Magnetische Resonantie (MRI)

1. Benaming

  • MR-onderzoek = magnetische resonantie onderzoek
  • MRI = magnetische resonantie beeldvorming ('i maging')
  • NMR = nucleaire magnetische resonantie
  • KST = kernspin tomografie

Al deze verschillende benamingen worden gebruikt voor hetzelfde onderzoek.

2. Werkingsprincipe

Het apparaat voor dit onderzoek is een zeer krachtige magneet. De grote magneetspoelen vormen een wijde buis of tunnel. Centraal in deze tunnel wordt de patiënt comfortabel geïnstalleerd op een verschuifbare tafel.

De waterstofatomen (H+) in het menselijk lichaam oriënteren zich volgens dit krachtige magneetveld, maar worden voortdurend door specifieke radiogolven uit hun evenwicht gebracht. Dit gaat gepaard met een luid kloppend geluid. Dit geluid is dus normaal en niet gevaarlijk.

De waterstofatomen, die uit hun evenwicht gebracht zijn, trachten zich terug te oriënteren volgens het krachtige magneetveld, en zenden hierbij op hun beurt een radiogolf uit. De kenmerken van deze radiogolf zijn afhankelijk van de aard van het weefsel of orgaan waarin de waterstofatomen zich bevinden. De antennes, die vlak tegen de patiënt worden geplaatst (bijvoorbeeld rondom de knie), vangen deze radiogolven op. Via een wiskundige formule wordt de informatie van deze radiogolven in een anatomisch beeld omgezet.

3. Voordelen van een MRI onderzoek

  • De patiënt krijgt geen röntgenstralen (geen X-stralen).
  • Dit onderzoek is niet pijnlijk.
  • De patiënt dient niet nuchter te zijn (behalve indien sedatie gewenst is).
  • Nevenwerkingen bij (eventuele) contraststoftoediening zijn zeer zeldzaam.
  • De onderzochte regio kan in verschillende vlakken afgebeeld worden.
  • MRI beelden geven veel informatie over alle delen van het menselijk lichaam, behalve de longen en het bot (wel over het beenmerg).

4. Verloop van een MRI onderzoek

  • Veiligheid eerst! Omwille van de sterkte van het magneetveld mag men het apparaat niet benaderen met metalen voorwerpen (haarspelden, kunstgebit, horloge, juwelen, riem, bretellen, sleutels, bankkaart, munten, ...). Deze laat men thuis of op de kamer, of worden in bewaring gegeven aan de MR-verpleegkundige.
  • Patiënten met een pacemaker worden altijd geweigerd.
  • De patiënt dient zeker vrij te zijn van metalen voorwerpen. Daarom krijgt de patiënt een operatie-hemdje aan (nachtkledij of ondergoed is ook toegestaan).
  • De patiënt wordt zo comfortabel mogelijk geïnstalleerd op de onderzoekstafel (over het algemeen liggend op de rug)
  • De MRI verpleegkundige plaatst de juiste ontvangst-antenne (coil) rond het te onderzoeken lichaamsdeel dat bij voorkeur in het midden van de tunnel ligt.
  • De patiënt krijgt de mogelijkheid om naar aangename muziek te luisteren (eventueel met hoofd-telefoon; afhankelijk van de gebruikte antenne).
  • Gedurende het hele onderzoek wordt de kamer, waarin de patiënt zich bevindt, dicht gedaan. De verpleegkundige zit achter het raam, en kan de patiënt perfect zien en horen. Om de patiënt volledig gerust te stellen, krijgt hij/zij een gummi-peer (bel) in de hand. Als hij/zij hierop knijpt komt de verpleegkundige onmiddellijk tot bij hem/haar.
  • Wanneer het onderzoek begint, wordt aan de patiënt (via interfoon) gevraagd om niet meer te bewegen en rustig door te ademen. Indien de patiënt een kloppend geluid hoort (wat minutenlang kan aanhouden), dient hij rustig te blijven liggen. Dit is zeer belangrijk opdat de beelden scherp zouden zijn, om vervolgens een juiste diagnose te kunnen stellen. 
  • Het onderzoek duurt tussen 15 en 30 minuten.

5. Verbod voor MRI onderzoek

Absoluut verbod

  • pace-maker
  • inwendige defibrillator
  • cochlea-implant (implantaat in het binnenoor)
  • magnetisch geplaatst kunstgebit

Relatief verbod

  • metaalsplinters: indien u een risico heeft voor metaalsplinters in de ogen (metaalbewerker, lasser, …), zal er eerst een radiografie van de orbitae worden uitgevoerd.
  • prothesen in beenderen of gewrichten kunnen vaak de beelden verstoren en het onderzoek waardeloos maken. Titanium en tantalum prothesen verstoren het beeld minder.
  • nierdialyse-patiënt: aangepast type en hoeveelheid contrast noodzakelijk
  • aneurysmaclip (clip op bloedvat in het hoofd): te bespreken met neurochirurg
  • neurostimulator (pijnpomp); vooraf volledig uit te schakelen door de arts die de pijnpomp bij de patiënt geplaatst heeft
  • batterij en/of computergestuurde pompen in het lichaam, bijvoorbeeld insulinepomp: vooraf volledig uitschakelen (vb. batterij verwijderen)
  • zwangere vrouwen (verbod van begin tot halverwege de zwangerschap)
  • borstvoeding: indien er contrast in een vene wordt geïnjecteerd kan u best geen borstvoeding geven de daaropvolgende 24 uur. Op voorhand moedermelk afkolven wordt aangeraden.
  • hartklep: hartkleppen geplaatst gedurende de laatste 10 jaar vormen over het algemeen geen contra-indicatie. De hartklep dient best wel reeds meer dan 3 maanden geleden geplaatst te zijn.
  • holters-telemetrie: dient afgekoppeld te worden voor MRI onderzoek; dus best MRI onderzoek en telemetrie niet op zelfde dag plannen

Vragenlijst

  • Aan de inschrijvingen van de dienst radiologie-medische beeldvorming zal u een vragenlijst meekrijgen waarop vragen staan die uiterst belangrijk zijn om een goed en verantwoord onderzoek te doen. Indien u twijfelt of u begrijpt de vragen niet, wendt u tot één van de verpleegkundigen. Zij/hij zal u verder helpen met het invullen van de vragen.

6. Algemene informatie omtrent MRI onderzoek

  • Breng steeds de aanvraagbrief mee van uw verwijzende geneesheer. De aanvraag dient uitgeschreven te worden door een geneesheer met ondertekening en voorzien van de stempel van de geneesheer (RIZIV-nr.). Zo kan de radioloog een juiste beoordeling maken van het probleem met een aangepaste uitvoering van het MRI onderzoek.
  • Vermeld indien u recent een CT of MRI onderzoek ondergaan heeft (minder dan 30 dagen).
  • Gemiddelde onderzoeksduur: ± 30 minuten.
    • Indien u vaststelt dat het onmogelijk is voor de patiënt om zo lang stil te blijven liggen, meldt dit aan de MRI verpleegkundige.
    • Denk hierbij aan claustrofobie, agitatie, oncontroleerbare bewegingen, ademhalingsmoeilijkheden bij het op de rug liggen, ...
      • afspraak kan gemaakt worden met anaesthesist voor een kortstondige sedatie (lichte slaaptoestand)
      • voor kleine kinderen wordt via de dienst pediatrie een sedatie (slaaptoestand) geregeld
  • Enkel bij MRI onderzoek van knie, voet, enkel of hiel ligt de patiënt met het hoofd buiten het toestel. Voor de overige onderzoeken niet.

Meer technische info over het MRI principe...

Inhoudsverantwoordelijke
Dr. Martijn Grieten, Medische beeldvorming - 2015

© 2019 Ziekenhuis Oost-Limburg