Beginpagina Contactformulier Sitemap Zoeken
Kinderen Werken bij het ZOL Deelsites

LEVEN MET EEN PACEMAKER

Geachte,

U wordt opgenomen op C25 / D10 / D15, één van de afdelingen voor hart- en vaatziekten.

Voor een optimale informatieverlening m.b.t. pacemakerimplantatie hebben wij deze patiëntenbrochure ontwikkeld. Hierin vindt u de belangrijkste zaken die u moet weten over de pacemaker.


Inhoudstafel

    • Bradycardie
    • Tachycardie
    • Voor de operatie
    • De implantatie
    • Na de operatie
    • Dag na de operatie
    • Verdere nazorg

printversie-icoon


1. Elektrische geleiding van het hart

De gangmaker van het hart is de sinusknoop. Hier wordt een klein stroomstootje opgewekt.
De sinusknoop stuurt deze elektische impuls door de boezems via de de AV-knoop (atrio-ventriculaire knoop).
De AV-knoop vangt de impuls van de boezems op en geeft deze met enige vertraging door aan de bundel van His.
Via deze zenuwbundel wordt de impuls doorgegeven aan de kamerwanden via een fijnvertakt stelsel van kleinere vezels, die Purkinje-vezels worden genoemd.
Na de boezems trekken de kamers samen. In rust slaat het hart een 60 à 70 keer per minuut. Bij inspanning kan dat oplopen tot 160 à 180 slagen per minuut.

Pacemaker_01

pijl top lemon

2. Ritmestoornissen

Bij een hartritmestoornis is er iets aan de hand met het ritme of het tempo waarmee het hart pompt.
Het hart kan zowel te snel of te traag kloppen.

Bradycardie

Dit betekent een “langzaam hart”. Als een hart dikwijls te langzaam klopt (40 à 50 slagen per minuut), kan een persoon zich daardoor moe, duizelig of licht in het hoofd voelen.
De oorzaak hiervan is dat er minder zuurstofrijk bloed het lichaam ingepompt wordt.

Tachycardie

Dit betekent een “snel hart”. Als een hart te snel klopt, kan een persoon zich duizelig voelen of zelfs flauwvallen.
De oorzaak hiervan is dat de tijd tussen de hartslagen te kort is om het hart weer te vullen waardoor het lichaam te weinig zuurstofrijk bloed krijgt.

Deze en andere hartritmestoornissen kunnen op diverse manieren worden behandeld. Wanneer medicijnen niet effectief zijn, kan een pacemaker uitkomst bieden.

pijl top lemon

3. De pacemaker (PM)

Een pacemaker kan een hartritmeprobleem herkennen en zelf een elektrische impuls afgeven om uw hart weer regelmatig en op tijd te laten kloppen.

Pacemaker_02

Een pacemaker is een klein, glad metalen doosje van ongeveer 0,75 cm dik, 4,5 cm breed en 5 cm lang. Daaraan vastgekoppeld bevinden zich één of twee lange draden, de pacemakerelektroden. Een batterij zorgt ervoor dat de pacemaker jarenlang een elektrische impuls kan afgeven.

pijl top lemon

4. De implantatie van de pacemaker

Pacemaker_03

Voor de operatie
  • Onderzoeken die nodig zijn voor de PM-implantatie :
    • RX-thorax
    • EKG
    • Bloedname om de bloedstolling te controleren.
      Bij gebruik van Marcoumar© / Sintromitis© dient deze medicatie minstens 1 week gestopt te zijn door de behandelende arts.
  • Een infuus wordt geprikt in de linkerarm, waarlangs antibiotica gegeven worden. Deze antibiotica worden 1 uur voor en 6 uur na de procedure toegediend.
    Belangrijk: steeds allergie voor penicilline vermelden.
  • De ingreep vindt meestal in de namiddag plaats. U dient dus nuchter te blijven na een licht ontbijt.
  • U krijgt een OP-hemdje aan.
De implantatie

De operatie is betrekkelijk eenvoudig en de patiënt wordt niet onder narcose gebracht.
Plaatselijke verdoving waar de pacemaker wordt ingebracht, is voldoende (meestal in het gebied onder het re-sleutelbeen).

Na de operatie
  • Terug op uw kamer wordt indien nodig een draagdoek t.h.v. uw re-arm aangelegd, dit ter voorkoming dat de arm in hoogstand wordt gebracht.
  • Op de operatiewonde wordt een zandzak gelegd gedurende enkele uren, dit om bloeduitstorting te voorkomen.
  • U heeft bedrust tot de dag nadien.
  • Monitoring van het hartritme gebeurt d.m.v. een zendertje.
Dag na de operatie
  • Een elektrocardiogram (EKG) wordt afgenomen.
  • RX-thorax om na te gaan of PM-draden op hun plaats zitten.
  • Het infuus wordt verwijderd.
Verdere nazorg
  • De specialist komt de pacemaker afstellen tijdens uw verblijf.
  • De arts bepaalt wanneer u terug op controle dient te komen.
  • Na 10 dagen worden de draadjes verwijderd door de huisarts.
  • Er wordt u een pasje bezorgd met de juiste benaming van de geplaatste pacemaker. Draag het altijd bij u !

pijl top lemon

5. Leven met een pacemaker

Zodra u naar huis kunt, breekt een periode van wennen aan. De meeste patiënten geven aan dat zij na ongeveer een half jaar aan de pacemaker gewend zijn. Meestal verloopt dat zonder problemen, maar er zijn wel enkele zaken waar u rekening mee kunt houden.
Tot een paar maanden na de operatie is het verstandig om voorzichtig te zijn met extreme bewegingen en een overmaat aan inspanning.

Beroep

Mensen met een pacemaker kunnen vrijwel elk beroep uitoefenen. Er zijn enkele uitzonderingen : werken met een radar, werken in een omgeving van zeer krachtige elektrische velden (bv. zendmasten).

Sport

Je kan alle ontspannende sporten doen. Dat is trouwens goed. Je mag ook zwemmen, het water kan je pacemaker niet beschadigen.
Ruwe contactsporten (bv. voetbal, rugby) kan je best vermijden.
Het is ook beter om activiteiten te vermijden die schokken met zich meebrengen, zoals paardrijden of het rijden in botsauto’s.

Autorijden

In België zijn er geen vaste voorschriften.
Iemand met een pacemaker mag een auto besturen, maar geen voertuig van meer dan 3 ton en geen voertuig voor het transport van betalende passagiers (bv. taxi’s, autobussen).
Iemand die reeds voor de pacemaker implantatie last had van flauwvallen, duizeligheid, bewusteloosheid, moet na de eerste implantatie 3 maanden wachten vooraleer een wagen te besturen. Na een pacemakervervanging is 1 maand wachttijd verplicht. Een jaarlijkse hartcontrole is verplicht.

Reizen

Reizen naar het buitenland is geen enkel probleem. De controlepoortjes op luchthavens vormen net als de poortjes in winkels geen enkel probleem.
De metaaldetector aan de politiepost van de luchthaven kan in werking treden als u voorbijkomt. Laat uw pacemaker-pasje zien en u wordt vrijgesteld van de controle met de metaalzoeker.

Seksueel leven

Een pacemaker heeft totaal geen invloed op je seksuele leven.
Ook een zwangerschap hoeft met een pacemaker geen specifieke problemen op te leveren. Tijdens de zwangerschap wordt er geen ander ritme van uw hart gevraagd dan voor of na de zwangerschap. Als uw hart in goede conditie is, kunt u zonder problemen met een pacemaker zwanger worden. Bespreek een eventuele kinderwens met uw cardioloog.

GSM-gebruik

Telefoneren met een mobiele GSM-telefoon kan, mits u de telefoon niet te dicht (minder dan 10 cm) bij de pacemaker houdt. GSM-apparatuur zendt een elektronisch signaal uit dat door een satelliet wordt opgepikt.

Als de telefoon te dicht bij de pacemaker komt, kan dit signaal een storing veroorzaken. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer u de telefoon in de binnenzak van een colbertje draagt. U kunt de telefoon tijdens een gesprek het beste in de hand en bij het oor houden dat het verst van de pacemaker af is (bv. pacemaker rechts geïmplanteerd, telefoon bij het linkeroor).

Pacemaker_04

pijl top lemon

6. Vervanging van een pacemaker

De levensduur van een pacemaker wordt bepaald door het gebruik. Als uw pacemaker uw hartritme continu ondersteunt, is de batterij eerder leeg dan wanneer uw pacemaker maar af en toe in werking hoeft te komen. De meeste pacemakers gaan tussen de 6 en 8 jaar mee. Uw cardioloog of de pacemaker-technicus kan u vertellen hoe lang hij of zij verwacht dat de pacemaker meegaat.

Als de batterij is uitgeput, wordt de hele pacemaker vervangen. De elektroden blijven zitten : die worden op de nieuwe pacemaker aangesloten. Voor het vervangen van de pacemaker moet u weer naar het ziekenhuis.

U hoeft niet bang te zijn dat de pacemaker er plotseling mee ophoudt, omdat de batterij leeg is. De levensduur van de batterij kan heel precies worden nagegaan bij de periodieke controle. Als de pacemaker moet vervangen worden, gebeurt dat altijd ruim voordat de levensduur van de batterij is verstreken.

pijl top lemon   


 

 
 
Disclaimer