent. Uw apotheker mag u hiervoor de gangbare middelen meegeven.
De chemotherapiemiddelen die via infuus worden toegediend, zijn 1 à 2 dagen na toediening verdwenen uit het lichaam via stoelgang en urine. Wees in die periode extra hygiënisch (toilet 2 keer doorspoelen), daarna volstaat de normale hygiëne. U mag uw familieleden blijven aanraken (zoenen, omhelzen): zij lopen geen gevaar.
Korte reizen zijn mogelijk, op voorwaarde dat u snel een arts kan raadplegen bij problemen.

Conclusie

Chemotherapie is een belastende en lange behandeling. Uw leven gaat echter voort en dient er niet drastischer dan nodig door gewijzigd te worden. Houd rekening met de therapie, maar leef zo normaal mogelijk verder en blijf in de mate van het mogelijke dezelfde activiteiten doen waarvan u weet dat u er zich  goed bij voelt. Op deze manier neemt u na de therapie makkelijker de draad terug op, zowel fysiek als mentaal.
Vergeet zeker niet uw huisarts te contacteren bij kleine problemen zoals te lange misselijkheid, aften in de mond en bij koorts. Hij weet meestal snel raad en het bespaart u nodeloze verplaatsingen naar het ziekenhuis. Uiteraard kan zowel hij als uzelf ons contacteren via het secretariaat medische oncologie (089/326552).

Links

Inhoudsverantwoordelijke
Dr. Bob Vermeulen, plastische chirurgie - 2018

© 2019 Ziekenhuis Oost-Limburg