Terminologie en werking (ab)normale vruchtbaarheid

Wat is normale vruchtbaarheid en hoe komt een normale zwangerschap tot stand?

Bij normale vruchtbaarheid trachten na de zaadlozing miljoenen zaadcellen hun weg te vinden naar de eicel. Van deze zaadcellen zullen slechts enkele de eicel bereiken. De eerste grote barrière is de toegang tot de baarmoeder: de baarmoederhals (cervix).

Daarna moeten de zaadcellen de hele baarmoederholte overbruggen tot in de eileider. Daar zullen ze al dan niet een eicel vinden. In de eierstok zijn er honderdduizend eicellen aanwezig. Elke maand zal er 1 eicel uitrijpen; dit gebeurt in een blaasje (follikel), dat progressief groter wordt tot ongeveer 20 à 25 mm. Rond het midden van de menstruele cyclus komt het eitje vrij uit de follikel: de eisprong of ovulatie. Na de eisprong wordt het eitje opgenomen door de eileider en in de richting van de baarmoederholte gevoerd.

Als de zaadlozing op het tijdstip van de eisprong is gebeurd zullen de beste zaadcellen bij de eicel geraken in de eileider en kan eventueel een bevruchting optreden. Er ontwikkelt zich dan een embryo dat langzaam naar de baarmoederholte wordt getransporteerd. Het baarmoederslijmvlies (endometrium) heeft zich ondertussen klaargemaakt op de komst van het embryo. De bevruchte eicel zal zich rond de zesde dag na de bevruchting stilaan inplanten in de baarmoederwand (innesteling). Wanneer geen bevruchting of innesteling plaatsvindt, volgen de maandstonden. Het baarmoederslijmvlies brokkelt dan af.

Een jong vruchtbaar koppel heeft per cyclus maximaal 20 % kans om zwanger te worden. Deze vaststelling geeft reeds een eerste indicatie dat vruchtbaarheid een relatief begrip is, dat kan uitgedrukt worden in de kans per cyclus op bevruchting. Dit wil zeggen dat bij 100 koppels er 20 zullen zwanger zijn na 1 maand, iets meer dan de helft na 6 maanden, en na 1 jaar zal ongeveer 85 % zwanger zijn. Bijna de helft van de overige 15% zal in de loop van het tweede jaar zwanger worden. Na 3 jaar is de maandelijkse kans gedaald tot ongeveer 3 %.

Wat is onvruchtbaarheid?

Het is niet gemakkelijk om onvruchtbaarheid te definiëren. Ben je bv. onvruchtbaar na 1 of pas na 2 jaar onvervulde kinderwens? Meestal spreekt men van "verminderde vruchtbaarheid" wanneer er na één jaar onbeschermde coïtus nog geen zwangerschap is opgetreden. De term "onvruchtbaarheid" is eigenlijk geen ideale uitdrukking.

Men kan spreken van onvruchtbaarheid wanneer bv. de eileiders bij de vrouw afgesloten zijn of bij de man geen enkele zaadcel wordt teruggevonden. Deze koppels kunnen niet zwanger worden zonder medische hulp. Meestal gaat het echter om een “verminderde vruchtbaarheid”, bijvoorbeeld door problemen met de eisprong of minder goede spermakwaliteit. Voor deze koppels is een spontane zwangerschap niet uitgesloten, maar kan het veel langer duren dan normaal.

Waarom ben je onvruchtbaar?

Infertiliteit kan veel oorzaken hebben, oorzaken die zowel bij de vrouw, man of beiden kunnen aanwezig zijn. De frequentie van oorzaken is gelijk verspreid over deze drie groepen. Een belangrijke oorzaak van verminderde vruchtbaarheid in de moderne tijd is de verschuiving van de leeftijd waarop vrouwen zwanger willen worden. Vanaf 30 jaar is er reeds een daling van de vruchtbaarheid merkbaar, en vanaf 35 jaar vermindert deze snel.

Hoe werken de vrouwelijke hormonen?

De vrouwelijke cyclus wordt sterk beïnvloed door enkele belangrijke hormonen. Daarom is het goed even stil te staan bij de werking van deze hormonen. Ter hoogte van de eierstokken worden twee belangrijke hormonen gemaakt: het Oestradiol of vrouwelijk hormoon en het Progesteron.

De aanmaak van Oestradiol stijgt sterk tijdens de eerste helft van de menstruele cyclus en bereikt een piek juist voor de eisprong. Dit hormoon doet je baarmoederslijmvlies groeien. Het maakt ook de vagina natter en de slijmprop ter hoogte van de baarmoederhals toegankelijker voor zaadcellen, zodat rond de eisprong de kans op bevruchting maximaal is.

Na de eisprong wordt de follikel waaruit het eitje is losgekomen in de eierstok omgevormd tot een geel lichaam (corpus luteum). Dit maakt het Progesteron aan tijdens de tweede helft van de cyclus. Het Progesteron doet de groei van het baarmoederslijmvlies stoppen en zorgt ervoor dat het voedingstoffen opstapelt welke nodig zijn voor de innesteling van het bevruchte eitje. De eierstokken worden op hun beurt gestimuleerd door de hormonen LH en FSH van de hypofyse, een klier die zich onderaan in de hersenen bevindt. Het follikelstimulerend hormoon (FSH), zoals de naam het zegt, stimuleert de groei van de follikels (blaasjes waar eicellen inzitten). Het luteïniserend hormoon (LH) doet de follikels verder rijpen en ongeveer 36 uur na de LH-stijging treedt de eisprong op. LH en FSH noemen we ook de gonadotrofines. In de hersenen wordt een hormoon gemaakt, het "gonadotrofine-releasing hormoon". De naam verwijst naar het feit dat dit hormoon de vrijzetting (releasing) stimuleert van de twee gonadotrofines in de hypofyse. Gezien het belang van deze hormonen is het dus mogelijk dat je tijdens de vruchtbaarheidsbehandeling medicatie zal moeten nemen, om de werking van deze hormonen te versterken.

Hoe werken de mannelijke hormonen?

Bij de man maakt de zaadbal mannelijk hormoon (testosteron) aan.  Bij de man resulteert de boodschap van de gonadotrofines (LH,FSH) in de aanmaak van testosteron. FSH zorgt in de zaadbal voor de aanmaak van zaadcellen.  LH zorgt ervoor dat de zaadbal mannelijk hormoon (testosteron) aanmaakt.

Inhoudsverantwoordelijke
Prof. Dr. Willem Ombelet, Fertiliteit - 2015

Interesse om zaaddonor te worden?

Interesse om eiceldonor te worden?

© 2017 Ziekenhuis Oost-Limburg