"We willen met onze zorgcampus evolueren naar een echte zorgstad. Met ruimte voor diverse zorggerelateerde activiteiten."
Erwin Bormans (algemeen directeur) & Tom Arts (voorzitter)
"We willen met onze zorgcampus evolueren naar een echte zorgstad. Met ruimte voor diverse zorggerelateerde activiteiten."
Erwin Bormans (algemeen directeur) & Tom Arts (voorzitter)

Visie op de toekomst

Tom Arts en Erwin Bormans, respectievelijk voorzitter en algemeen directeur van het ZOL, blikken terug op de belangrijkste realisaties van 2015. Ze kijken ook vooruit naar het veranderende Vlaamse en Limburgse zorglandschap en naar de uitdagingen die de toekomst voor het ZOL in petto heeft.

 

Welke stappen heeft het ZOL in 2015 gezet?

Erwin Bormans:

“We hebben onze werking op tal van vlakken verder versterkt. Maar wat uiteraard het meest in het oog sprong, was de transformatie die onze 3 campussen op infrastructureel vlak doormaakten. De K en de N-blok op campus Sint-Jan samen met de gloednieuwe dienst Palliatieve zorgen, verder het sluiten van het oude André Dumontziekenhuis en de opening van het Medisch Centrum op dezelfde campus en tot slot de vernieuwde inkomhal op campus Sint-Barbara.”

Tom Arts:

“En niet te vergeten de opening van de Limburgse Zorgacademie (LiZa). Je zal buiten de universitaire ziekenhuizen in ons land niet veel ziekenhuiscampussen vinden waar ook een hogeschool aanwezig is. Samenvattend kan je stellen dat 2015 het sluitstuk vormde van een Masterplan dat 20 jaar geleden bij de fusie van het ZOL opgestart werd. Met de creatie van een zorgcampus en de opening van LiZa in 2015 hebben we daar nog een extra dimensie aan toegevoegd.”

 

Zorgde de oprichting van deze nieuwe gebouwen ook voor een meerwaarde op medisch vlak?

Erwin Bormans:

“Uiteraard. Neem bijvoorbeeld de N-blok aan de achterzijde van campus Sint-Jan. We hebben daar zowel een ultramoderne apotheek met voorzieningen om op de meest veilige manier steriele bereidingen te doen volgens strikte veiligheidsnormen als een labo met gesofisticeerde automatisatietechnieken gebouwd. En bijkomend ook vier nieuwe operatiezalen, speciaal uitgerust om orthopedische ingrepen te doen.”

Tom Arts:

“En na hun overbrenging vanuit het André Dumontziekenhuis ging er voor onze geriatrische patiënten in de eigentijdse, kleurrijke K-blok een hele nieuwe wereld open. Trouwens, de K-blok herbergt ook een andere, nieuwe parel aan de ZOL-kroon: het Interventioneel Hart- en Vaatcentrum, met de meest moderne apparatuur.”

Erwin Bormans:

“Heel bijzonder ook aan dit centrum is het luik interventionele radiologie met de sterke stijging van het aantal stroke behandelingen. Met hele mooie outcome resultaten trouwens.”

 

Zijn er nog andere evoluties die op medisch vlak in het oog sprongen?

Erwin Bormans:

“Absoluut, denk maar aan de uitbreiding en verdere specialisering van de dienst anesthesie of aan de transitie die de dienst pediatrie doormaakt van een meer generalistische naar een meer specialistische aanpak. Maar ik verwijs voor een meer gedetailleerd overzicht van de medische realisaties naar de andere hoofdstukken in dit jaarverslag want het is schier onmogelijk om hier een opsomming te geven zonder bepaalde artsen en diensten over het hoofd te zien. En dat wil ik ten allen prijze vermijden.”

 

Over dan naar de toekomst. Wat zijn de uitdagingen waar het ZOL op korte en middellange termijn voor staat? De eerstkomende jaren zeg maar.

Tom Arts:

“De zorgsector staat financieel onder grote druk. Er wordt vanuit de diverse overheden fors bespaard en er heerst nog veel onduidelijkheid over de juiste impact van de maatregelen. Nu, we moeten ook geen onrust zaaien. Er is voorlopig geen reden tot paniek maar we moeten wel op onze hoede zijn.”

Erwin Bormans:

“Vooral voor een dynamische organisatie zoals het ZOL die voortdurend met innovatieve projecten bezig is, wordt de uitdaging steeds groter om sluitende financiële plannen te maken en ze ook uit te voeren. Want innovatie en expertzorg wordt mijn inziens vanuit de ziekteverzekering financieel onvoldoende gehonoreerd.”

Tom Arts:

“En daaraan gekoppeld wordt er ook steeds meer beklemtoond dat samenwerken tussen diverse zorgorganisaties noodzakelijk is. Op zich is dat prima. We zijn absoluut voor samenwerking en hebben daarin een jarenlange traditie. Alleen moeten we er over waken dat wie samenwerkt niet gestraft wordt, want samenwerking betekent niet dat je plots geen middelen meer nodig hebt om een aantal zaken te realiseren. Samenwerking wordt in de regelgeving nog veel te weinig gestimuleerd en gefaciliteerd.”

 

En welke evoluties staan ons op medisch vak te wachten?

Tom Arts:

“Zorg wordt alsmaar chronischer. Daar zullen we rekening mee moeten houden en we zullen ons als ziekenhuis daaraan ook moeten aanpassen. De multidisciplinaire aanpak, tussen eerste, tweede en derde lijn wordt alsmaar belangrijker.”

Erwin Bormans:

“We moeten erover nadenken hoe we de zorg in een traject voor de patiënt kunnen organiseren. Los van de organisatie en de voorziening waar die patiënt terecht komt. Hoe kunnen we voor onze zorgregio een goed functionerend netwerk opzetten waarin de patiënt echt centraal staat zodat hij op het juiste moment en op de juiste plaats de juiste zorg kan krijgen, toegediend door de juiste persoon. Dat is de vraag waarover we ons zullen moeten buigen.”

 

Hoe ver staat het ZOL in deze denkoefening?

Tom Arts:

“We proberen ons daarop voor te bereiden. In het verleden werden reeds belangrijke stappen gezet door ons te organiseren in een divisiestructuur en door onze zorg te clusteren op vlak van pathologieën. Dat zijn intramurale maatregelen, het is nu zaak om dat ook naar een extramurale aanpak te vertalen.”

Erwin Bormans:

“Daarom ook dat we bij de implementatie van ons Elektronisch Patiëntendossier (EPD) gekozen hebben voor een systeem dat op korte termijn klaar is om een antwoord te kunnen bieden op die extramurale factor, met name communicatie met de huisartsen en andere eerstelijns partners en communicatie met andere ziekenhuizen. We wilden dus absoluut geen EPD dat een cocoon maakt van het ziekenhuis. Want laat ons eerlijk zijn, in een chronisch traject verblijft de patiënt maar kortstondig in het ziekenhuis en daarom is het belangrijk dat ons EPD ook open communiceert met de andere zorgverleners.”

 

Het EPD ziekenhuisbreed uitrollen op relatief korte termijn is een belangrijke uitdaging. Zijn er nog andere?

Erwin Bormans:

“Absoluut. We willen onze accreditatie binnenhalen. We werken voortdurend aan het optimaliseren van onze processen en van onze zorgverlening, hetgeen noodzakelijk is om de accreditatie waar wij naar streven binnen te halen. Er wordt dus continu naartoe gewerkt, alleen hebben we het behalen van het certificaat zelf even uitgesteld, omwille van de druk op onze medewerkers en artsen die de vele bouw- en renovatiewerken en andere projecten met zich meebrachten.”

Tom Arts:

“Klopt. En daarnaast is er ook nog onze blijvende focus op alle vormen van netwerking en samenwerking. In functie van de patiënt zoals we zonet al aangaven, maar ook als sector om ons in de toekomst nog beter te wapenen voor de uitdagingen die op ons afkomen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de verdere uitbouw van Hospilim. Daar zijn de kiemen gelegd voor een samenwerking tussen de ziekenhuizen, nu moeten de geesten verder rijpen om op verschillende fronten voluit de kaart van deze overkoepelende samenwerking te trekken.”

 

Hoe zien jullie de rol van het ZOL en van het ziekenhuislandschap evolueren op langere termijn?

Tom Arts:

“Vroeger was een ziekenhuis in de eerste plaats een beddenhuis, een plaats waar je als patiënt met je ‘valies’ naar toekwam. Maar bedden en ligdagen worden steeds minder belangrijk. Patiënten worden mobieler, de valies is inmiddels een trolley geworden. Het verloop van het zorgproces wijzigt razendsnel. Wel, het ZOL moet in die gewijzigde realiteit zijn voortrekkersrol blijven opnemen door innovatieve oplossingen aan te reiken en door nauwe samenwerkingsverbanden te smeden.”

Erwin Bormans:

“Dat is inderdaad de enige juiste weg in het belang van de patiënten. En een ziekenhuis zoals het ZOL moet je in dat veranderende landschap zien als een organisatie die in het zorgproces een stuk van de totale zorg voor haar rekening neemt, meer bepaald de hoogtechnologische component.”

Tom Arts:

“Binnen dit en pakweg 15 jaar spreken we niet meer over de zorgregio Noord-, West-, Zuid- of Oost Limburg. Dan spreken we over de zorgregio Limburg en dan moeten er ernstige knopen doorgehakt worden, anders zal de zorg simpelweg niet meer betaalbaar blijven. Op die toekomst moeten we onze organisatie voorbereiden. Onder andere door onze huidige samenwerkingsverbanden verder uit te bouwen en open te trekken.”

Erwin Bormans:

“We mogen ons inderdaad niet laten verleiden om geprikkeld te worden door het concurrentiemodel want dat is op lange termijn niet het juiste model …”

 

Intussen wil campus Schiepse Bos evolueren van een zorgcampus naar een zorgstad. Hoe ver staan deze plannen?

Erwin Bormans:

“We hebben een architect in dienst genomen wiens eerste opdracht het is om de mogelijkheden op de beschikbare ruimte in kaart te brengen. Daarnaast zijn we op zoek naar een valorisatiemanager om mee inhoudelijk invulling te geven aan de Zorgstad. En dat binnen de 3 pijlers waarop we de Zorgstad willen bouwen: de verdere groei van onze ziekenhuisactiviteiten, het creëren va een Zorgboulevard en ruimte geven aan start ups binnen de zorgsector.”

Tom Arts:

“De Zorgstad moet de volgende grote uitdaging worden. We begonnen dit gesprek met de afronding van het Masterplan dat bij de oprichting van het ZOL in 1995 werd opgemaakt. Wel, we staan nu aan de vooravond van een nieuw project, een nieuw Masterplan zeg maar. Met het enthousiasme dat het ZOL kenmerkt, gaan we erin slagen om ook die ambitie waar te maken.”

© 2021 Ziekenhuis Oost-Limburg