Niets is wat het was. Ook niet vanuit financieel oogpunt. Covid en aansluitend de oorlog in Oekraïne zorgden voor verstoringen van de wereldketen met ongeziene prijsstijgingen tot gevolg, zowel voor goederen als voor energie. “Toch slagen we er als ZOL in om de cijfers uit het rood te houden en een gunstig resultaat voor te leggen” zo benadrukt Elke Panis, financieel-administratief directeur.
Waarin verschilde 2022 op financieel vlak ten opzichte van de voorgaande jaren?
Elke Panis: “Wat voor 22 ongezien was, zijn de indexaties van de lonen en de kostenstijgingen, vooral op het vlak van energie. Dit hebben we als ziekenhuis echt gevoeld. Al hadden we wat dat laatste betreft in ‘22 nog een prijs die we enkele jaren voordien vastgeklikt hebben. Dat viel dus voor 2022 nog wel mee, maar op de balansen van 2023 en 2024 gaat dit wél zwaar doorwegen.”
“De indexaties, die hebben wel een impact. We spreken over 12% tussen 2020 en 2022 en 6% voor 2021 en 2022. Dit is een wezenlijk probleem, al wordt een stuk van de stijging van de lonen wel gefinancierd door het Budget Financiële Middelen (BFM). Dit betekent dat wanneer het loon stijgt, ook het BFM geïndexeerd wordt. Voor het aandeel dat niet gefinancierd wordt door het BFM, kunnen we terugvallen op de geresponsabiliseerde kostenregeling die we met de artsen overeengekomen zijn. Mede daardoor slagen we er toch nog in een positief resultaat voor te leggen.”
Dat is goed nieuws. Zijn er nog andere zaken die het resultaat positief beïnvloed hebben?
“Toch wel. We konden voor 2022 rekenen op enkele uitzonderlijke resultaten. Zo worden de middelen vanuit de ziekenhuisfinanciering met enkele jaren vertraging doorgestort. Dankzij een herziening voor 2014 en 2015 hadden we nog recht op tegoeden.”
“Verder zijn ook de besparingen van onder minister De Block teruggedraaid na een arrest van de Raad van State. Het gaat om voorschotten om de covid-periode te overbruggen. Al moeten we hierbij vermelden dat er voorlopig nog maar één afrekening gemaakt werd, met name voor het eerste semester van 2020. Het blijft dus afwachten of er nog terugvorderingen komen voor de jaren daarna. Voorzichtigheid blijft dus ook hier geboden.”
Intussen werden ambitieuze plannen bekend gemaakt op vlak van infrastructuur. Maar koken kost geld. Is dat geld er?
“Laat me eerst duidelijk stellen dat iedereen overtuigd is van de nood om te renoveren en te vernieuwen. Maar dat lukt niet zonder overheidsmiddelen. Daarom moet er dringend duidelijkheid komen over welke middelen de volgende jaren ter beschikking gesteld worden en waar die middelen naartoe gaan. De hele sector bevindt zich wat dat betreft momenteel in een patstelling, hetgeen voor extra druk zorgt bij de ziekenhuizen.”
“Bijkomend berekent VIPA de subsidies op basis van bouwindexen van voor 2017. Maar de bouwkosten zijn sindsdien gigantisch gestegen. De verwachting is dat een stuk hiervan geïndexeerd wordt naar 2023 en 2024 toe, maar ziekenhuizen houden er toch best rekening mee dat ze een deel zelf op tafel zullen moeten leggen. Wij zijn dus volop bezig met meerjarenplannen op te stellen en te berekenen hoe groot onze eigen inbreng kan zijn. Het blijft een constant afwegen van wat kan en wat niet kan.”
“Daarom is het ook zo belangrijk om jaarlijks winst te boeken en zo reserves aan te leggen. Dat doen we heel bewust. We beseffen namelijk goed dat we de opgebouwde middelen hard zullen nodig hebben om het Masterplan te realiseren.”
“Intussen werken we ook met één kostenregeling voor ZOL Genk en ZOL Maas en Kempen, het resultaat van een mooie samenwerking met beide Medische Raden.”

‘Het is belangrijk om jaarlijks winst te boeken en zo reserves aan te leggen. We beseffen goed dat we de opgebouwde middelen hard zullen nodig hebben om het Masterplan te realiseren.’
Elke Panis, financieel-administratief directeur
Het covid-tijdperk heeft op zowat alle vlakken van de bedrijfsvoering sporen nagelaten. Geldt dat ook voor het financiële luik?
“Uiteraard. In 2022 hebben we de activiteit terug zien aanzwengelen maar zowel voor ZOL Genk als voor ZOL Maas en Kempen zitten we nog niet terug op het niveau van 2019. Ook de moeilijke zoektocht naar personeel speelt ons hierbij parten. Je hebt een volledige bezetting nodig om alle diensten op maximumcapaciteit te laten draaien.”
“We zien ook een shift van hospitalisatie naar daghospitalisatie. Covid heeft die trend versneld, de opnames worden steeds korter. Gelukkig wordt de financiering ook in die zin herbekeken, maar dat zal pas voelbaar zijn in het boekjaar 2023.”
“Waar we intussen wel in geslaagd zijn is de kostenregeling voor de artsen van onze beide ziekenhuislicenties gelijk te schakelen. Met dank aan de Medische Raden van zowel ZOL Genk als ZOL Maas en Kempen die hier zeer constructief toe hebben bijgedragen.”
Welke impact heeft dit alles op het resultaat voor 2022?
“Het resultaat zal opnieuw positief zijn en meer bepaald zelfs in dezelfde grootorde als de voorbije jaren. We varen in ZOL steeds een gematigd voorzichtige koers waarbij een positief resultaat steeds de doelstelling is. Dit is ook echt wel nodig om de toekomst veilig te stellen en het ziekenhuis verder uit te bouwen.”
“Door zo zuinig mogelijk met onze middelen om te springen, kunnen we jaar na jaar reserves aanleggen om zowel op vlak van infrastructuur als op vlak van expertise te kunnen blijven groeien. Dat zijn we trouwens verplicht aan onze patiënten, aan onze medewerkers en aan onze status.”
Ook de administratieve diensten behoren tot uw bevoegdheid. Wat beweegt er op dat vlak?
“Het aantal diensten waar je digitaal een afspraak kan maken, is verder uitgebouwd. De volgende uitdaging is een ééngemaakt inschrijfpakket. We willen evolueren naar het luchthavenmodel met pre-inschrijving en van thuis uit inchecken. Alle bijkomende informatie, zoals bewegwijzering en brochures, krijgt de patiënt in dit model op voorhand digitaal aangeleverd. Daarom dat de poortjes aan de inkom blijven staan. We zien er een resem nieuwe mogelijkheden in, ook bijvoorbeeld naar veiligheid toe.”
“We blijven eveneens hoog inzetten op Lean management. In de werkgroep Lean zetelt nu van elk departement en iedere divisie iemand die een Lean diploma op zak heeft. Twee van hen volgen intussen de Lean Champion opleiding. We moeten onze organisatie in alle geledingen overtuigen van het nut om Lean te werken. Medewerkers moeten beseffen dat ieder proces anders en beter kan, steeds met de toegevoegde waarde voor de klant als uitgangspunt.”

