De plastische chirurgen
Raadpleging
Hospitalisatie
Ingrepen
Vaak gestelde vragen

Borstasymmetrie (ongelijke borsten)

Bij borstasymmetrie bestaat er een verschil tussen beide borsten, in grootte en/of in vorm. Sommigen zeggen: “Nature loves asymmetry in everything”. Er schuilt waarheid in deze woorden, want de meeste lichaamskenmerken die in paren voorkomen, zullen verschillend zijn; kijk maar naar de oren, ogen etc…

Hetzelfde geldt ook voor borsten. Elke vrouw heeft twee verschillende borsten maar de asymmetrie kan zo groot zijn dat dit leidt tot psychologische problemen. Gelukkig bestaan er in de plastische chirurgie meerdere technieken om de asymmetrie minder groot te maken. Maar twee identiek dezelfde borsten creëren, gaat nooit. Er zal steeds gepoogd worden om de vorm en de cup (in de bh) gelijkaardig te maken, maar een verschil zal er altijd blijven. En hoe groter het verschil vóór de correctieve ingreep, hoe groter de kans op een (kleinere) postoperatieve asymmetrie.

Er zijn verschillende soorten borstasymmetrie...

Er wordt gesproken van een borstasymmetrie, wanneer er een verschil is in het uitzicht van beide borsten. De twee belangrijkste elementen die invloed hebben op het uitzicht van een borst zijn de grootte en de vorm.

Zoals voordien al vermeld, moet niet elke asymmetrie gecorrigeerd worden. Over het algemeen wordt gesteld dat een vrouw pas een goede kandidate is om een asymmetrie in grootte te laten corrigeren wanneer het verschil tussen beide borsten groter is dan één cupmaat. Ook als er een merkbare asymmetrie is in de vorm van beide borsten, kan een operatieve ingreep besproken worden. 

Wanneer aan geen enkele van de bovenstaande criteria voldaan is, en een asymmetrie in grootte en/of vorm leidt tot psychologische problemen bij de jonge vrouw, dan kan dit toch een indicatie zijn voor een ingreep. Niet altijd echter, want in sommige gevallen is het zinvol om de patiënte eerst te verwijzen naar de psychiater om na te gaan of er een psychiatrische pathologie meespeelt.

Welke de beste procedure is voor een specifieke afwijking, hangt af van verschillende factoren. Het ligt voor de hand dat, indien er slechts aan één borst een correctie moet uitgevoerd worden, dit een beter resultaat geeft. Indien beide borsten een heelkundige correctie vereisen, zijn de resultaten minder goed. Elke borst vraagt immers een aangepaste heelkundige benadering.

Oorzaken en mogelijke behandelingen ten gevolge van een verschil in grootte

A./ Over het algemeen wordt verondersteld dat verschillen in borstgrootte te wijten zijn aan genetische (aangeboren) factoren of gebeurtenissen waardoor pare organen als de borsten beïnvloed worden. De groei van de borsten wordt geregeld tijdens de puberteit door oestrogenen. Ongeveer een tweetal jaar na de eerste menstruatie zullen de borsten beginnen te groeien en dit gedurende 2 tot 4 jaar. Tijdens die periode kan er een verschil ontstaan in grootte. Het kan zijn dat dit zichzelf nog corrigeert in de volgende jaren. Wanneer eenmaal de leeftijd van ongeveer 20 jaar bereikt is of er is een periode geweest van 6 jaar borstgroei, is het weinig waarschijnlijk dat er nog verandering zal optreden. Enkel een eventuele zwangerschap en de menopauze hebben nog een invloed op de grootte en vorm van de borsten, maar deze veranderingen zijn meestal vrij symmetrisch.

De meest voorkomende aangeboren afwijkingen die een verschil in grootte veroorzaken, zijn de onderontwikkeling (hypoplasie) of de overontwikkeling (hypertrofie) van het borstklierweefsel aan één zijde. De heelkundige technieken om dit te corrigeren werden reeds uitvoerig besproken in ZOLarium 22 (borstvergroting, tekening 1) en ZOLarium 23 (borstverkleining, tekening 2).

Borstasymmetrie tekening 1

Tek. 1: Borstvergroting: onder de klier (links), onder de grote borstspier (rechts)

Tekening 2 borstasymmetrie

Tek. 2: Borstverkleining (tekeningen uit Adam®)

De beste resultaten worden verkregen wanneer de te grote borst verkleind wordt naar de grootte van de andere borst. Hierdoor worden de implantatie van een prothese en al zijn mogelijke complicaties vermeden. Indien één borst veel kleiner is dan de andere borst die een normale cupmaat heeft, kan dit verholpen worden met behulp van een borstprothese. In sommige gevallen echter, moet er zowel een verkleining gebeuren aan één zijde, als een vergroting aan de andere zijde. Meestal wordt er gewacht tot een leeftijd waarop de borsten ‘volgroeid’ zijn. Dit kan al, afhankelijk van de patiënte en de psychologische impact ervan op deze patiënte, vanaf een leeftijd van 17 à 18 jaar. Bij meer ingewikkelde gevallen zijn er meestal meerdere ingrepen nodig om een symmetrisch resultaat te verkrijgen. In sommige gevallen neemt dit dan ook 6 maanden tot één jaar in beslag.

Een minder voorkomende, doch ernstige aangeboren afwijking is het Poland Syndroom. Dit syndroom bestaat meestal uit de onderontwikkeling van een borst en de onderliggende grote borstspier, en kan samengaan met abnormaliteiten ter hoogte van de hand aan dezelfde zijde. Deze afwijking kan zowel bij jongens als bij meisjes bestaan. Waar het bij jongens voornamelijk een ‘vorm’-probleem is, kan de vaak bijhorende onderontwikkeling van het borstklierweefsel bij meisjes zorgen voor ernstige asymmetrie. In deze gevallen moet er vaak een reconstructie uitgevoerd worden in 2 tijden. In een eerste tijd wordt bijkomend weefsel van de rug overgebracht naar de borstregio (Tek. 3 a ) en wordt een opblaasbare prothese (expander) geplaatst. Deze wordt langzaamaan opgevuld, en bij het bereiken van een volume vergelijkbaar aan het volume van de ‘normale’ borst, wordt in een tweede tijd de opblaasbare prothese vervangen door een definitieve prothese (zie ook Borstreconstructie, ZOLarium 19 pag.15 + Tek. 3 b).

Borstasymmetrie tekening 3a

Tek. 3 a: In een eerste tijd wordt bijkomend weefsel van de rug (links) overgebracht naar de borstregio (rechts). “Plastic Surgery” volume 6, Mathes, Saunders Elsevier 2006

Borstasymmetrie tekening 3b

Tek. 3 b: Na het opvullen van de expander, wordt deze vervangen door een definitieve prothese

Wanneer deze ingreep gepland moet worden, hangt af van het type van patiënte, de graad van afwijking en de psychologische weerslag. Vaak kan de eerste ingreep (het overbrengen van de spier met het plaatsen van de expander) al gepland worden tijdens de puberteit.

B./ Wanneer echter om op het even welk moment, op korte termijn een verschil in grootte wordt opgemerkt, moet allereerst nagegaan worden of dit niet veroorzaakt wordt door een zwelling die de ene borst groter maakt dan de andere. Indien dit gevoeld of via radiografie aangetoond kan worden, consulteert de patiënte best haar huisarts of gynaecoloog voor verder onderzoek. De behandeling van de gevonden zwelling zal sterk afhangen van de correcte diagnose.

C./ Tot slot is het belangrijk om weten dat elke infectie, trauma (bv brandwonden) of heelkunde nabij een zich ontwikkelende borst bij een kind, kan resulteren in een onderontwikkeling van die borst. Ook hier zal de behandeling sterk afhangen van de oorzaak en de graad van ernst van de afwijking.

Oorzaken en mogelijke behandelingen ten gevolge van een verschil in vorm

Het is een feit dat een verschillende borstgrootte ook een verschillende borstvorm met zich meebrengt. Er bestaan echter andere aangeboren afwijkingen die de vorm van de borst(en) bepalen, zoals een tubereuze borstafwijking. Hierbij heeft de borst de vorm van een ‘tube’ of ‘buis’. De basis van de borst (ter hoogte van de borstkast) is niet mooi rond, maar is onderontwikkeld in 1 of meerdere zones. De oorzaak ligt meestal in de aanwezigheid van een sterke bindweefselring die de radiale uitgroei van het borstklierweefsel beperkt in één of meerdere richtingen. Dit kan resulteren in de verminderde groei in het onderste mediale kwadrant (type I, meest voorkomend) of in ernstigere gevallen, in het uitpuilen (een herniatie) van het borstklierweefsel ter hoogte van de tepel en het tepelhof (type III) (Tek. 4).

Borstasymmetrie tekening 4

Tek. 4: Classificatie van tubereuze borsten volgens Grolleau (Plast Reconstr Surg. 1999;104:2040-8)

De heelkundige behandeling hangt sterk af van het type van de afwijking. Bij een afwijking als type I, is het vaak voldoende om de bindweefselband door te nemen en een herverdeling van het klierweefsel uit te voeren (Tek. 5). Hierdoor wordt een ‘normalere’ vorm van borst verkregen, doch meestal met een kleiner volume dan de contralaterale borst. Deze kan tegelijkertijd verkleind worden. Op deze wijze kan er een betere symmetrie verkregen worden in de bh. Opnieuw moet vermeld worden, dat er postoperatief steeds een verschil zal blijven.

Borstasymmetrie tekening 5

Tek. 5: Herverdeling van het klierweefsel bij type I (Plast Reconstr Surg. 1999;104:2040-8)

Voor de ernstigere afwijkingen (Type III), is er vaak zo weinig borstklierweefsel aanwezig dat er volume bijgevoegd moet worden. De bindweefselring wordt doorgenomen, en het aanwezige klierweefsel wordt herverdeeld, opgespannen en ‘bijgevuld’ met behulp van een prothese (anatomische gel-prothese). Ook het vergrote tepelhof wordt verkleind (Tek. 6). Soms is er nog een tussenstadium nodig waarbij eerst een expander de huid geleidelijk oprekt, alvorens een definitieve prothese wordt geplaatst. Hierdoor kunnen neveneffecten, als het ontstaan van striemen ter hoogte van de huid van de borst verminderd of vermeden worden.

Borstasymmetrie tekening 6

Tek. 6: Het vergrote tepelhof wordt verkleind (links). Een borstprothese wordt toegevoegd en borstklierweefsel wordt herverdeeld en naar de onderpool gebracht (midden). Dwarsdoorsnede met borstklierweefsel rondom de hele prothese (rechts). “Surgery of the breast” second edition, SL Spear, Lippincott Williams & Wilkins 2006

Conclusie

Borstasymmetrie is een vaak voorkomende klinische situatie die niet altijd heelkundig gecorrigeerd hoeft te worden. Elke vrouw heeft twee verschillende borsten, al is er een overgrote meerderheid die dit zelf nog niet opgemerkt heeft. Als het verschil tussen links en rechts zo groot wordt dat dit storend wordt voor de patiënte (psychologisch of het verschil in cupmaat en/of vorm), zijn heelkundige correcties mogelijk. Welk type van correctie voorgesteld kan worden, hangt af van de oorzaak van de asymmetrie. Congenitale vormafwijkingen als tubereuze borsten zijn vaak moeilijker te corrigeren, maar de correcties resulteren meestal in een grote tevredenheid bij de patiënten.

printversie