Digitalisering: valkuilen maar ook tal van opportuniteiten

Blik op de toekomst

De digitalisering van zowat alle ziekenhuisprocessen zit op kruissnelheid. Verouderde systemen worden vervangen, bestaande programma’s op mekaar afgestemd en nieuwe toepassingen geïnitieerd. “De snelheid waaraan dit gebeurt is duizelingwekkend. En het einde lijkt nog niet in zicht want de mogelijkheden die Artificial Intelligence (AI) biedt, lijken eindeloos” zo blikt dr. Peter Thijs, directeur ICT en Kwaliteit, vooruit.

Het Elektronisch Patiëntendossier van ZOL Genk en ZOL Maas en Kempen op mekaar afstemmen was de grote uitdaging voor 2022. In hoeverre is deze oefening afgerond?
Dr. Peter Thijs: “Er is in 2022 inderdaad hard gewerkt rond de verdere integratie van HiX voor beide ziekenhuizen. En dan vooral in het consolideren van wat er het jaar voordien al gestart was. Zo’n nazorgfase is minder zichtbaar maar wel erg belangrijk. Gebruikers zijn intussen ook meer vertrouwd met het systeem. Dat leidt tot een tweede golf aan vragen die typisch dieper gaan en lastiger zijn, maar ook tot structurele verbeteringen kunnen leiden.”

“Maar evenzeer zijn er veel middelen gegaan naar de verbetering van onze IT-infrastructuur. We beschikken over een volledig nieuw Wifi netwerk en ook het bedraad netwerk en de datacenters werden verder gemoderniseerd.”

Wel erg zichtbaar was de campagne om phishing tegen te gaan. Vanwaar de omvang van deze campagne?
“De campagne rond phishing was en is inderdaad heel zichtbaar. Is, want het betreft een volgehouden inspanning waarbij we onze gebruikers blijven trainen in het herkennen van verdachte mails. Dat doen we door ze regelmatig met verschillende varianten van phishing mails te confronteren die we zelf gecontroleerd verspreiden. Niet iedereen is daar gelukkig mee, maar het moet, want phishing is een veelgebruikte ingangspoort voor cybercriminelen, ook in de privé sfeer trouwens, waarbij dagelijks mensen financieel worden opgelicht.”

“We volgen op hoe onze gebruikers omgaan met deze mails en we zien duidelijk dat men verdachte mails beter en beter herkent. Toch is dit maar een klein stukje van alle inspanningen die we op vlak van security voortdurend doen. Veel technisch werk achter de schermen betreft het bouwen van firewalls en bewakingssystemen die voortdurend het verkeer op ons netwerk monitoren en meer en meer automatisch ingrijpen bij verdacht gedrag.”

“Want vergis u niet, de dreiging om gehackt te worden is groot en permanent. Van elke geslaagde cyberattack die via de pers naar buiten komt, zijn er zeker 10 die de media niet halen. Niemand die slachtoffer is loopt hiermee te koop. Het kan echt zomaar ons treffen en we moeten voortdurend op onze hoede zijn. Zonde van de energie en het geld, want omgerekend besteden we naast veel mankracht ruim anderhalf miljoen euro per jaar aan systemen en maatregelen om ons te beschermen. Dit zal vrees ik nog toenemen.”

Intussen is met SAP ook een nieuw ERP systeem gelanceerd.
“Klopt. Er is in 2022 hard gewerkt aan de voorbereiding en lancering van het nieuwe ERP, ook en vooral door de administratieve diensten. Hier en daar verliep dit hobbelig omdat het een systeem is dat breed en diep in de organisatie moet worden uitgerold en de processen erg complex zijn. Ook voor leverancier Zorgi is het wat zoeken omdat ze voor het eerst deze versie in de markt plaatsten.”

“Hetzelfde geldt voor de noodzakelijke switch op vlak van telefonie, die ook in 2022 werd voorbereid. Het Dect systeem dat ons jarenlang goed heeft gediend, is gebouwd op oude technologie die al sinds enkele jaren niet meer evolueert. Het verdwijnt snel uit de markt en het wordt zelfs heel lastig om nog technici te vinden die er mee vertrouwd zijn. Daarom moet het vervangen worden. We schakelen nu over naar Wifi telefonie. Dit is omwille van de alomtegenwoordigheid van Wifi de nieuwe standaard, en werkt zowel op wifi telefoons als op de smartphone. We zullen meer smartphones verspreiden die we ook voor andere toepassingen zullen kunnen gebruiken.”

‘Er is een beweging gaande om meer output te creëren met alle data die verzameld wordt in de ziekenhuizen, zodat ja klinische data kan omvormen tot informatie en kennis.’

Peter Thijs, directeur ICT en Kwaliteit

De digitalisering van onze werkmethodes lijkt nog lang niet ten einde. Daar zit ook een keerzijde aan…
“… ik weet waar u naartoe wil. Onze afhankelijkheid van al deze systemen wordt steeds groter en we voelen allemaal wel eens de frustratie wanneer iets niet loopt zoals verwacht en je op de muur botst van een computer die ‘neen’ zegt. Ik maak me soms ook zorgen over de snelheid waarmee alles evolueert en hoe we dat allemaal beheersbaar houden.”

“We raken typisch heel snel gewoon aan de voordelen van digitalisatie en we verwachten als vanzelfsprekend dat alles altijd 100% en foutvrij werkt. We hebben dan ook enorme stappen gezet als je even terugkijkt wat er nu allemaal kan en nog maar een paar jaar geleden ondenkbaar was. Maar we moeten blijven waken dat we onze processen voldoende robuust organiseren zodat we ook bij technische problemen niet stilvallen.”

“Bijkomend probleem is de toenemende complexiteit van die processen, de drang om alles vast te leggen in steeds meer regels en procedures, waarop we dan weer uitzonderingen moeten voorzien omdat de realiteit ons inhaalt. Het is een maatschappelijke evolutie vrees ik, maar het zou geen kwaad kunnen om ook eens actief op zoek te gaan naar wat we zouden kunnen weglaten.”

Anderzijds biedt de toenemende digitalisering ook ongekende mogelijkheden en opportuniteiten.
“Absoluut, en dat maakt het ook zo boeiend. Er is een beweging gaande om meer output te creëren met alle data die verzameld wordt in de ziekenhuizen, zodat je klinische data kan omvormen tot informatie en kennis. Hoe beter de kwaliteit van je data, hoe meer je werkt met codes en gestructureerde formulieren in plaats van met vrije tekst, hoe meer je er achteraf mee kan.”

“We proberen voorop te lopen in dit nieuwe kennisdomein dat ‘data science’ genoemd wordt, door actief mee te doen aan nationale en internationale initiatieven en onderzoeksprojecten. Om dit echt een plaats te geven is een klinische datacel opgericht.”

“De eerste projecten krijgen stilaan vorm, we werken samen met andere Europese ziekenhuizen aan het Ehden project om datasets te verzamelen voor onderzoek, we proberen in de toekomst onze deelname aan klinisch studies te faciliteren via het Trinetx initiatief. We zijn onlangs gestart om met de EPD-data en de Lab-data beter inzicht te krijgen in het uitbreken van infecties. Het mooiste project in het rijtje is misschien wel het Heartfelt verhaal, waarbij we zelf een AI ontwikkelen om vroegtijdig ritmestoornissen te kunnen voorspellen op basis van ECG-data. De eerste resultaten zijn alvast veelbelovend.”

Ons ziekenhuis is intussen mee ingestapt in het FlaQuM verhaal. Een totaal nieuwe uitdaging voor de dienst Kwaliteit na het behalen van de JCI accreditatie in 2019.
“FlaQuM (Flanders Quality Model) is een initiatief om een duurzaam kwaliteitsmodel te ontwikkelen dat net iets beter aansluit bij onze organisatie van gezondheidszorg dan internationale modellen zoals bijv. JCI.”

“Het is een co-creatie model, dat betekent dat we met een groep van 23 andere ziekenhuizen mee vorm moeten geven aan dit model, wetenschappelijk ondersteund door KU Leuven. Het voordeel is dat we onze eigen accenten kunnen leggen, maar het risico is wel dat we een periode moeten overbruggen waarin nog niet alles helemaal helder is omdat het model nog niet af is.”

“Het beleid dat we in de voorbereiding naar de JCI accreditatie hebben bepaald zal zeker behouden blijven, samen met de normen vanuit de zorginspectie en andere wettelijke vereisten. Daarnaast zal dit worden aangevuld met de keuzes die we samen met andere ziekenhuizen hebben gemaakt.”

“Nu COVID achter ons ligt, moeten we terug in de diepte en op lange termijn aan onze kwaliteit gaan werken. Het FlaQuM model raakt meer en meer op punt en zal de Vlaamse ziekenhuizen een leidraad bieden hoe dit aan te pakken. Dit moet enerzijds vanuit opvolging van objectieve kwaliteitsindicatoren, maar het is opvallend hoe uit de bevragingen van medewerkers en patiënten bij alle deelnemende ziekenhuizen ook heel prominent de vraag naar voor kwam om te werken aan een respectvolle en vriendelijke omgang met elkaar en met de patiënt.”