Computertomografie (CT)

Computertomografie - in het medisch jargon meestal afgekort tot CT - is een methode van onderzoek van het menselijk lichaam met gebruik van röntgenstraling.

Bij een CT-onderzoek wordt gelijktijdig gebruikgemaakt van röntgenstraling en een computer. Het apparaat heeft een opening waar de patiënt, liggend op een beweegbare tafel, doorheen wordt geschoven. Terwijl de tafel telkens een stukje doorschuift, maakt men een serie foto's.

Het principe van de beeldvorming is tamelijk eenvoudig. Aan de ene kant van de opening van de scanner bevindt zich een roterende röntgenbron, aan de andere kant een röntgendetector. De bron geeft een smalle bundel straling af die in een rechte lijn door de patiënt heen gaat en door alle weefsels waardoorheen hij passeert wordt verzwakt. De sterkte van de resterende straling wordt gemeten door de detector. Dan worden de bundel en de detector iets verschoven en wordt een nieuwe meting gedaan. Uiteindelijkheid krijgt men een groot aantal metingen waarbij van iedere meting precies bekend is waar de detector en de bron zich bevonden.

De doorlaatbaarheid van het lichaam voor röntgenstraling wordt vanuit zeer veel hoeken rondom gemeten in een aantal plakjes, waarna een computer uit de resultaten de beelden opbouwt. De resultaten kunnen op het beeldscherm worden bekeken of op CD worden afgedrukt. De nieuwste scantechniek wordt spiraal CT genoemd. Hierbij wordt niet plakje voor plakje gescand maar wordt een zogenaamde volumescan gemaakt in één doorlopende spiraalvormige beweging van de röntgenbron.

Er kunnen in zeer korte tijd heel veel dunne dwarsdoorsneden (minder dan 1 mm) worden gemaakt, waarmee driedimensionale afbeeldingen kunnen worden gereconstrueerd.

 

Nieren Schedel Longen en hart

 

Gedurende het nemen van de opnamen hoort men het zachte geluid van de röntgenbuis die 360° rond draait. Als het nodig is voor het onderzoek, houdt de verpleegkundige contact met de patiënt via een microfoon. Het onderzoek is niet pijnlijk en duurt niet lang ( max. 30 seconden scantijd), metalen voorwerpen dienen uit het scanveld verwijderd te worden.

Om het contrast tussen de verschillende weefsels in het lichaam te verhogen kan de radioloog beslissen om een jodiumhoudende contraststof intraveneus (langs de aders) toe te dienen. Vervolgens kan de patiënt een warmtesensatie door het hele lichaam voelen, een droge mond krijgen en/of het gevoel krijgen te moeten plassen. Dit zijn normale nevenverschijnselen waarover men zich niet ongerust hoeft te maken en die zeer snel verdwijnen. In zeldzame gevallen kan een allergische reactie op de contraststof optreden onder de vorm van niezen, jeuk, papels, ademnood. Deze kunnen spontaan verdwijnen of medicamenteus behandeld worden. Gelieve steeds een vroegere allergische reactie te melden. Voor het onderzoek van de buik kan het nodig zijn de patiënt voor te bereiden met een jodiumhoudende contraststof die daags voordien gedronken wordt. Dit product laat dan een betere visualisatie en beoordeling van de darmen toe.

Gezien het gebruik van röntgenstraling is het onderzoek niet geschikt voor zwangere vrouwen!!!

Vragenlijst CT

Inhoudsverantwoordelijke
Dr. Martijn Grieten, Medische beeldvorming - 2015

© 2019 Ziekenhuis Oost-Limburg